Bij Spanbroek rijdt u achter een bestelbus. Uw bijrijder vraagt hoeveel afstand u volgens de wet tot die bus moet houden. Wat antwoordt u?
Precies twee seconden; dat getal staat letterlijk zo in de wet
Geen vast getal: ik moet kunnen stoppen binnen wat ik vrij voor me zie
Een vaste afstand in meters, bij elke snelheid even groot
Uitleg
Niet waar — een veilige afstand groeit mee met uw snelheid. De wet noemt geen vaste afstand; met de vuistregel (snelheid gedeeld door 2, plus 10%) is dat 27,5 m bij 50 km/u en 55 m bij 100 km/u (Boek p.123).