Over Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan: welke uitspraak is juist?
- Bij geel licht moet u altijd stoppen, ook als u het kruispunt al te dicht genaderd bent om nog veilig te kunnen remmen.
- Bij groen licht mag u het kruispunt altijd oprijden, ook als het aan de overkant al vol staat met stilstaand verkeer.
- Het fietslicht geldt voor fietsers, bromfietsers op een fiets/bromfietspad en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, niet voor het overige verkeer.
- Een verlichte pijl in het verkeerslicht geldt voor alle rijrichtingen op die rijstrook, niet alleen voor de richting die de pijl aanwijst.
Toon het antwoord
Juiste antwoord: Het fietslicht geldt voor fietsers, bromfietsers op een fiets/bromfietspad en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, niet voor het overige verkeer.
Het fietslicht geldt voor fietsers, bromfietsers op een fiets/bromfietspad en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, niet voor het overige verkeer. De automobilist volgt zijn eigen licht
Waarom dit vaak fout gaat: Bij geel licht moet u altijd stoppen, ook als u het kruispunt al te dicht genaderd bent om nog veilig te kunnen remmen.