Over Ongelijkwaardig kruispunt: B6, B7 en de voorrangsweg: welke uitspraak is juist?
Een ruiter bestuurt geen voertuig, dus vanaf een onverharde weg hoeft u alleen voertuigen op de verharde weg voorrang te geven, niet een ruiter.
Bord B6 betekent dat u verplicht bent volledig te stoppen voor het kruispunt.
Bord B1 geldt 'totdat bord B2 het eind van de voorrangsweg aangeeft'.
Op een kruispunt van een onverharde weg met een verharde weg heeft de bestuurder op de onverharde weg voorrang, omdat die weg lastiger te berijden is.
Uitleg
val: status zonder einde. Boek p.108 - bord B1 geldt 'totdat bord B2 het eind van de voorrangsweg aangeeft'. Voorrang op een voorrangsweg is dus een afgebakend wegvak tussen B1 en B2, geen permanente status