Alle hoofdstukken

Andere weggebruikers

Chapter h08_weggebruikers

Vragen (44)

  1. Op een weg buiten Apeldoorn is geen fiets- of bromfietspad aanwezig; een bromfietser moet op de rijbaan rijden. Wat is d
  2. Bij Leeuwarden rijdt een snorfietser voor u uit op het verplichte fietspad naast de weg, eerst binnen en daarna buiten d
  3. Op een provinciale weg bij Emmen haalt u een fietser in. Welke zijdelingse afstand (in meter) houdt u minimaal aan?
  4. Bij een kruispunt in Nijmegen wilt u rechtsaf slaan. Vlak voor het afslaan werpt u één blik in uw rechter buitenspiegel:
  5. Bij Venlo rijdt u achter een fietser zonder enig bordje op de bagagedrager. Stelling: omdat er geen bordje zichtbaar is,
  6. U rijdt in Ede op de rijbaan en wilt verderop rechtsaf slaan. Rechts naast u, op het fietspad, rijdt een fietser op een
  7. Over Kwetsbare fietsers, snorfietsers en bromfietsers: welke uitspraak is juist?
  8. Een snorfietser mag maximaal 25 km/u, binnen én buiten de bebouwde kom — één vast getal, geen 30/40/45-onderscheid zoals
  9. Over Kwetsbare fietsers, snorfietsers en bromfietsers: welke uitspraak is FOUT?
  10. Bij Zutphen rijdt een snorfietser voor u op het verplichte fietspad. Welke maximumsnelheid geldt voor deze snorfietser?
  11. In het centrum van Groningen nadert u een zebrapad. Een jongen met zijn telefoon in de hand loopt naar het zebrapad en b
  12. Bij een zebrapad staat een voetganger die wil oversteken. In welke van deze situaties hoeft de naderende bestuurder hem
  13. U rijdt stapvoets door een straat in Leeuwarden met een basisschool en een speelterrein. Tussen twee geparkeerde auto's
  14. Op een drukke winkelstraat in Deventer raakt u met uw auto een fietser. Stelling: als automobilist bent u bij zo'n aanri
  15. Bij een oversteekplaats in Apeldoorn ziet u een oudere man langzaam de stoeprand naderen. Hij kijkt niet direct uw kant
  16. In een woonstraat in Emmen loopt een voetganger met zijn blik op zijn telefoon over de stoep richting de rand van de rij
  17. Over Kwetsbare voetgangers: kinderen, ouderen en voorrang op de oversteekplaats: welke uitspraak is juist?
  18. Deze groep heeft vaak een beperkt waarnemings- en reactievermogen, merkt jou pas laat op, en heeft voor handelingen als
  19. De voorrang geldt met uitzonderingen: militaire kolonne, uitvaartstoet en rood voetgangerslicht of geel knipperlicht.
  20. Over Kwetsbare voetgangers: kinderen, ouderen en voorrang op de oversteekplaats: welke uitspraak is FOUT?
  21. Over Kwetsbare voetgangers: kinderen, ouderen en voorrang op de oversteekplaats: welke uitspraak is FOUT?
  22. Bij een oversteekplaats in Doetinchem rijdt een uitvaartstoet voorbij, precies op het moment dat een voetganger wil over
  23. Bij Coevorden rijdt u op een weg waar 80 km/u geldt achter een tractor die ongeveer 35 km/u rijdt. U vraagt zich af of d
  24. Op de weg bij Elburg rijdt u al een tijdje achter een tractor met een hoog geladen aanhangwagen. Stelling: zodra er een
  25. Op een landweg bij Winterswijk rijdt u achter een tractor met een hoog geladen bietenwagen. Even later passeert u op het
  26. Bij de Plus-supermarkt aan de rand van Steenwijk rijdt u een geleider met twee trekpaarden voorbij op een smalle weg. Ho
  27. Buiten Gramsbergen rijdt u achter een tractor met een hoog geladen aanhangwagen. De tractor zet zijn rechter richtingaan
  28. Welke uitspraken over het risicoprofiel van landbouwverkeer zijn juist volgens het boek? (meerdere antwoorden mogelijk)
  29. Bij landbouwverkeer werken verlichting, richtingaanwijzers en remlichten lang niet altijd; reken er dus niet blind op da
  30. Het boek noemt letterlijk twee klassen: bepaalde landbouwvoertuigen maximaal 25 km/u, andere maximaal 40 km/u.
  31. Over Landbouwvoertuigen, ruiters en vee: welke uitspraak is FOUT?
  32. Over Landbouwvoertuigen, ruiters en vee: welke uitspraak is FOUT?
  33. Bij de Agrifirm-vestiging aan de rand van Hardenberg rijdt u achter een tractor met vier balen stro hoog opgestapeld. Op
  34. Op de N-weg bij Genemuiden ziet u in uw spiegel een voertuig met een geel zwaailicht achter u naderen. Wat doet u?
  35. Bij Rijschool De Vries in Tubbergen ziet u een lesauto met L-bord wat schokkerig optrekken bij een kruispunt. Stelling:
  36. Op de doorgaande weg bij Dalfsen rijdt u in de rechterrijstrook van twee rijstroken. Een motorrijder rijdt al enige tijd
  37. Welke uitspraken over de brommobiel zijn juist volgens het boek? (meerdere antwoorden mogelijk)
  38. Bij de HEMA in Vroomshoop ziet u verderop een auto waarvan de vier richtingaanwijzers tegelijk knipperen. Wat doet u?
  39. Op de rondweg bij Barneveld nadert van achteren een breed werkvoertuig van de gemeente met een geel zwaailicht. U moet h
  40. Brommobielen moeten de verkeersregels voor personenauto's volgen en rijden dus op de rijbaan, tussen het 'snelle verkeer
  41. Over Motorrijders, lesvoertuigen en brommobielen: welke uitspraak is juist?
  42. Over Motorrijders, lesvoertuigen en brommobielen: welke uitspraak is FOUT?
  43. Over Motorrijders, lesvoertuigen en brommobielen: welke uitspraak is FOUT?
  44. Bij Raalte, op de weg naar het centrum, ziet u een breed landbouwwerktuig met een GEEL zwaailicht voor u rijden. Moet u
App