Alle hoofdstukken

Rijmanoeuvres

Chapter h07_manoeuvres

Vragen (105)

  1. U rijdt op een brede weg door Groningen en wilt linksaf. Een tegenligger wil op hetzelfde kruispunt ook linksaf, zonder
  2. Stelling: 'links om links' geldt altijd wanneer twee tegenliggers allebei linksaf willen, zonder enige uitzondering.
  3. Bij welke situaties geldt 'links om links' NIET als twee tegenliggers allebei linksaf willen? (meerdere antwoorden mogel
  4. Op een kruispunt in Zwolle wilt u linksaf. Een tegenligger komt rechtdoor aanrijden op de rijstrook naast u, terwijl een
  5. U slaat op een kruispunt in Zwolle linksaf een gewone tweerichtingsstraat in. Er komt geen tegenligger. Hoe neemt u de b
  6. In Zwolle bereidt u zich voor op links afslaan. U heeft de spiegels gecheckt en let op de tegenligger, maar kijkt niet m
  7. Over Links afslaan: ruime bocht, drie uitzonderingen op 'links om links': welke uitspraak is juist?
  8. Bij links afslaan neemt u de bocht juist ruim, zodat u uitkomt op de rechterweghelft van de weg die u inrijdt, en snijdt
  9. Over Links afslaan: ruime bocht, drie uitzonderingen op 'links om links': welke uitspraak is FOUT?
  10. Op een brede weg in Groningen wilt u linksaf; een tegenligger wil ook linksaf, maar heeft al duidelijk positie gekozen o
  11. U rijdt door Nijmegen en wilt rechtsaf slaan. Wat is de juiste volgorde van handelen?
  12. In Apeldoorn wilt u rechtsaf slaan een winkelstraat in. Wie moet u voor laten gaan? (meerdere antwoorden mogelijk)
  13. Stelling: bij rechtsaf slaan neemt u de bocht net zo ruim als bij links afslaan, om de hoek comfortabel te nemen.
  14. Op een kruispunt in Groningen heeft u groen licht en wilt rechtsaf. Een bromfietser rijdt rechtdoor op de fietsstrook re
  15. In Groningen wilt u bij groen licht rechtsaf een smalle straat in. Rechts naast u rijdt een fietser op de fietsstrook re
  16. In een woonwijk bij Nijmegen wilt u rechtsaf een zijstraat in. Rechts naast de rijbaan ligt een fietsstrook. U heeft al
  17. Het boek noemt expliciet fietsers, snorfietsers en bromfietsers op een fietsstrook of vrijliggend fiets-/bromfietspad, e
  18. In Nijmegen wilt u rechtsaf slaan. Op de fietsstrook rechts van u rijdt een bromfietser rechtdoor, en op het zebrapad er
  19. Het boek zegt dat u bij het wegrijden op een helling moet voorkomen dat de auto 'achteruit rolt of afslaat'. Wat beteken
  20. Welke bedieningen noemt het boek als u moet gebruiken om veilig weg te rijden op een helling? (meerdere antwoorden mogel
  21. Stelling: het enige echte risico bij een hellingproef is dat de auto achteruit rolt; een stilvallende motor is niet geva
  22. U staat stil op een steile, oplopende weg in Apeldoorn, met de parkeerrem aan. Vlak achter u staat een auto. U wilt wegr
  23. U staat met een auto met handgeschakelde versnellingsbak voor een rood licht op een oplopende brug in Apeldoorn. Het lic
  24. Tijdens een rijles staat u stil op een helling in Apeldoorn. Uw instructeur zegt: 'Zorg dat de auto hier niet afslaat.'
  25. Over Hellingproef: twee risico's, één gecoördineerde bediening: welke uitspraken zijn juist? (meerdere antwoorden mogeli
  26. Het boek zegt dat u bij een hellingproef moet voorkomen dat de auto 'achteruit rolt of afslaat'. Wat betekent 'afslaat'
  27. Stelling: tijdens het keren op een smalle straat in Apeldoorn hoeft u een naderende fietser niet voor te laten gaan, omd
  28. Op welke twee manieren mag u keren volgens het boek?
  29. Welke van de volgende zijn officiële parkeermanieren voor het examen, volgens het boek? (meerdere antwoorden mogelijk)
  30. In Apeldoorn parkeert u langzaam achteruit in een vak, terwijl een voetganger achter uw auto wil oversteken. U rijdt bij
  31. U bent in Apeldoorn bezig met steken om te keren op een smalle straat, en een auto nadert van achteren. Wat is juist vol
  32. Een instructeur in Apeldoorn zegt: 'Bijzondere manoeuvres zijn vooral techniek — voorrang komt daarna wel.' Klopt dit me
  33. Er zijn vier manieren van parkeren die je tijdens het examen moet kunnen uitvoeren: vooruit in een vak parkeren, achteru
  34. Over Keren en parkeren: bijzondere manoeuvres met voorrang die niet verandert: welke uitspraak is FOUT?
  35. Je kunt in het verkeer op twee manieren keren: door het uitvoeren van een halve draai en door middel van steken; beide m
  36. Over Keren en parkeren: bijzondere manoeuvres met voorrang die niet verandert: welke uitspraak is FOUT?
  37. In Apeldoorn bent u bezig met steken om te keren op een smalle straat. Een fietser nadert. Wat doet u?
  38. Bij Hoedekenskerke rijdt u 80 km/u achter een voorligger van 25 km/u. Hoeveel meter inhaalafstand heeft u nodig volgens
  39. Wat is de juiste volgorde om de dode hoek te controleren vóór het inhalen (Boek p.143)?
  40. Stelling: de regel van minimaal 1,5 meter zijdelingse afstand bij het inhalen van fietsers en voetgangers geldt alleen b
  41. Bij Sluiskil rijdt u 80 km/u achter een voorligger die 25 km/u rijdt; om hem in te halen had u ongeveer 87 meter nodig.
  42. Welke uitspraken over inhalen kloppen? (meerdere antwoorden mogelijk)
  43. Bij Hulst rijdt u 90 km/u op een enkelbaansweg achter een bestelbus van 70 km/u. U wilt inhalen en heeft net uw binnensp
  44. Over Inhaalafstand berekenen: de 60-formule en de dode hoek: welke uitspraken zijn juist? (meerdere antwoorden mogelijk)
  45. Ook op de autosnelweg mag de manoeuvre niet langer duren dan noodzakelijk is, en mag u de maximumsnelheid niet overschri
  46. Over Inhaalafstand berekenen: de 60-formule en de dode hoek: welke uitspraak is FOUT?
  47. Over Inhaalafstand berekenen: de 60-formule en de dode hoek: welke uitspraak is FOUT?
  48. Bij Ellewoutsdijk rijdt u 80 km/u achter een tractor van 60 km/u en wilt u inhalen na alleen even in uw linkerbuitenspie
  49. Bij Kapelle ziet u een rond bord met een zwarte auto die een rode auto inhaalt. Welke kleur heeft de rand van dit bord?
  50. Stelling: bij het bord F1 (verboden in te halen) bij Wolphaartsdijk mag u ook geen landbouwvoertuig inhalen.
  51. Bij Kortgene nadert u op een weg met twee rijstroken een rotonde. Er staat geen inhaalverbodsbord, er is geen file en de
  52. Welke uitspraken over inhaalverboden kloppen? (meerdere antwoorden mogelijk)
  53. Hoeveel met naam genoemde uitzonderingen op de regel 'links inhalen' staan er in het boek (p.141)?
  54. Bij Colijnsplaat nadert u een rond bord met een rode rand en een wit vlak, met een zwarte auto die een rode auto inhaalt
  55. Over Inhalen: het F1-bord en de vijf uitzonderingen op links-inhalen: welke uitspraken zijn juist? (meerdere antwoorden
  56. Over Inhalen: het F1-bord en de vijf uitzonderingen op links-inhalen: welke uitspraak is juist?
  57. Over Inhalen: het F1-bord en de vijf uitzonderingen op links-inhalen: welke uitspraak is FOUT?
  58. Vlak voor of op een voetgangersoversteekplaats is inhalen ALTIJD verboden, ook zonder inhaalverbodsbord.
  59. Over Inhalen: het F1-bord en de vijf uitzonderingen op links-inhalen: welke uitspraak is FOUT?
  60. Bij een gecombineerde streep mag u inhalen als de ONDERBROKEN streep aan uw kant ligt; alleen als de doorgetrokken stree
  61. Bij Yerseke rijdt u op een weg met een doorgetrokken streep tussen de rijstroken. Een fietser met bagage rijdt langzaam
  62. Bij Aardenburg rijdt u de invoegstrook op. Al na een paar meter ziet u een gat tussen twee vrachtwagens op de doorgaande
  63. Stelling: bestuurders op de doorgaande rijbaan bij Sluis zijn wettelijk verplicht om naar links te gaan zodra u wilt inv
  64. Bij Retranchement is de invoegstrook zo kort dat u er niet genoeg snelheid op kunt maken. Op de doorgaande rijbaan is he
  65. Welke uitspraken over invoegen en uitvoegen kloppen? (meerdere antwoorden mogelijk)
  66. Op hoeveel meter voor het begin van de uitrijstrook geeft u ongeveer richting aan, gebruikmakend van de groene hectomete
  67. Bij Cadzand rijdt u op de uitrijstrook, rechts van de blokmarkering, achter een langzaam rijdende bestuurder op de doorg
  68. Over Invoegen en uitvoegen: 2/3 van de strook en de 300-meterregel: welke uitspraak is FOUT?
  69. Gebruik altijd ongeveer 2/3 van de invoegstrook om op snelheid te komen, ook als u eerder zou kunnen invoegen.
  70. Geef richting aan op ongeveer 300 meter voor het begin van de uitrijstrook, met de groene hectometerpaaltjes als hulpmid
  71. Over Invoegen en uitvoegen: 2/3 van de strook en de 300-meterregel: welke uitspraak is FOUT?
  72. Bij IJzendijke staat u op een korte invoegstrook en kunt u niet voldoende snelheid maken voordat de strook eindigt. Wat
  73. Bij Oostkapelle ontmoeten een invoeger en een uitvoeger elkaar in het weefvak. Wie laat, in de praktijk, wie voorgaan?
  74. Bij Domburg ziet u een bord: uw rijstrook eindigt over 500 meter door wegwerkzaamheden. Op de rijstrook naast u rijdt he
  75. Stelling: bij ritsen mogen bij Westkapelle meerdere bestuurders van de gestremde rijstrook achter elkaar invoegen voorda
  76. Welke uitspraken over ritsen kloppen? (meerdere antwoorden mogelijk)
  77. Bij Aagtekerke eindigt uw rijstrook over 300 meter. Het verkeer op de strook ernaast rijdt langzaam en dicht op elkaar.
  78. Op ongeveer hoeveel meter voor de versmalling voegt u bij ritsen daadwerkelijk in, zonder af te remmen (in meters)?
  79. Over Weven en ritsen: wie laat wie voor, en de 300/50-meterregel: welke uitspraak is juist?
  80. Over Weven en ritsen: wie laat wie voor, en de 300/50-meterregel: welke uitspraak is FOUT?
  81. Al op ongeveer 300 meter voor de versmalling past u uw snelheid aan aan het aangrenzende verkeer; pas op circa 50 meter
  82. Over Weven en ritsen: wie laat wie voor, en de 300/50-meterregel: welke uitspraak is FOUT?
  83. Over Weven en ritsen: wie laat wie voor, en de 300/50-meterregel: welke uitspraak is FOUT?
  84. Omdat invoegers langzamer rijden en meer ruimte en overzicht hebben, is het juist andersom: invoegers laten de uitvoeger
  85. Bij Serooskerke ziet u al op ruime afstand dat uw rijstrook eindigt vanwege wegwerkzaamheden. Wat doet u het beste?
  86. U staat rechts geparkeerd langs de weg in Alkmaar en wilt wegrijden. Zet de vier stappen in de juiste volgorde.
  87. Bij een bouwmarkt in Apeldoorn staat u rechts geparkeerd. U heeft de binnenspiegel en de linkerbuitenspiegel gecheckt en
  88. Stelling: als u vroegtijdig richting aangeeft voordat u wegrijdt, is dat altijd veiliger dan pas op het laatste moment a
  89. Op een zaterdagochtend staat u rechts geparkeerd tegenover een Lidl in Leeuwarden. U kijkt eerst links naast u (dodehoek
  90. U staat geparkeerd bij een Albert Heijn in Alkmaar en heeft net op tijd (vlak voor vertrek) richting aangegeven. Een fie
  91. U bent laat voor een afspraak en staat rechts geparkeerd bij een Kwantum in Apeldoorn. U overweegt meteen richting aan t
  92. De volgorde eindigt expliciet met 'als laatste links naast je'; die blik dekt precies het gebied dat geen spiegel toont.
  93. Richting aangeven is een aankondiging, geen voorrangsrecht: u moet het overige verkeer voor laten gaan en mag geen gevaa
  94. Over Wegrijden vanaf de kant: spiegels, dodehoek, dan pas richting: welke uitspraak is FOUT?
  95. Over Wegrijden vanaf de kant: spiegels, dodehoek, dan pas richting: welke uitspraak is FOUT?
  96. U staat rechts geparkeerd in een woonwijk bij Alkmaar en wilt wegrijden. U heeft in de binnenspiegel en de linkerbuitens
  97. Waaraan herken je welke rijstrook je moet kiezen om voor te sorteren?
  98. U staat voor een kruising op de strook rechtdoor en ziet dat de strook naar links er vlak naast ligt, gescheiden door ee
  99. Vlak voor de kruising merkt u dat u op de strook rechtdoor staat, terwijl u linksaf moet. Tussen de stroken staat een do
  100. U nadert een kruising met voorsorteervakken en ziet ruim van tevoren dat u naar de strook links moet. Er rijdt verkeer n
  101. Op jouw strook staat één pijl, die alleen rechtdoor wijst. Hoeveel richtingen mag je vanaf die strook rijden?
  102. Voorsorteren moet ruim van tevoren; te laat wisselen of over een doorgetrokken streep is gevaarlijk en niet toegestaan.
  103. Bij voorsorteren hoef je geen richting aan te geven.
  104. Over Voorsorteren: tijdig de juiste rijstrook kiezen: welke uitspraak is FOUT?
  105. Over Voorsorteren: tijdig de juiste rijstrook kiezen: welke uitspraak is FOUT?
App