Theory Mastery

Richting aangeven, remlichten en alarmlichten

Wat het examen hier vraagt: Bijna elke rijlesfolder noemt hetzelfde antwoord: 'ongeveer 30 meter, zo'n 3 seconden.' De CBR-examenmaker weet dat u dat getal hebt opgepikt — en test precies of u het klakkeloos overal toepast.

14 minuten · 7 onderdelen · 10 vragen

De valkuil

Veel cursisten denken: Je geeft altijd ongeveer 30 meter, of zo'n 3 seconden, voor de afslag richting aan — dat is dé vuistregel.

De regel is: Er staat geen '30 meter' en geen 'seconden' in het boek. De echte vuistregel heeft drie takken naar wegtype: circa 300 meter op autosnelwegen, circa 200 meter buiten de bebouwde kom, circa 100 meter binnen de bebouwde kom

Uitdaging

Bijna elke rijlesfolder noemt hetzelfde antwoord: 'ongeveer 30 meter, zo'n 3 seconden.' De CBR-examenmaker weet dat u dat getal hebt opgepikt — en test precies of u het klakkeloos overal toepast. Het boek kent geen seconden en geen 30 meter. Het geeft drie aparte afstanden, één per wegtype. Zodra u weet welke afstand bij welk wegtype hoort, prikt u door elke '30m/3sec'-val heen.

Lees dit onderdeel apart: Uitdaging: Richting aangeven, remlichten en alarmlichten

Het model

Drie afstanden, niet één (Boek p.181): op autosnelwegen circa 300 meter voor de uitrijstrook, op wegen buiten de bebouwde kom circa 200 meter voor het kruispunt, op wegen binnen de bebouwde kom circa 100 meter voor het kruispunt. Geen seconden, geen 30 meter — drie afstanden gekoppeld aan het wegtype.

Lees dit onderdeel apart: Het model: Richting aangeven, remlichten en alarmlichten

Kern

Richting aangeven is verplicht bij elke belangrijke zijdelingse verplaatsing: wegrijden, invoegen, inhalen en afslaan (Boek p.181). Het moment waarop u dat doet, hangt af van het wegtype: 300 meter op de autosnelweg (hoge snelheid, veel ruimte nodig), 200 meter buiten de bebouwde kom, 100 meter binnen de bebouwde kom (lagere snelheid, minder ruimte nodig). Remlichten geven een ander signaal: dat u gaat afremmen. Raak daarvoor het rempedaal even heel licht aan vóórdat u daadwerkelijk remt — zo waarschuwt u achterliggers net iets eerder (Boek p.182). Alarmlichten zijn weer een ander signaal, voor vier specifieke situaties: u staat stil met pech op een plaats waar dat niet mag of die gevaarlijk is, u staat stil in het donker terwijl uw verplichte verlichting het niet doet, u staat op een plek waar u slecht zichtbaar bent en uw voertuig een obstakel vormt, of u stuit op een file (Boek p.182). Een geluids- of lichtsignaal (claxon of knipperen met de lichten) mag u alleen geven om een dreigend gevaar af te wenden — niet om simpelweg uw aanwezigheid kenbaar te maken (Boek p.183).

Lees dit onderdeel apart: Kern: Richting aangeven, remlichten en alarmlichten

Waarom dit telt

Te laat richting aangeven op de autosnelweg geeft achterliggers bij 300 meter en hoge snelheid nauwelijks tijd om te reageren; te vroeg binnen de bebouwde kom richting aangeven bij 100 meter verwart voetgangers en fietsers op elk zijstraatje ertussen. Drie afstanden bestaan juist omdat snelheid en risico per wegtype verschillen — één plat getal doet geen van de drie situaties recht.

Lees dit onderdeel apart: Waarom dit telt: Richting aangeven, remlichten en alarmlichten

Test jezelf

U rijdt op een provinciale weg buiten de bebouwde kom bij Slenaken, bochtig heuvelland, en nadert een kruispunt. Wanneer geeft u ongeveer richting aan?

Lees dit onderdeel apart: Test jezelf: Richting aangeven, remlichten en alarmlichten

Leg het uit

Leg uit: welke drie afstanden voor richting aangeven noemt het boek, en waarom is '30 meter/3 seconden' geen boekregel voor geen van de drie?

Lees dit onderdeel apart: Leg het uit: Richting aangeven, remlichten en alarmlichten

Onthoud

300 autosnelweg · 200 buiten kom · 100 binnen kom. Geen 30 meter, geen seconden — drie afstanden, één per wegtype.

Lees dit onderdeel apart: Onthoud: Richting aangeven, remlichten en alarmlichten

Bron: RVV 1990 art. 30 · RVV 1990 art. 32 · RVV 1990 art. 36 · RVV 1990 art. 37 · gecontroleerd 2026-10-22

In beeld

Richting aangeven: drie afstanden naar wegtype (p.181)Autosnelwegcirca 300 m voor de uitrijstrookBuiten bebouwde komcirca 200 m voor het kruispuntBinnen bebouwde komcirca 100 m voor het kruispunt — niet '30 m / 3 sec' (geen boekregel)
Waar u op let: Autosnelweg: 300 m. Buiten bebouwde kom: 200 m. Binnen bebouwde kom: 100 m. '30 m / 3 sec' is geen boekregel.

Borden en wetsartikelen

Test jezelf

U rijdt over de A7 richting Kornwerderzand en ziet het bord voor uw afrit. Hoeveel meter voor de uitrijstrook geeft u ongeveer richting aan?

Toon het antwoord

Drie afstanden, niet één (Boek p.181): op autosnelwegen circa 300 meter voor de uitrijstrook, op wegen buiten de bebouwde kom circa 200 meter voor het kruispunt, op wegen binnen de bebouwde kom circa 100 meter voor het kruispunt. Geen seconden, geen 30 meter — drie afstanden gekoppeld aan het wegtype.

Examenvragen over dit onderwerp

U rijdt over de A7 richting Kornwerderzand en ziet het bord voor uw afrit naderen. Hoeveel meter voor de uitrijstrook geeft u ongeveer richting aan (in meters)?

Toon het antwoord

Juiste antwoord: 300 m

Juist: 300.0 m (±25.0).

Open deze vraag

Op een weg buiten de bebouwde kom bij Blokzijl nadert u een kruispunt waar u wilt afslaan. Wanneer geeft u ongeveer richting aan?

  1. Circa 200 meter voor het kruispunt
  2. Circa 30 meter, zo'n 3 seconden voor het kruispunt
  3. Circa 100 meter voor het kruispunt, net als binnen de bebouwde kom
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Circa 200 meter voor het kruispunt

Waarom dit vaak fout gaat: Je geeft altijd ongeveer 30 meter, of zo'n 3 seconden, voor de afslag richting aan — dat is dé vuistregel.

Open deze vraag

Stelling: de vuistregel voor richting aangeven is ongeveer 30 meter, of zo'n 3 seconden voor de afslag, op elk soort weg.

  1. Waar
  2. Niet waar
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Niet waar

Waarom dit vaak fout gaat: Je geeft altijd ongeveer 30 meter, of zo'n 3 seconden, voor de afslag richting aan — dat is dé vuistregel.

Open deze vraag

In het centrum van Blokzijl, binnen de bebouwde kom, nadert u een kruispunt waar u wilt afslaan. Wat is juist over het moment van richting aangeven?

  1. Circa 200 meter voor het kruispunt, net als buiten de bebouwde kom
  2. Circa 100 meter voor het kruispunt
  3. Pas op het allerlaatste moment, vlak voor u de stuurbeweging maakt
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Circa 100 meter voor het kruispunt

Niet waar — Zo geeft u andere weggebruikers geen tijd om te reageren; de vuistregel is circa 100 meter vooraf, niet op het laatste moment

Waarom dit vaak fout gaat: Zodra je de juiste afstand voor richting aangeven kent, geldt die ene afstand voor elke weg — autosnelweg, provinciale weg of dorpsstraat maakt niet uit.

Open deze vraag

Uw auto heeft pech op de vluchtstrook van de A7. In welke situaties gebruikt u volgens het boek uw alarmlichten? (meerdere antwoorden mogelijk)

  1. U staat op een plek waar u slecht zichtbaar bent en uw voertuig een obstakel vormt
  2. U staat stil met pech op een plaats waar u niet mag staan of die gevaarlijk is
  3. U stuit op een file
  4. U staat stil in het donker terwijl uw verplichte verlichting het niet doet
  5. U stopt even op een parkeerplaats om iemand af te zetten
Toon het antwoord

Juiste antwoord: U staat op een plek waar u slecht zichtbaar bent en uw voertuig een obstakel vormt; U staat stil met pech op een plaats waar u niet mag staan of die gevaarlijk is; U stuit op een file; U staat stil in het donker terwijl uw verplichte verlichting het niet doet

Niet waar — Even stoppen om iemand af te zetten op een parkeerplaats staat niet in de boek-triggerlijst voor alarmlichten

Waarom dit vaak fout gaat: U gebruikt uw alarmlichten als u even op een parkeerplaats stopt om iemand af te zetten.

Open deze vraag

Bij Ootmarsum haalt u op een provinciale weg een tractor in. Halverwege ziet u tegemoetkomend verkeer eerder dan verwacht naderen. Waarvoor mag u nu uw claxon of lichtsignaal gebruiken?

  1. Ook gewoon om uw aanwezigheid kenbaar te maken tijdens het inhalen
  2. Alleen om het dreigende gevaar van de situatie af te wenden
  3. Ook om uw ergernis te uiten over de tractor die niet aan de kant gaat
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Alleen om het dreigende gevaar van de situatie af te wenden

Niet waar — Ergernis uiten is geen dreigend gevaar; het signaal is daarvoor niet bedoeld

Waarom dit vaak fout gaat: Je mag je claxon of lichtsignaal ook gebruiken om andere weggebruikers simpelweg te attenderen op je aanwezigheid, niet alleen bij dreigend gevaar.

Open deze vraag

Over Richting aangeven, remlichten en alarmlichten: welke uitspraak is FOUT?

  1. Alleen om een dreigend gevaar af te wenden mag je een geluidssignaal of lichtsignaal geven.
  2. De vuistregel is expliciet drieledig, gekoppeld aan het wegtype: 300 meter (autosnelweg), 200 meter (buiten bebouwde kom), 100 meter (binnen bebouwde kom).
  3. Je geeft altijd ongeveer 30 meter, of zo'n 3 seconden, voor de afslag richting aan — dat is dé vuistregel.
  4. Zo geeft u andere weggebruikers geen tijd om te reageren; de vuistregel is circa 100 meter vooraf, niet op het laatste moment.
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Je geeft altijd ongeveer 30 meter, of zo'n 3 seconden, voor de afslag richting aan — dat is dé vuistregel.

Er staat geen '30 meter' en geen 'seconden' in het boek. De echte vuistregel heeft drie takken naar wegtype: circa 300 meter op autosnelwegen, circa 200 meter buiten de bebouwde kom, circa 100 meter binnen de bebouwde kom

Waarom dit vaak fout gaat: Je mag je claxon of lichtsignaal ook gebruiken om andere weggebruikers simpelweg te attenderen op je aanwezigheid, niet alleen bij dreigend gevaar.

Open deze vraag

U rijdt op een provinciale weg buiten de bebouwde kom bij Slenaken, bochtig heuvelland, en nadert een kruispunt. Wanneer geeft u ongeveer richting aan?

  1. Circa 200 meter voor het kruispunt
  2. Circa 30 meter, zo'n 3 seconden voor het kruispunt
  3. Circa 300 meter voor het kruispunt, net als op de autosnelweg
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Circa 200 meter voor het kruispunt

Autosnelweg 300 m · buiten kom 200 m · binnen kom 100 m

Waarom dit vaak fout gaat: Je geeft altijd ongeveer 30 meter, of zo'n 3 seconden, voor de afslag richting aan — dat is dé vuistregel.

Open deze vraag

Over Richting aangeven, remlichten en alarmlichten: welke uitspraak is juist?

  1. Je geeft altijd ongeveer 30 meter, of zo'n 3 seconden, voor de afslag richting aan — dat is dé vuistregel.
  2. Zodra je de juiste afstand voor richting aangeven kent, geldt die ene afstand voor elke weg — autosnelweg, provinciale weg of dorpsstraat maakt niet uit.
  3. Alleen om een dreigend gevaar af te wenden mag je een geluidssignaal of lichtsignaal geven.
  4. Binnen de bebouwde kom geeft u pas richting aan op het allerlaatste moment, vlak voordat u instuurt.
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Alleen om een dreigend gevaar af te wenden mag je een geluidssignaal of lichtsignaal geven.

Alleen om een dreigend gevaar af te wenden mag je een geluidssignaal of lichtsignaal geven. Attenderen op aanwezigheid zonder gevaar valt daar niet onder

Waarom dit vaak fout gaat: Je geeft altijd ongeveer 30 meter, of zo'n 3 seconden, voor de afslag richting aan — dat is dé vuistregel.

Open deze vraag

Alleen om een dreigend gevaar af te wenden mag je een geluidssignaal of lichtsignaal geven.

  1. Niet waar
  2. Waar
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Waar

Alleen om een dreigend gevaar af te wenden mag je een geluidssignaal of lichtsignaal geven. Attenderen op aanwezigheid zonder gevaar valt daar niet onder

Waarom dit vaak fout gaat: Je mag je claxon of lichtsignaal ook gebruiken om andere weggebruikers simpelweg te attenderen op je aanwezigheid, niet alleen bij dreigend gevaar.

Open deze vraag

Veelgestelde vragen

‘Je geeft altijd ongeveer 30 meter, of zo'n 3 seconden, voor de afslag richting aan — dat is dé vuistregel’ – klopt dat?

Nee. Er staat geen '30 meter' en geen 'seconden' in het boek. De echte vuistregel heeft drie takken naar wegtype: circa 300 meter op autosnelwegen, circa 200 meter buiten de bebouwde kom, circa 100 meter binnen de bebouwde kom

‘Zodra je de juiste afstand voor richting aangeven kent, geldt die ene afstand voor elke weg — autosnelweg, provinciale weg of dorpsstraat maakt niet uit’ – klopt dat?

Nee. De vuistregel is expliciet drieledig, gekoppeld aan het wegtype: 300 meter (autosnelweg), 200 meter (buiten bebouwde kom), 100 meter (binnen bebouwde kom). Eén afstand voor alle wegen is niet wat het boek leert

‘Je mag je claxon of lichtsignaal ook gebruiken om andere weggebruikers simpelweg te attenderen op je aanwezigheid, niet alleen bij dreigend gevaar’ – klopt dat?

Nee. Alleen om een dreigend gevaar af te wenden mag je een geluidssignaal of lichtsignaal geven. Attenderen op aanwezigheid zonder gevaar valt daar niet onder

‘Binnen de bebouwde kom geeft u pas richting aan op het allerlaatste moment, vlak voordat u instuurt’ – klopt dat?

Nee. Zo geeft u andere weggebruikers geen tijd om te reageren; de vuistregel is circa 100 meter vooraf, niet op het laatste moment

‘U gebruikt uw alarmlichten als u even op een parkeerplaats stopt om iemand af te zetten’ – klopt dat?

Nee. Even stoppen om iemand af te zetten op een parkeerplaats staat niet in de boek-triggerlijst voor alarmlichten

Verwante onderwerpen

Open in de app