Kern: Richting aangeven, remlichten en alarmlichten
Richting aangeven is verplicht bij elke belangrijke zijdelingse verplaatsing: wegrijden, invoegen, inhalen en afslaan (Boek p.181). Het moment waarop u dat doet, hangt af van het wegtype: 300 meter op de autosnelweg (hoge snelheid, veel ruimte nodig), 200 meter buiten de bebouwde kom, 100 meter binnen de bebouwde kom (lagere snelheid, minder ruimte nodig). Remlichten geven een ander signaal: dat u gaat afremmen. Raak daarvoor het rempedaal even heel licht aan vóórdat u daadwerkelijk remt — zo waarschuwt u achterliggers net iets eerder (Boek p.182). Alarmlichten zijn weer een ander signaal, voor vier specifieke situaties: u staat stil met pech op een plaats waar dat niet mag of die gevaarlijk is, u staat stil in het donker terwijl uw verplichte verlichting het niet doet, u staat op een plek waar u slecht zichtbaar bent en uw voertuig een obstakel vormt, of u stuit op een file (Boek p.182). Een geluids- of lichtsignaal (claxon of knipperen met de lichten) mag u alleen geven om een dreigend gevaar af te wenden — niet om simpelweg uw aanwezigheid kenbaar te maken (Boek p.183).
Vragen over dit onderdeel
Alle onderdelen van dit onderwerp
- Uitdaging: Richting aangeven, remlichten en alarmlichten
- Het model: Richting aangeven, remlichten en alarmlichten
- Waarom dit telt: Richting aangeven, remlichten en alarmlichten
- Test jezelf: Richting aangeven, remlichten en alarmlichten
- Leg het uit: Richting aangeven, remlichten en alarmlichten
- Onthoud: Richting aangeven, remlichten en alarmlichten