Theory Mastery

Kern: Mist: waarom uw normale gewoontes niet meer gelden

Mist ontstaat vooral als warme, vochtige lucht over een koud aardoppervlak stroomt (Boek p.190). Zodra mist ontstaat, past u uw rijgedrag direct aan. Bij zeer dichte mist (zicht minder dan 50 meter) gelden vier maatregelen tegelijk: houd drie in plaats van twee seconden afstand tot uw voorligger, verlaag uw snelheid, haal liever niet in — ook niet op een autosnelweg — en volg zoveel mogelijk de rechterrijstrook, zodat u in geval van nood direct de vluchtstrook als uitwijk kunt gebruiken (Boek p.191). Deze snelheidsverlaging staat los van uw verlichting: mistlicht helpt anderen u te zien, maar verandert niets aan uw eigen, beperkte zicht — u verlaagt uw snelheid sowieso. De exacte grenzen voor mistlicht voor en -achter (zicht <200 m respectievelijk <50 m) horen bij een ander atoom (regen_wind.mistlicht_regel, Boek p.187-188/191); dit atoom gaat over uw rijgedrag zodra het zicht ernstig beperkt is, niet over de precieze lichtregels.

Onderwerp: Mist: waarom uw normale gewoontes niet meer gelden

Vragen over dit onderdeel

Alle onderdelen van dit onderwerp

Verwante onderwerpen

Open in de app