Theory Mastery

Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan

Wat het examen hier vraagt: Iedereen leert 'geel is stoppen' als absolute regel, en trapt daarom soms juist te hard op de rem.

14 minuten · 7 onderdelen · 14 vragen

De valkuil

Veel cursisten denken: Bij geel licht moet u altijd stoppen, ook als u het kruispunt al te dicht genaderd bent om nog veilig te kunnen remmen.

De regel is: Stoppen bij geel is de hoofdregel, MAAR wie het teken zo dicht genaderd is dat stoppen redelijkerwijs niet meer kan, mag doorrijden. Een noodstop veroorzaken is geen vereiste

Uitdaging

Iedereen leert 'geel is stoppen' als absolute regel, en trapt daarom soms juist te hard op de rem. De wet zelf voorziet in precies dit moment: er is een uitzondering, maar ze geldt alleen als stoppen echt niet meer veilig kan — niet zodra het u even ongemakkelijk uitkomt.

Lees dit onderdeel apart: Uitdaging: Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan

Het model

Groen: doorgaan. Geel: stop — tenzij u te dichtbij bent om nog veilig te stoppen. Rood: stop.. Een geel knipperlicht is iets anders: dat waarschuwt alleen voor een gevaarlijk punt en regelt geen voorrang.

Lees dit onderdeel apart: Het model: Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan

Kern

De geel-uitzondering geldt uitsluitend voor bestuurders die het teken al zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer kan — dat is een veiligheidsklep, geen vrijbrief om altijd door te scheuren. Een verlichte pijl beperkt het licht tot precies die richting: rijdt u rechtdoor terwijl alleen de linksafpijl groen is, dan geldt dat groen niet voor u. Een verlichte fietsafbeelding geldt op zijn beurt alleen voor fietsers, bromfietsers op een fiets/bromfietspad en gehandicaptenvoertuigen — niet voor auto's. Groen geeft geen recht om een bezet kruispunt in te rijden: bestuurders mogen een kruispunt niet blokkeren, ook niet bij groen. En het driekleurige licht wint van een voorrangsteken zoals haaientanden of een B-bord, zodra het licht in werking is.

Lees dit onderdeel apart: Kern: Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan

Waarom dit telt

Verkeerd inschatten van geel is gevaarlijk in twee richtingen: te laat remmen veroorzaakt een noodstop en een kop-staartbotsing achter u; te vroeg doorrijden bij een licht dat al te lang op geel staat, kost u een boete én zet u midden in een kruispunt dat net op rood springt voor het kruisende verkeer bij een drukke rotonde in Alkmaar.

Lees dit onderdeel apart: Waarom dit telt: Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan

Test jezelf

Terug op de Oude Delft: het licht springt op geel terwijl u twee meter van de stopstreep bent, 50 km/u. Wat is juist?

Lees dit onderdeel apart: Test jezelf: Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan

Leg het uit

Leg uit: wat betekenen groen, geel en rood, wat is de uitzondering bij geel, en waarom regelt een geel knipperlicht geen voorrang?

Lees dit onderdeel apart: Leg het uit: Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan

Onthoud

Groen: ga (niet blokkeren). Geel: stop, tenzij te dichtbij. Rood: stop. Pijl of fiets in het licht = alleen voor die richting/doelgroep. Geel knipperlicht = waarschuwing, geen voorrang.

Lees dit onderdeel apart: Onthoud: Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan

Bron: RVV 1990 art. 14 · RVV 1990 art. 68 · RVV 1990 art. 75 · gecontroleerd 2026-10-22

In beeld

Het driekleurige verkeerslicht (RVV art. 68)OnderwerpRegelRoodRoodstop (art. 68 lid 1 onder c)GeelGeelstop — tenzij al te dichtbij om veilig te stoppen (art. 68 lid 1 onder b)GroenGroendoorgaan, maar het kruispunt niet blokkeren (art. 68 lid 1 onder a + art. 14)Geel knipperlichtGeel knipperlichtgevaarlijk punt, voorzichtigheid — regelt geen voorrang (art. 75)
Waar u op let: Rood: stop. Geel: stop (tenzij te dichtbij). Groen: doorgaan. Geel knipperlicht: waarschuwing, geen voorrang. Pijl: geldt alleen voor die richting.

Borden en wetsartikelen

Test jezelf

Op de Oude Delft in Delft springt het licht op geel net op het moment dat u nog maar twee meter van de stopstreep verwijderd bent en al 50 km/u rijdt. Vol remmen zou een noodstop betekenen. Wat doet u?

Toon het antwoord

Groen: doorgaan. Geel: stop — tenzij u te dichtbij bent om nog veilig te stoppen. Rood: stop.. Een geel knipperlicht is iets anders: dat waarschuwt alleen voor een gevaarlijk punt en regelt geen voorrang.

Examenvragen over dit onderwerp

Over Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan: welke uitspraak is juist?

  1. Bij geel licht moet u altijd stoppen, ook als u het kruispunt al te dicht genaderd bent om nog veilig te kunnen remmen.
  2. Bij groen licht mag u het kruispunt altijd oprijden, ook als het aan de overkant al vol staat met stilstaand verkeer.
  3. Het fietslicht geldt voor fietsers, bromfietsers op een fiets/bromfietspad en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, niet voor het overige verkeer.
  4. Een verlichte pijl in het verkeerslicht geldt voor alle rijrichtingen op die rijstrook, niet alleen voor de richting die de pijl aanwijst.
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Het fietslicht geldt voor fietsers, bromfietsers op een fiets/bromfietspad en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, niet voor het overige verkeer.

Het fietslicht geldt voor fietsers, bromfietsers op een fiets/bromfietspad en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, niet voor het overige verkeer. De automobilist volgt zijn eigen licht

Waarom dit vaak fout gaat: Bij geel licht moet u altijd stoppen, ook als u het kruispunt al te dicht genaderd bent om nog veilig te kunnen remmen.

Open deze vraag

Over Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan: welke uitspraak is FOUT?

  1. Bestuurders mogen een kruispunt niet blokkeren, ook niet bij groen.
  2. Een verlichte fietsafbeelding in het verkeerslicht geldt ook voor automobilisten die rechtsaf willen slaan.
  3. Stoppen bij geel is de hoofdregel, MAAR wie het teken zo dicht genaderd is dat stoppen redelijkerwijs niet meer kan, mag doorrijden.
  4. Is een pijl zichtbaar, dan geldt het licht UITSLUITEND voor de door de pijl aangegeven richting.
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Een verlichte fietsafbeelding in het verkeerslicht geldt ook voor automobilisten die rechtsaf willen slaan.

Het fietslicht geldt voor fietsers, bromfietsers op een fiets/bromfietspad en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, niet voor het overige verkeer. De automobilist volgt zijn eigen licht

Waarom dit vaak fout gaat: Bij groen licht mag u het kruispunt altijd oprijden, ook als het aan de overkant al vol staat met stilstaand verkeer.

Open deze vraag

Over Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan: welke uitspraak is juist?

  1. Bij groen licht mag u het kruispunt altijd oprijden, ook als het aan de overkant al vol staat met stilstaand verkeer.
  2. Een verlichte pijl in het verkeerslicht geldt voor alle rijrichtingen op die rijstrook, niet alleen voor de richting die de pijl aanwijst.
  3. Een geel knipperlicht betekent alleen: gevaarlijk punt, voorzichtigheid geboden.
  4. Bij geel licht moet u altijd stoppen, ook als u het kruispunt al te dicht genaderd bent om nog veilig te kunnen remmen.
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Een geel knipperlicht betekent alleen: gevaarlijk punt, voorzichtigheid geboden.

Een geel knipperlicht betekent alleen: gevaarlijk punt, voorzichtigheid geboden. Het regelt geen voorrang; die volgt uit de borden of de rechts-regel ter plaatse

Waarom dit vaak fout gaat: Bij groen licht mag u het kruispunt altijd oprijden, ook als het aan de overkant al vol staat met stilstaand verkeer.

Open deze vraag

Over Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan: welke uitspraak is FOUT?

  1. Stoppen bij geel is de hoofdregel, MAAR wie het teken zo dicht genaderd is dat stoppen redelijkerwijs niet meer kan, mag doorrijden.
  2. Een geel knipperlicht regelt net als een gewoon verkeerslicht de voorrang op het kruispunt.
  3. Is een pijl zichtbaar, dan geldt het licht UITSLUITEND voor de door de pijl aangegeven richting.
  4. Bestuurders mogen een kruispunt niet blokkeren, ook niet bij groen.
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Een geel knipperlicht regelt net als een gewoon verkeerslicht de voorrang op het kruispunt.

Een geel knipperlicht betekent alleen: gevaarlijk punt, voorzichtigheid geboden. Het regelt geen voorrang; die volgt uit de borden of de rechts-regel ter plaatse

Waarom dit vaak fout gaat: Bij geel licht moet u altijd stoppen, ook als u het kruispunt al te dicht genaderd bent om nog veilig te kunnen remmen.

Open deze vraag

Terug op de Oude Delft: het licht springt op geel terwijl u twee meter van de stopstreep bent, 50 km/u. Wat is juist?

  1. U mag doorrijden — u bent te dichtbij om nog veilig te stoppen
  2. U moet altijd stoppen bij geel, ook als dat een noodstop betekent
Toon het antwoord

Juiste antwoord: U mag doorrijden — u bent te dichtbij om nog veilig te stoppen

Wie te dichtbij is om veilig te stoppen, mag doorrijden.

Waarom dit vaak fout gaat: Bij geel licht moet u altijd stoppen, ook als u het kruispunt al te dicht genaderd bent om nog veilig te kunnen remmen.

Open deze vraag

Stoppen bij geel is de hoofdregel, MAAR wie het teken zo dicht genaderd is dat stoppen redelijkerwijs niet meer kan, mag doorrijden.

  1. Niet waar
  2. Waar
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Waar

Stoppen bij geel is de hoofdregel, MAAR wie het teken zo dicht genaderd is dat stoppen redelijkerwijs niet meer kan, mag doorrijden. Een noodstop veroorzaken is geen vereiste

Waarom dit vaak fout gaat: Bij geel licht moet u altijd stoppen, ook als u het kruispunt al te dicht genaderd bent om nog veilig te kunnen remmen.

Open deze vraag

Over Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan: welke uitspraak is juist?

  1. Is een pijl zichtbaar, dan geldt het licht UITSLUITEND voor de door de pijl aangegeven richting.
  2. Een verlichte fietsafbeelding in het verkeerslicht geldt ook voor automobilisten die rechtsaf willen slaan.
  3. Bij groen licht mag u het kruispunt altijd oprijden, ook als het aan de overkant al vol staat met stilstaand verkeer.
  4. Bij geel licht moet u altijd stoppen, ook als u het kruispunt al te dicht genaderd bent om nog veilig te kunnen remmen.
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Is een pijl zichtbaar, dan geldt het licht UITSLUITEND voor de door de pijl aangegeven richting.

Is een pijl zichtbaar, dan geldt het licht UITSLUITEND voor de door de pijl aangegeven richting. Voor andere richtingen telt een ander licht of teken

Waarom dit vaak fout gaat: Een verlichte fietsafbeelding in het verkeerslicht geldt ook voor automobilisten die rechtsaf willen slaan.

Open deze vraag

Een verlichte pijl in het verkeerslicht geldt voor alle rijrichtingen op die rijstrook, niet alleen voor de richting die de pijl aanwijst.

  1. Niet waar
  2. Waar
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Niet waar

Is een pijl zichtbaar, dan geldt het licht UITSLUITEND voor de door de pijl aangegeven richting. Voor andere richtingen telt een ander licht of teken

Waarom dit vaak fout gaat: Een verlichte pijl in het verkeerslicht geldt voor alle rijrichtingen op die rijstrook, niet alleen voor de richting die de pijl aanwijst.

Open deze vraag

Op een kruispunt in Leeuwarden staat u op een strook voor rechtdoor en linksaf. In het verkeerslicht brandt een groene pijl naar links; het licht voor rechtdoor is rood. Het fietslicht naast u is groen. U wilt rechtdoor. Wat doet u?

  1. U wacht; de groene pijl geldt alleen voor verkeer dat linksaf gaat
  2. U rijdt door; het groen in uw verkeerslicht geldt voor elke richting
  3. U rijdt door; het groene fietslicht naast u geldt ook voor auto's
Toon het antwoord

Juiste antwoord: U wacht; de groene pijl geldt alleen voor verkeer dat linksaf gaat

Niet waar — u volgt een licht dat niet voor u is. Een licht met een fietsafbeelding geldt voor fietsers, bromfietsers op het fietspad en gehandicaptenvoertuigen, niet voor auto's. U volgt uw eigen licht, en dat is voor rechtdoor rood.

Waarom dit vaak fout gaat: Een verlichte pijl in het verkeerslicht geldt voor alle rijrichtingen op die rijstrook, niet alleen voor de richting die de pijl aanwijst.

Open deze vraag

Op een kruispunt in Breda knipperen 's nachts alle verkeerslichten geel. Er staan geen voorrangsborden en er zijn geen haaientanden. Van rechts nadert een auto. U moet die auto voor laten gaan.

  1. Waar
  2. Niet waar
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Waar

Niet waar — u denkt dat het geel knipperlicht de voorrang regelt, zoals een gewoon verkeerslicht. Geel knipperend betekent alleen: gevaarlijk punt, wees voorzichtig. De voorrang volgt dan uit borden of haaientanden, en zijn die er niet, dan gaat verkeer van rechts voor.

Waarom dit vaak fout gaat: Een geel knipperlicht regelt net als een gewoon verkeerslicht de voorrang op het kruispunt.

Open deze vraag

Alle oefenvragen van dit onderwerp

Veelgestelde vragen

‘Bij geel licht moet u altijd stoppen, ook als u het kruispunt al te dicht genaderd bent om nog veilig te kunnen remmen’ – klopt dat?

Nee. Stoppen bij geel is de hoofdregel, MAAR wie het teken zo dicht genaderd is dat stoppen redelijkerwijs niet meer kan, mag doorrijden. Een noodstop veroorzaken is geen vereiste

‘Bij groen licht mag u het kruispunt altijd oprijden, ook als het aan de overkant al vol staat met stilstaand verkeer’ – klopt dat?

Nee. Bestuurders mogen een kruispunt niet blokkeren, ook niet bij groen. Staat de overkant vol, dan wacht u vóór het kruispunt tot er ruimte is

‘Een verlichte pijl in het verkeerslicht geldt voor alle rijrichtingen op die rijstrook, niet alleen voor de richting die de pijl aanwijst’ – klopt dat?

Nee. Is een pijl zichtbaar, dan geldt het licht UITSLUITEND voor de door de pijl aangegeven richting. Voor andere richtingen telt een ander licht of teken

‘Een verlichte fietsafbeelding in het verkeerslicht geldt ook voor automobilisten die rechtsaf willen slaan’ – klopt dat?

Nee. Het fietslicht geldt voor fietsers, bromfietsers op een fiets/bromfietspad en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, niet voor het overige verkeer. De automobilist volgt zijn eigen licht

‘Een geel knipperlicht regelt net als een gewoon verkeerslicht de voorrang op het kruispunt’ – klopt dat?

Nee. Een geel knipperlicht betekent alleen: gevaarlijk punt, voorzichtigheid geboden. Het regelt geen voorrang; die volgt uit de borden of de rechts-regel ter plaatse

Verwante onderwerpen

Open in de app