Alle hoofdstukken

Voorrang, kruispunten & rotondes

Chapter h03_voorrang

Vragen (125)

  1. Bij een kruispunt in Dordrecht sla je rechtsaf. Naast je rijdt een fietser rechtdoor. Wie moet voorgaan?
  2. Bij een zebrapad naast een kruispunt in Haarlem sla je linksaf. Een voetganger steekt rechtdoor over aan de kant waar je
  3. Bij een kruispunt in Rijssen wil je rechtsaf. Je hebt naar voren gekeken, het tegemoetkomende verkeer links gecheckt, en
  4. Welke weggebruikers moet een afslaande bestuurder voor laten gaan als 'rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg' (Boek p.1
  5. In Vlaardingen wil je rechtsaf een woonwijk in. Een bromfietser rijdt net achter je en gaat rechtdoor. Jij bent al aan h
  6. Bij een kruispunt in Vaassen sla je rechtsaf. Een bromfietser rijdt rechtdoor, vlak achter je. Stelling: de voor-laten-g
  7. Over Afslaan: rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg gaat voor: welke uitspraak is juist?
  8. Afslaand verkeer laat het rechtdoorgaande verkeer op dezelfde weg voor, inclusief de fietser.
  9. Over Afslaan: rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg gaat voor: welke uitspraak is juist?
  10. Deze regel gaat specifiek over verkeer OP DEZELFDE WEG als de afslaande bestuurder.
  11. Over Afslaan: rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg gaat voor: welke uitspraak is FOUT?
  12. Bij een kruispunt in Leiden sla je rechtsaf. Een fietser rijdt naast je rechtdoor. Wat doe je?
  13. Bij een kruispunt in Gouda wil jij linksaf. Een tegemoetkomende bestuurder wil, op hetzelfde kruispunt, rechtsaf. Wie ga
  14. Op een kruispunt in Enschede wil je linksaf. Omdat rechtsaf altijd voorgaat op linksaf, mag jij als linksafslaander ook
  15. Bij een kruispunt in Dordrecht wil je linksaf. De tegemoetkomende bestuurder zet geen richtingaanwijzer aan en rijdt rec
  16. Welke voorwaarden moeten allemaal kloppen wil de regel 'rechtsaf voor linksaf' (Boek p.111) van toepassing zijn? Kies al
  17. Bij een kruispunt in Voorburg wil je met je auto linksaf. Je staat al even te wachten midden op het kruispunt. Een tegem
  18. Bij een kruispunt in Capelle aan den IJssel wachten twee bestuurders tegenover elkaar: jij wilt linksaf, de ander wil re
  19. De regel bepaalt niet wie het eerst stilstond, maar wie welke kant opdraait: de rechtsafslaander gaat voor de linksafsla
  20. Over Afslaan: rechtsaf gaat voor tegemoetkomend linksaf: welke uitspraak is juist?
  21. Over Afslaan: rechtsaf gaat voor tegemoetkomend linksaf: welke uitspraak is juist?
  22. De tekst spreekt van 'bestuurders' in het algemeen, zonder onderscheid naar voertuigtype.
  23. Over Afslaan: rechtsaf gaat voor tegemoetkomend linksaf: welke uitspraak is FOUT?
  24. Bij een kruispunt in Delfzijl wil jij linksaf. Een tegemoetkomende bestuurder gaat rechtdoor (niet afslaan). Wat doe je?
  25. Bij Gulpen nadert vanaf links een militaire colonne. Het eerste voertuig (blauwe vlag) is nog niet bij het kruispunt waa
  26. Stelling: bij een kruispunt met verkeerslicht gedragen een militaire colonne en een uitvaartstoet zich precies hetzelfde
  27. U rijdt op een voorrangsweg door Kerkrade. Het eerste voertuig (blauwe vlag) van een militaire colonne is al gepasseerd;
  28. U nadert een kruispunt met verkeerslichten. Over de kruisende weg rijdt een militaire colonne, en iets verderop volgt ee
  29. In het centrum van Gulpen nadert een uitvaartstoet een zebrapad. Op de stoep staat een voetganger klaar om over te steke
  30. Bij een kruispunt met verkeerslicht in Gulpen springt het licht van groen op geel op rood terwijl een lange rij voertuig
  31. Over Militaire colonne en uitvaartstoet: voorrang en doorsnijden: welke uitspraak is FOUT?
  32. Militaire colonne en uitvaartstoet zijn expliciet uitgezonderd van de verplichting om voetgangers op een oversteekplaats
  33. Over Militaire colonne en uitvaartstoet: voorrang en doorsnijden: welke uitspraak is FOUT?
  34. U rijdt in Den Haag rechtdoor over een voorrangsweg (gele ruit). Van rechts nadert een tram uit een zijstraat met haaien
  35. In Rotterdam buigt een tram af naar links. Een voetganger steekt op dat moment het zebrapad over, precies in het pad van
  36. Bij een gelijkwaardig kruispunt in Den Haag nadert een tram van links. Jij rijdt rechtdoor en de tram komt niet van rech
  37. In welke situaties krijgt de tram op een gelijkwaardig kruispunt voorrang die een gewone bestuurder in dezelfde positie
  38. Hoeveel uitzonderingen geeft het boek specifiek voor de tram op een gelijkwaardig kruispunt, waarbij de tram voorrang kr
  39. Op een kruispunt in Rotterdam buigt een tram af naar links, terwijl jij (auto) op dezelfde weg rechtdoor rijdt. Wie gaat
  40. Over Voorrang van de tram: drie uitzonderingen, geen almacht: welke uitspraak is juist?
  41. Nadert de tram een voorrangsweg, dan gelden de gewone regels en heeft hij geen bijzondere voorrang; voetgangers op het z
  42. Over Voorrang van de tram: drie uitzonderingen, geen almacht: welke uitspraak is FOUT?
  43. De tram heeft alleen voorrang als hij van links komt op een gelijkwaardig kruispunt; bij afbuigen of het inrijden van ee
  44. Op een voorrangsweg in Den Haag (bord B1) nadert een tram op zijn eigen rails naast de weg. Wat geldt hier?
  45. Op een kruispunt in Rijswijk nadert een ambulance met het blauwe zwaailicht aan. U hoort geen sirene. Moet u deze ambula
  46. In een woonwijk in Vaassen rijdt een politieauto met loeiende tweetonige sirene. Het blauwe zwaailicht is kapot en brand
  47. Bij een kruispunt in Capelle aan den IJssel nadert een ambulance met blauw licht en sirene tegelijk. Het verkeerslicht s
  48. Welke van de volgende voertuigen kunnen volgens het boek een voorrangsvoertuig zijn, mits ze blauw licht + tweetonige si
  49. Op de A-weg bij Rijssen nadert een incidentvoertuig van Rijkswaterstaat met blauw zwaailicht en tweetonige sirene tegeli
  50. Een brandweerwagen rijdt na een controle bij de kazerne in Vlaardingen de straat op. Alleen de tweetonige sirene staat e
  51. Over Voorrangsvoertuig: blauw licht + sirene, allebei tegelijk: welke uitspraak is juist?
  52. Noemt ook 'andere voertuigen van hulpdiensten en Rijkswaterstaat'; de status hangt af van de signalen (blauw licht + twe
  53. Over Voorrangsvoertuig: blauw licht + sirene, allebei tegelijk: welke uitspraak is FOUT?
  54. Een ambulance met alleen het blauwe zwaailicht aan (geen sirene) is al een voorrangsvoertuig waarvoor je verplicht voor
  55. Over Voorrangsvoertuig: blauw licht + sirene, allebei tegelijk: welke uitspraak is FOUT?
  56. Bij een kruispunt in Rijswijk nadert een ambulance met het blauwe zwaailicht aan, maar zonder sirene. Wat doe je?
  57. Op een kruispunt in Bakkeveen (Friesland) van vier gelijke wegen staan geen borden en liggen geen haaientanden. Van rech
  58. Op een kruispunt zonder bord in Rotterdam nadert een tram vanaf uw linkerkant. Stelling: omdat de tram niet van rechts k
  59. Op een onbebord kruispunt bij Bakkeveen naderen tegelijk: een auto van rechts, en een tram van links op een rail die de
  60. Bij Borculo twijfelt u of een kruispunt gelijkwaardig is. Welke kenmerken bevestigen dat? (meerdere antwoorden mogelijk)
  61. Bij een onbebord kruispunt in Dokkum staat een voetganger rechts van u op de stoep te wachten, en een auto nadert ook va
  62. Bij een gelijkwaardig kruispunt in Medemblik steekt een voetganger van rechts de weg over terwijl u nadert. Stelling: de
  63. Op een gelijkwaardig kruispunt moet er een bordje 'voorrang van rechts' hangen, anders geldt de regel niet.
  64. Over Gelijkwaardig kruispunt: geen bord, wel een regel: welke uitspraak is FOUT?
  65. Over Gelijkwaardig kruispunt: geen bord, wel een regel: welke uitspraak is FOUT?
  66. Op een kruispunt in Rotterdam zonder enig bord kruist een tramrail uw weg. De tram komt van links aanrijden. U zit recht
  67. Op de ring bij de A13 nabij Montfoort nadert u een kruispunt. U heeft voorrang op het kruisende verkeer, maar direct ach
  68. Stelling: als u voorrang heeft op het kruisende verkeer, mag u een kruispunt altijd oprijden, ook als de overkant vastst
  69. Op een kruispunt in Schoonhoven heeft u groen licht. Vlak na het kruispunt staat het verkeer muurvast. Wat is juist?
  70. Welke uitspraken over het blokkeer-verbod op een kruispunt kloppen? (meerdere antwoorden mogelijk)
  71. U rijdt op een voorrangsweg door Montfoort en wilt linksaf. Tegemoetkomend verkeer verhindert dat u meteen kunt afslaan.
  72. U rijdt in Montfoort op een voorrangsweg en wilt rechtdoor. De overkant van het kruispunt staat vast, dus u wacht vlak e
  73. Over Kruispunt niet blokkeren — ook met voorrang: welke uitspraken zijn juist? (meerdere antwoorden mogelijk)
  74. Op een kruispunt in Schoonhoven heeft u groen licht en voorrang op het kruisende verkeer. Vlak na het kruispunt staat he
  75. Op de N321 bij Zaltbommel nadert u een kruispunt met bord B6. De kruisende weg is op dat moment vrij. Wat doet u?
  76. Bij Breda passeert u bord B1. Stelling: vanaf dat punt houdt u voorrang op elk volgend kruispunt tot het einde van uw ri
  77. Op een onverhard zandpad bij Stavoren nadert u een kruispunt met een verharde polderweg. Er staan geen borden en er ligg
  78. Welke uitspraken over bord B6 en bord B7 kloppen? (meerdere antwoorden mogelijk)
  79. U rijdt vanaf Breda een voorrangsweg op. Zet de beoordeling van uw voorrangspositie in de juiste volgorde.
  80. Op een onverhard bospad bij Stavoren kruist u een verharde weg zonder enig bord. Stelling: omdat u geen bord ziet, geldt
  81. Over Ongelijkwaardig kruispunt: B6, B7 en de voorrangsweg: welke uitspraak is juist?
  82. Bord B6 betekent dat u verplicht bent volledig te stoppen voor het kruispunt.
  83. Over Ongelijkwaardig kruispunt: B6, B7 en de voorrangsweg: welke uitspraak is FOUT?
  84. Over Ongelijkwaardig kruispunt: B6, B7 en de voorrangsweg: welke uitspraak is FOUT?
  85. Op een polderweg bij Stavoren rijdt u op een onverhard pad en nadert een verharde weg zonder enig bord. Een ruiter komt
  86. Bij een rotonde in Haaksbergen loopt een fietsstrook mee om de rotonde heen. U wilt rechtsaf verlaten; een fietser op di
  87. Stelling: elk fietspad bij een rotonde krijgt bij het verlaten voorrang, ongeacht hoe ver het van de rotonde af ligt.
  88. Bij een rotonde in Denekamp, vlak bij een Aldi, buigt het fietspad al een flink stuk vóór de rotonde af van de weg — het
  89. Welke uitspraken over het verlaten van een rotonde kloppen? (meerdere antwoorden mogelijk)
  90. Op een rustige rotonde in Bunschoten wilt u de volgende afslag rechts nemen. Er rijdt niemand achter u en er is geen and
  91. Het is spits op een drukke rotonde in Denekamp. U wilt de rotonde rechtsaf verlaten. Op de fietsstrook rechts naast u ri
  92. Bij een rotonde in Denekamp, vlak bij een Aldi, wilt u rechtsaf verlaten. Een fietsstrook loopt om de rotonde heen en ga
  93. Bij een rotonde in Workum staan bord B6 en haaientanden bij elke toerit. U wilt de rotonde oprijden; een fietser rijdt a
  94. Stelling: verkeer dat al op de rotonde rijdt, heeft altijd voorrang op invoegend verkeer — met of zonder bord.
  95. U rijdt in de mist op een kleine rotonde net buiten Appingedam. Bij de toeritten staan geen borden en liggen geen haaien
  96. Welke uitspraken over rotondes kloppen? (meerdere antwoorden mogelijk)
  97. Bij schemering nadert u een rotonde aan de rand van de N31 bij Stadskanaal; de digitale snelheidsborden op de weg tonen
  98. Op een verlichte rotonde bij Workum (bord B6 + haaientanden aanwezig) merkt u vlak vóór uw afslag dat u de verkeerde afs
  99. U rijdt op de binnenste rijstrook van een turborotonde. Tussen de twee ringstroken ligt een verhoogde rijstrookscheiding
  100. U nadert een turborotonde over de zijweg. Op de toerit liggen twee voorsorteerstroken: op de linker staan rotondepijlen
  101. U verlaat buiten de bebouwde kom een turborotonde en nadert de fietsoversteek. Op het fietspad liggen haaientanden, geri
  102. Over Rotonde: wie heeft voorrang?: welke uitspraken zijn juist? (meerdere antwoorden mogelijk)
  103. Met bord B6 en haaientanden is het net andersom: verkeer OP de rotonde (dat voor jou eventueel van links komt) heeft voo
  104. Over Rotonde: wie heeft voorrang?: welke uitspraak is FOUT?
  105. Bij een rotonde net buiten Stadskanaal, aan de rand van de N31, ziet u geen enkel bord en geen haaientanden. Een fietser
  106. Bij een bouwmarkt-uitrit in Wolvega rijdt u de openbare weg op. Een fietser nadert van links. Welk begrip past hier?
  107. Stelling: 'voorrang verlenen' en 'voor laten gaan' zijn twee woorden voor precies hetzelfde begrip en kunnen willekeurig
  108. Bij Wolvega rijdt u van een oprit over de stoep de weg op. Van links nadert een fietser, van rechts een auto. Even verde
  109. In welke situaties gebruikt het boek de term 'voor laten gaan'? (meerdere antwoorden mogelijk)
  110. U nadert een situatie en twijfelt welk begrip van toepassing is. Zet de beoordeling in de juiste volgorde.
  111. In Gouda loopt iemand met een blindenstok midden op een rustige woonstraat over te steken, ver van elk zebrapad. Stellin
  112. Over Voorrang verlenen versus voor laten gaan: twee begrippen, geen synoniemen: welke uitspraken zijn juist? (meerdere a
  113. Over Voorrang verlenen versus voor laten gaan: twee begrippen, geen synoniemen: welke uitspraak is FOUT?
  114. Bij een oversteekplaats in Gouda loopt een persoon met een blindenstok op straat, niet op een zebrapad, maar gewoon tuss
  115. Op een kruispunt in Hengelo staat een verkeersregelaar omdat de verkeerslichten niet goed werken. Het licht voor uw rich
  116. U nadert een kruispunt waar uw verkeerslicht groen is. Vlak voor het kruispunt staat een bord met een maximumsnelheid va
  117. Op een kruispunt met verkeerslichten in Loppersum rijdt u bij groen het kruispunt op. Van rechts rijdt een bestuurder do
  118. U nadert in Zwolle een kruispunt met werkende verkeerslichten. Voor u liggen haaientanden, en er staat een bord met een
  119. Zet de vier niveaus van de voorrangsrangorde op volgorde, van hoogste naar laagste gezag.
  120. Bij een kruispunt bij Hengelo staat bord B6, maar u redeneert: 'de rechts-regel is de basisregel van het verkeer, dus di
  121. Over De echte rangorde: wie gaat boven wie bij voorrang?: welke uitspraak is juist?
  122. Aanwijzingen van een bevoegde agent of verkeersregelaar gaan boven verkeerslichten, die op hun beurt boven borden gaan.
  123. Over De echte rangorde: wie gaat boven wie bij voorrang?: welke uitspraak is FOUT?
  124. Over De echte rangorde: wie gaat boven wie bij voorrang?: welke uitspraak is FOUT?
  125. Bij een kruispunt in Loppersum rijdt u bij groen licht het kruispunt op. Op hetzelfde moment rijdt een andere bestuurder
App