Bord F11: Verplicht gebruik passeerstrook uitsluitend bestemd voor landbouw- en bosbouwtrekkers
Wettelijke betekenis
Verplicht gebruik passeerstrook (rijstrook om ingehaald te kunnen worden), uitsluitend bestemd voor motorvoertuigen die niet sneller kunnen of mogen rijden dan 25 km/h.
Verplicht gebruik van de passeerstrook die uitsluitend bestemd is
Vorm en kleur
Rond blauw bord met wit symbool: gebod om de passeerstrook te gebruiken.
Waar het bord staat
Aan het begin van de passeerstrook, rechts van de weg; het geldt tot F12.
Wat het examen hierover vraagt
Het examen vraagt voor wie dit bord geldt: landbouw- en bosbouwtrekkers (en andere langzame motorrijtuigen) moeten de aangegeven passeerstrook gebruiken, zodat sneller verkeer op de hoofdrijbaan kan passeren. Een auto mag de strook niet gebruiken. Strik: kandidaten lezen het als een verbod voor trekkers (C8).
Vaak verward met
- Gesloten voor landbouw- en bosbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid
C8— Gesloten voor trekkers: daar mogen ze helemaal niet rijden. - Einde verplicht gebruik passeerstrook
F12— Einde van het verplichte gebruik. - Rijbaan of -strook uitsluitend ten behoeve van lijnbussen
F13— Een strook alléén voor bussen.
Borden uit dezelfde serie
- Stop
F10 - Einde verplicht gebruik passeerstrook
F12 - Einde van alle op een elektronisch signaleringsbord aangegeven verboden
F9 - Rijbaan of -strook uitsluitend ten behoeve van lijnbussen
F13 - Einde van alle door verkeersborden aangegeven verboden
F8 - Einde busbaan of -strook
F14 - Keerverbod
F7 - Bestuurders uit tegengestelde richting moeten verkeer dat uit deze richting nadert voor laten gaan
F6