Op het landweggetje bij Bennekom ligt een omgevallen tak op uw eigen weghelft. Geen bord in zicht. Een tegenligger nadert en er is niet genoeg ruimte voor jullie beiden tegelijk. Wie moet stoppen?
De tegenligger, want die moet stoppen bij een obstakel
U, want het obstakel staat op uw eigen weghelft
Uitleg
Niet waar — val: eigen positie als regel aangenomen. Bij onvoldoende ruimte moet stoppen wie het obstakel op zijn eigen weghelft heeft — hier bent u dat (Boek p.61).