Uitdaging
Bijna iedereen zegt: 'rood is rood, ik stop.' De CBR-examenmaker weet dat u zo bent getraind — en test precies die reflex. Vier soorten tekens kunnen elkaar tegenspreken: een aanwijzing, een licht, een verkeersteken, een verkeersregel. Er is een vaste volgorde van wie wint; ken die volgorde, en 'rood is rood' wordt geen valstrik meer.
Lees dit onderdeel apart: Uitdaging: De rangorde: wie wint als tekens elkaar tegenspreken
Het model
De echte rangorde heeft vier niveaus (RULINGS.md R-h03-1, LAW-VERIFIED): aanwijzingen van een agent of verkeersregelaar gaan boven verkeerslichten; verkeerslichten gaan boven verkeerstekens die de voorrang regelen; verkeerstekens gaan boven de gewone verkeersregels.
Lees dit onderdeel apart: Het model: De rangorde: wie wint als tekens elkaar tegenspreken
Kern
De tweede trede heeft een grens die vaak wordt vergeten: een verkeerslicht wint alleen van een verkeersteken dat de voorrang regelt — dus van haaientanden of een B-bord. Een geslotenverklaring of een maximumsnelheidsbord ernaast blijft gewoon gelden, licht of geen licht. De derde trede laat een bord of markering winnen van de kale verkeersregel: een voorrangsbord overstemt de rechts-regel. Zonder bord, licht of aanwijzing valt u terug op die onderste trede — nooit op 'geen regel'. Boek p.57-58 geeft twee werkvoorbeelden die deze volgorde bevestigen: wie bij groen oprijdt, hoeft geen voorrang te geven aan wie op datzelfde kruispunt door rood rijdt (licht wint van bord/regel); en een aanwijzing van een verkeersregelaar overstemt op haar beurt zelfs een rood licht.
Lees dit onderdeel apart: Kern: De rangorde: wie wint als tekens elkaar tegenspreken
Waarom dit telt
Misgokken op deze rangorde is gevaarlijk in twee richtingen: te veel vertrouwen op een kapot licht terwijl een agent u tegenhoudt, of juist een verkeersregelaar bij wegwerkzaamheden negeren omdat 'het licht toch groen was'. Bij een omgevallen verkeerslicht na een storm bij Enschede is de rangorde het enige dat bepaalt wie voorgaat: eerst wie er ter plekke aanwijzingen geeft, anders het bord, anders de rechts-regel.
Lees dit onderdeel apart: Waarom dit telt: De rangorde: wie wint als tekens elkaar tegenspreken
Bron: RVV 1990 art. 15 · RVV 1990 art. 62 · RVV 1990 art. 63 · RVV 1990 art. 64 · RVV 1990 art. 82 · RVV 1990 art. 84 · gecontroleerd 2026-10-22
Veelgestelde vragen
‘Een verkeerslicht gaat altijd boven elk verkeersbord, ook als dat bord iets heel anders regelt dan voorrang (zoals een geslotenverklaring of een maximumsnelheid)’ – klopt dat?
Nee. Een verkeerslicht gaat alleen boven verkeerstekens die de voorrang regelen (B-borden, haaientanden). Een geslotenverklaring (bord C) of een maximumsnelheidsbord blijft gewoon gelden naast het licht
‘Een voorrangsbord (bijvoorbeeld haaientanden of bord B6) gaat boven een verkeerslicht als de twee elkaar tegenspreken’ – klopt dat?
Nee. Het is precies andersom: het verkeerslicht wint van het voorrangsteken. Rijdt u bij groen op, dan hoeft u geen voorrang te geven aan wie op dat kruispunt door rood rijdt
‘Bij groen licht mag u altijd doorrijden, ook als een verkeersregelaar juist een stopgebaar geeft’ – klopt dat?
Nee. Aanwijzingen van een bevoegde en herkenbare verkeersregelaar gaan boven elk verkeerslicht, ook boven groen. U volgt de regelaar, niet het licht
‘Als er geen bord en geen werkend verkeerslicht op een kruispunt staat, geldt er geen voorrangsregel — bestuurders moeten dan onderling afspreken wie voorgaat’ – klopt dat?
Nee. Vallen alle tekens en lichten weg (bijv. een kapot verkeerslicht zonder bord ernaast), dan geldt automatisch de onderste trede: de rechts-regel. Geen teken betekent nooit 'geen regel'
‘Een verkeersteken (zoals een doorgetrokken streep op het wegdek) mag nooit worden genegeerd, zelfs niet op aanwijzing van een bevoegde verkeersregelaar’ – klopt dat?
Nee. Aanwijzingen gaan boven verkeerstekens EN verkeersregels, zonder uitzondering voor wegdektekens. Een verkeersregelaar mag u dus over een doorgetrokken streep laten rijden bij een omleiding