U rijdt over de A7 richting Kornwerderzand en ziet het bord voor uw afrit naderen. Hoeveel meter voor de uitrijstrook geeft u ongeveer richting aan (in meters)?
Toon het antwoord
Juiste antwoord: 300 m
Juist: 300.0 m (±25.0).
Wat het examen hier vraagt: Bijna elke rijlesfolder noemt hetzelfde antwoord: 'ongeveer 30 meter, zo'n 3 seconden.' De CBR-examenmaker weet dat u dat getal hebt opgepikt — en test precies of u het klakkeloos overal toepast.
Veel cursisten denken: Je geeft altijd ongeveer 30 meter, of zo'n 3 seconden, voor de afslag richting aan — dat is dé vuistregel.
De regel is: Er staat geen '30 meter' en geen 'seconden' in het boek. De echte vuistregel heeft drie takken naar wegtype: circa 300 meter op autosnelwegen, circa 200 meter buiten de bebouwde kom, circa 100 meter binnen de bebouwde kom
Bijna elke rijlesfolder noemt hetzelfde antwoord: 'ongeveer 30 meter, zo'n 3 seconden.' De CBR-examenmaker weet dat u dat getal hebt opgepikt — en test precies of u het klakkeloos overal toepast. Het boek kent geen seconden en geen 30 meter. Het geeft drie aparte afstanden, één per wegtype. Zodra u weet welke afstand bij welk wegtype hoort, prikt u door elke '30m/3sec'-val heen.
Drie afstanden, niet één (Boek p.181): op autosnelwegen circa 300 meter voor de uitrijstrook, op wegen buiten de bebouwde kom circa 200 meter voor het kruispunt, op wegen binnen de bebouwde kom circa 100 meter voor het kruispunt. Geen seconden, geen 30 meter — drie afstanden gekoppeld aan het wegtype.
Richting aangeven is verplicht bij elke belangrijke zijdelingse verplaatsing: wegrijden, invoegen, inhalen en afslaan (Boek p.181). Het moment waarop u dat doet, hangt af van het wegtype: 300 meter op de autosnelweg (hoge snelheid, veel ruimte nodig), 200 meter buiten de bebouwde kom, 100 meter binnen de bebouwde kom (lagere snelheid, minder ruimte nodig). Remlichten geven een ander signaal: dat u gaat afremmen. Raak daarvoor het rempedaal even heel licht aan vóórdat u daadwerkelijk remt — zo waarschuwt u achterliggers net iets eerder (Boek p.182). Alarmlichten zijn weer een ander signaal, voor vier specifieke situaties: u staat stil met pech op een plaats waar dat niet mag of die gevaarlijk is, u staat stil in het donker terwijl uw verplichte verlichting het niet doet, u staat op een plek waar u slecht zichtbaar bent en uw voertuig een obstakel vormt, of u stuit op een file (Boek p.182). Een geluids- of lichtsignaal (claxon of knipperen met de lichten) mag u alleen geven om een dreigend gevaar af te wenden — niet om simpelweg uw aanwezigheid kenbaar te maken (Boek p.183).
Te laat richting aangeven op de autosnelweg geeft achterliggers bij 300 meter en hoge snelheid nauwelijks tijd om te reageren; te vroeg binnen de bebouwde kom richting aangeven bij 100 meter verwart voetgangers en fietsers op elk zijstraatje ertussen. Drie afstanden bestaan juist omdat snelheid en risico per wegtype verschillen — één plat getal doet geen van de drie situaties recht.
U rijdt op een provinciale weg buiten de bebouwde kom bij Slenaken, bochtig heuvelland, en nadert een kruispunt. Wanneer geeft u ongeveer richting aan?
Leg uit: welke drie afstanden voor richting aangeven noemt het boek, en waarom is '30 meter/3 seconden' geen boekregel voor geen van de drie?
300 autosnelweg · 200 buiten kom · 100 binnen kom. Geen 30 meter, geen seconden — drie afstanden, één per wegtype.
U rijdt over de A7 richting Kornwerderzand en ziet het bord voor uw afrit. Hoeveel meter voor de uitrijstrook geeft u ongeveer richting aan?
Drie afstanden, niet één (Boek p.181): op autosnelwegen circa 300 meter voor de uitrijstrook, op wegen buiten de bebouwde kom circa 200 meter voor het kruispunt, op wegen binnen de bebouwde kom circa 100 meter voor het kruispunt. Geen seconden, geen 30 meter — drie afstanden gekoppeld aan het wegtype.
Juiste antwoord: 300 m
Juist: 300.0 m (±25.0).
Juiste antwoord: Circa 200 meter voor het kruispunt
Waarom dit vaak fout gaat: Je geeft altijd ongeveer 30 meter, of zo'n 3 seconden, voor de afslag richting aan — dat is dé vuistregel.
Juiste antwoord: Niet waar
Waarom dit vaak fout gaat: Je geeft altijd ongeveer 30 meter, of zo'n 3 seconden, voor de afslag richting aan — dat is dé vuistregel.
Juiste antwoord: Circa 100 meter voor het kruispunt
Niet waar — Zo geeft u andere weggebruikers geen tijd om te reageren; de vuistregel is circa 100 meter vooraf, niet op het laatste moment
Waarom dit vaak fout gaat: Zodra je de juiste afstand voor richting aangeven kent, geldt die ene afstand voor elke weg — autosnelweg, provinciale weg of dorpsstraat maakt niet uit.
Juiste antwoord: U staat op een plek waar u slecht zichtbaar bent en uw voertuig een obstakel vormt; U staat stil met pech op een plaats waar u niet mag staan of die gevaarlijk is; U stuit op een file; U staat stil in het donker terwijl uw verplichte verlichting het niet doet
Niet waar — Even stoppen om iemand af te zetten op een parkeerplaats staat niet in de boek-triggerlijst voor alarmlichten
Waarom dit vaak fout gaat: U gebruikt uw alarmlichten als u even op een parkeerplaats stopt om iemand af te zetten.
Juiste antwoord: Alleen om het dreigende gevaar van de situatie af te wenden
Niet waar — Ergernis uiten is geen dreigend gevaar; het signaal is daarvoor niet bedoeld
Waarom dit vaak fout gaat: Je mag je claxon of lichtsignaal ook gebruiken om andere weggebruikers simpelweg te attenderen op je aanwezigheid, niet alleen bij dreigend gevaar.
Juiste antwoord: Je geeft altijd ongeveer 30 meter, of zo'n 3 seconden, voor de afslag richting aan — dat is dé vuistregel.
Er staat geen '30 meter' en geen 'seconden' in het boek. De echte vuistregel heeft drie takken naar wegtype: circa 300 meter op autosnelwegen, circa 200 meter buiten de bebouwde kom, circa 100 meter binnen de bebouwde kom
Waarom dit vaak fout gaat: Je mag je claxon of lichtsignaal ook gebruiken om andere weggebruikers simpelweg te attenderen op je aanwezigheid, niet alleen bij dreigend gevaar.
Juiste antwoord: Circa 200 meter voor het kruispunt
Autosnelweg 300 m · buiten kom 200 m · binnen kom 100 m
Waarom dit vaak fout gaat: Je geeft altijd ongeveer 30 meter, of zo'n 3 seconden, voor de afslag richting aan — dat is dé vuistregel.
Juiste antwoord: Alleen om een dreigend gevaar af te wenden mag je een geluidssignaal of lichtsignaal geven.
Alleen om een dreigend gevaar af te wenden mag je een geluidssignaal of lichtsignaal geven. Attenderen op aanwezigheid zonder gevaar valt daar niet onder
Waarom dit vaak fout gaat: Je geeft altijd ongeveer 30 meter, of zo'n 3 seconden, voor de afslag richting aan — dat is dé vuistregel.
Juiste antwoord: Waar
Alleen om een dreigend gevaar af te wenden mag je een geluidssignaal of lichtsignaal geven. Attenderen op aanwezigheid zonder gevaar valt daar niet onder
Waarom dit vaak fout gaat: Je mag je claxon of lichtsignaal ook gebruiken om andere weggebruikers simpelweg te attenderen op je aanwezigheid, niet alleen bij dreigend gevaar.
Nee. Er staat geen '30 meter' en geen 'seconden' in het boek. De echte vuistregel heeft drie takken naar wegtype: circa 300 meter op autosnelwegen, circa 200 meter buiten de bebouwde kom, circa 100 meter binnen de bebouwde kom
Nee. De vuistregel is expliciet drieledig, gekoppeld aan het wegtype: 300 meter (autosnelweg), 200 meter (buiten bebouwde kom), 100 meter (binnen bebouwde kom). Eén afstand voor alle wegen is niet wat het boek leert
Nee. Alleen om een dreigend gevaar af te wenden mag je een geluidssignaal of lichtsignaal geven. Attenderen op aanwezigheid zonder gevaar valt daar niet onder
Nee. Zo geeft u andere weggebruikers geen tijd om te reageren; de vuistregel is circa 100 meter vooraf, niet op het laatste moment
Nee. Even stoppen om iemand af te zetten op een parkeerplaats staat niet in de boek-triggerlijst voor alarmlichten