Alle hoofdstukken

Wegen & weggedeelten

Chapter h05_wegen

Vragen (93)

  1. Woensdagochtend 10:00 uur op de A32 bij Oldeberkoop. Het matrixbord boven de weg toont geen apart getal. Wat is de maxim
  2. Bij de oprit van de A18 bij Ulft staat bord G3. Stelling: dat vraagt dezelfde minimumsnelheid als bord G1 op een autosne
  3. Op de A32 bij Oldeberkoop staat het verkeer al twintig minuten muurvast in de file. Uw navigatie belooft een kortere weg
  4. Bij de oprit van de A18 bij Ulft staat bord G3 (autoweg). Wat is de minimale snelheid (in km/u) die een motorvoertuig mo
  5. U rijdt op de A32 bij Oldeberkoop, alles verloopt normaal, geen pech, geen ongeval. Welke van de volgende handelingen zi
  6. De rijbaan van de A32 heeft ter hoogte van Oldeberkoop drie rijstroken. Stelling: een gewone personenauto moet daar, net
  7. Overdag (6.00-19.00u) is de maximumsnelheid 100 km/u; 's avonds en 's nachts 100, 120 of 130 km/u. 130 is niet de standa
  8. De 50 km/u bij bord G3 en de 60 km/u bij bord G1 zijn maximumsnelheden voor die weg.
  9. Over Autoweg en autosnelweg: G3, G1 en de snelheidsregels: welke uitspraak is FOUT?
  10. Over Autoweg en autosnelweg: G3, G1 en de snelheidsregels: welke uitspraak is FOUT?
  11. Over Autoweg en autosnelweg: G3, G1 en de snelheidsregels: welke uitspraak is FOUT?
  12. Dinsdagmiddag 14:00 uur op de A32 bij Oldeberkoop, het matrixbord toont geen apart getal. Wat is de maximumsnelheid?
  13. Stelling: een spitsstrook is een gewone rijstrook die altijd open is voor verkeer, net als de andere rijstroken op de A3
  14. Bij de A32 bij Oldeberkoop wijst bord F19 een lege rijstrook aan. Voor welke voertuigen is die strook bedoeld?
  15. U rijdt op de linker plusstrook van de A32 bij Oldeberkoop. Boven de strook springt het bord om van de groene pijl naar
  16. Boven de plusstrook van de A32 wijst het elektronische bord een pijl schuin naar rechts. Er staat nog geen rood kruis. W
  17. Hoeveel verschillende signalen kent de elektronische spitsstrook-signalering boven de plusstrook van de A32 (groen/vrijm
  18. Welke voertuigen mogen een doelgroepstrook (bord F19/F21) op de A32 gebruiken? (kies alle die van toepassing zijn)
  19. Doelgroepstroken zijn speciale stroken voor vrachtauto's en/of bussen; je mag daar als automobilist niet op rijden, druk
  20. Over Spitsstrook en doelgroepstrook: wie mag erop, en wanneer sluit hij: welke uitspraken zijn juist? (meerdere antwoord
  21. Over Spitsstrook en doelgroepstrook: wie mag erop, en wanneer sluit hij: welke uitspraak is FOUT?
  22. Met borden en elektronische rijstrooksignalering wordt aangegeven of de spitsstrook geopend of gesloten is; de pijl schu
  23. Over Spitsstrook en doelgroepstrook: wie mag erop, en wanneer sluit hij: welke uitspraak is FOUT?
  24. Bij de A32 bij Oldeberkoop staat rechts een lege rijstrook met bord F19. Er staan geen vrachtauto's op, alleen personena
  25. U neemt dezelfde bocht bij Cauberg eerst met 30 km/u. Als de middelpuntvliedende kracht daarbij de waarde 1 heeft, welke
  26. Bij een parkeerplaats in Vijlen zegt een bijrijder: 'Middelpuntvliedende kracht duwt je in een bocht naar binnen, niet n
  27. Op een weg bij Wittem ligt een bocht met negatieve wegverkanting. Wat betekent dat volgens het boek voor uw risico?
  28. Welke factoren maken een bocht volgens het boek gevaarlijker? (meerdere antwoorden mogelijk)
  29. U rijdt een bocht bij Vijlen in en schat bij het inrijden de straal in. Halverwege blijkt de bocht scherper door te zett
  30. Welke punten horen volgens het boek bij 'veilig door een bocht rijden'? (meerdere antwoorden mogelijk)
  31. Bij positieve wegverkanting ligt de buitenbocht hoger dan de binnenbocht; bij negatieve wegverkanting is het risico grot
  32. Over Rijden in bochten: middelpuntvliedende kracht en de bocht beoordelen: welke uitspraak is juist?
  33. Over Rijden in bochten: middelpuntvliedende kracht en de bocht beoordelen: welke uitspraak is FOUT?
  34. Over Rijden in bochten: middelpuntvliedende kracht en de bocht beoordelen: welke uitspraak is FOUT?
  35. Dezelfde bocht met 30 km/u en met 60 km/u geeft bij 60 km/u vier maal zoveel middelpuntvliedende kracht, niet twee maal.
  36. U neemt dezelfde bocht bij Cauberg eerst met 30 km/u, daarna met 60 km/u. Hoe verhoudt de middelpuntvliedende kracht bij
  37. Welke kenmerken horen volgens het boek bij een dijkweg? (meerdere antwoorden mogelijk)
  38. Bij een klim naar een pas leest u in een reisgids: 'Schakel bij het beklimmen van een berg naar een hogere versnelling,
  39. U daalt een bergweg af na een lange klim. Welke versnelling gebruikt u volgens het boek het beste?
  40. U rijdt op een smalle dijkweg bij Waardenburg achter een langzame tractor. De berm loopt schuin af en verderop komt een
  41. Klopt het volgens het boek dat u het rijden in de bergen tijdens uw rijopleiding in Nederland niet kunt oefenen, omdat b
  42. U rijdt in de bergen. Welke van de volgende aandachtspunten noemt het boek? (meerdere antwoorden mogelijk)
  43. Op een bergweg heeft dalend verkeer voorrang op klimmend verkeer, omdat afremmen tijdens het afdalen lastiger is.
  44. Over Rijden op dijkwegen en in de bergen: welke uitspraken zijn juist? (meerdere antwoorden mogelijk)
  45. Neem afdalingen in dezelfde versnelling als de beklimmingen en maak gebruik van de remwerking van de motor; rijd niet me
  46. Over Rijden op dijkwegen en in de bergen: welke uitspraak is FOUT?
  47. Over Rijden op dijkwegen en in de bergen: welke uitspraak is FOUT?
  48. Op een bergweg ontmoeten een klimmende en een dalende auto elkaar op een smal stuk. Wie moet volgens het boek voorrang k
  49. Op de smalle eenrichtingsstraat in Beuningen, tijdens de weekmarkt, komt een parkeervak vrij. Stelling: u mag daar nooit
  50. Op de provinciale weg bij Renkum, buiten de bebouwde kom, is de rijbaan smal en ligt de berm lager dan het wegdek. Uw re
  51. Op de weg naar het centrum van Beuningen is de rijbaan door een middenberm in tweeën gedeeld. U ziet nergens een bord da
  52. Naast de hoofdrijbaan bij Beuningen ligt een ventweg, herkenbaar aan bord C5. Voor welk verkeer is de hoofdrijbaan bedoe
  53. U rijdt op de smalle eenrichtingsstraat in Beuningen. Welke van de volgende handelingen zijn daar toegestaan? (kies alle
  54. Stelling: de ventweg naast de hoofdrijbaan bij Beuningen is bedoeld voor hetzelfde snelle, doorgaande verkeer als de hoo
  55. U rijdt in Beuningen op een dwarsstraat en nadert een zijstraat. Vóór de kruising staat een blauw rechthoekig bord met e
  56. Over Eenrichtingswegen, smalle enkelbaanswegen, gescheiden rijbanen en ventwegen: welke uitspraak is juist?
  57. As op voor een scherpe rijbaankant en/of lager liggende berm op smalle enkelbaanswegen buiten de bebouwde kom; als je me
  58. Over Eenrichtingswegen, smalle enkelbaanswegen, gescheiden rijbanen en ventwegen: welke uitspraken zijn juist? (meerdere
  59. Over Eenrichtingswegen, smalle enkelbaanswegen, gescheiden rijbanen en ventwegen: welke uitspraak is juist?
  60. Over Eenrichtingswegen, smalle enkelbaanswegen, gescheiden rijbanen en ventwegen: welke uitspraak is FOUT?
  61. Over Eenrichtingswegen, smalle enkelbaanswegen, gescheiden rijbanen en ventwegen: welke uitspraak is FOUT?
  62. Op de smalle eenrichtingsstraat in Beuningen komt een parkeervak vrij, precies groot genoeg om achterwaarts in te rijden
  63. Op de smalle brug bij Bennekom rijdt u in de richting van de rode pijl van bord F5. Een tegenligger nadert vanaf de over
  64. Stelling: rechts houden op een landweggetje bij Bennekom betekent dat u zo dicht mogelijk langs de berm rijdt.
  65. Op het landweggetje bij Bennekom ligt een omgevallen tak op uw eigen weghelft. Geen bord in zicht. Een tegenligger nader
  66. Stelling: de uitwijkregel voor obstakels (wie het obstakel op zijn weghelft heeft, stopt) geldt alleen als er een bord F
  67. Welke van de volgende beschrijvingen van bord F5-F6 zijn juist? (kies alle die van toepassing zijn)
  68. Op het landweggetje bij Bennekom is de weg te smal voor uw auto en een tegenligger tegelijk, en er staat geen enkel bord
  69. Rijd je in de richting van de rode pijl, dan moet je stoppen; rijd je in de richting van de witte pijl, dan mogen de teg
  70. Over Rechts houden, rijbaanversmalling (F5/F6) en obstakels: welke uitspraak is FOUT?
  71. Op de smalle brug bij Bennekom rijdt u in de richting van de rode pijl van bord F5. Een tegenligger nadert vanaf de over
  72. Bij de grens naar Aken zegt een bijrijder: 'De A76 is een A-weg, dus kan hij nooit ook een E-weg zijn.' Klopt dat?
  73. U rijdt bij Landgraaf op een brede weg met twee rijstroken per richting. Langs de weg staat een geel bordje met 'N276'.
  74. Welke uitspraken over de borden K3 en K4 kloppen volgens het boek? (meerdere antwoorden mogelijk)
  75. U rijdt buiten de bebouwde kom bij Simpelveld. Op het midden van de rijbaan ligt een dubbele doorgetrokken streep met ee
  76. Langs een '60 km-weg' (herkenbaar aan de markering) staat geen maximumsnelheidsbord en geen zonebord. Welke maximumsnelh
  77. U rijdt op de autosnelweg bij Landgraaf en wilt pauzeren. Voordat u afslaat, wilt u weten of er op de volgende verzorgin
  78. Over Bewegwijzering: E/A/N-wegen, K-borden en wegmarkering met snelheidsinformatie: welke uitspraak is juist?
  79. Een N-weg is een Nederlandse hoofdverkeersweg die géén autosnelweg is.
  80. K4 is de hoge beslissingswegwijzer met rijstrook- en aftakkingspaneel; K3 is de wegwijzer naar een verzorgingsplaats met
  81. Over Bewegwijzering: E/A/N-wegen, K-borden en wegmarkering met snelheidsinformatie: welke uitspraak is FOUT?
  82. Over Bewegwijzering: E/A/N-wegen, K-borden en wegmarkering met snelheidsinformatie: welke uitspraak is FOUT?
  83. Over Bewegwijzering: E/A/N-wegen, K-borden en wegmarkering met snelheidsinformatie: welke uitspraak is FOUT?
  84. Op een weg bij Simpelveld ziet u aan de zijkant van de rijbaan een onderbroken streep, zonder suggestiestrook, en geen e
  85. Welke kenmerken horen volgens het boek bij een erftoegangsweg? (meerdere antwoorden mogelijk)
  86. Bij de oprit van de A76 zegt een bijrijder: 'Een stroomweg is gewoon een ander woord voor autosnelweg; een gewone autowe
  87. In Sittard-Geleen rijdt u binnen de bebouwde kom op een weg met gelijkvloerse kruisingen die het stedelijk gebied ontslu
  88. U rijdt een smal straatje in Bemelen in. Er is geen middenstreep en geen apart fietspad; een fietser en een voetganger b
  89. Wat is volgens het boek de maximumsnelheid buiten de bebouwde kom op een gebiedsontsluitingsweg (in km/u)?
  90. Een rijinstructeur zegt: 'Categorie-bewust rijden is vooral belangrijk op de stroomweg; op de andere twee wegcategorieën
  91. Over Wegcategorieën: stroom-, ontsluitings- en erftoegangswegen: welke uitspraken zijn juist? (meerdere antwoorden mogel
  92. Binnen de bebouwde kom is de snelheid op een gebiedsontsluitingsweg 50 km/u ÓF 70 km/u, buiten de bebouwde kom 80 km/u.
  93. Over Wegcategorieën: stroom-, ontsluitings- en erftoegangswegen: welke uitspraak is FOUT?
App