Kern: Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan
De geel-uitzondering geldt uitsluitend voor bestuurders die het teken al zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer kan — dat is een veiligheidsklep, geen vrijbrief om altijd door te scheuren. Een verlichte pijl beperkt het licht tot precies die richting: rijdt u rechtdoor terwijl alleen de linksafpijl groen is, dan geldt dat groen niet voor u. Een verlichte fietsafbeelding geldt op zijn beurt alleen voor fietsers, bromfietsers op een fiets/bromfietspad en gehandicaptenvoertuigen — niet voor auto's. Groen geeft geen recht om een bezet kruispunt in te rijden: bestuurders mogen een kruispunt niet blokkeren, ook niet bij groen. En het driekleurige licht wint van een voorrangsteken zoals haaientanden of een B-bord, zodra het licht in werking is.
Vragen over dit onderdeel
Alle onderdelen van dit onderwerp
- Uitdaging: Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan
- Het model: Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan
- Waarom dit telt: Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan
- Test jezelf: Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan
- Leg het uit: Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan
- Onthoud: Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan