In het centrum van Groningen nadert u een zebrapad. Een jongen met zijn telefoon in de hand loopt naar het zebrapad en blijft aan de stoeprand staan, met zijn gezicht naar de overkant. Wat doet u?
U rijdt door, want hij staat nog op de stoep
U remt af en laat hem eerst oversteken
U rijdt door, want hij heeft u vast al gezien
Uitleg
Niet waar — u wacht tot hij de rijbaan op stapt. U laat een voetganger voorgaan die op een zebra oversteekt of duidelijk op het punt staat dat te doen; wie wacht tot de voet op de weg staat, heeft geen remweg meer (Boek p.127).