Rijmanoeuvres

Over Weven en ritsen: wie laat wie voor, en de 300/50-meterregel: welke uitspraak is FOUT?

De afspraak is dat elke bestuurder op de doorgaande rijstrook telkens ÉÉN bestuurder van de gestremde rijstrook voor laat gaan — niet twee of meer achter elkaar.
Gebruik alle beschikbare ruimte tot de versmalling: op 300 m snelheid aanpassen, pas op circa 50 m daadwerkelijk invoegen.
Bij ritsen hoeft u uw snelheid pas aan te passen vlak bij de versmalling zelf; de 300 meter ervoor kunt u gewoon blijven rijden zoals u deed.
Omdat invoegers langzamer rijden en meer ruimte en overzicht hebben, is het juist andersom: invoegers laten de uitvoegers voor laten gaan.

Uitleg

val: de vroege aanpassingsfase overgeslagen. Boek p.155 - al op ongeveer 300 meter voor de versmalling past u uw snelheid aan aan het aangrenzende verkeer; pas op circa 50 meter voegt u daadwerkelijk in

Oefen deze vraag in de app