Wegen & weggedeelten

Op de smalle brug bij Bennekom rijdt u in de richting van de rode pijl van bord F5. Een tegenligger nadert vanaf de overkant. Wie moet stoppen?

U stopt, de tegenligger mag doorrijden
De tegenligger stopt, u mag doorrijden

Uitleg

Niet waar — val: kleuren verwisseld. Rijdt u richting de rode pijl, dan stopt u; de witte-pijl-kant mag door (Boek p.60).

Oefen deze vraag in de app