De valkuil
Veel cursisten denken: Bij geel licht moet u altijd stoppen, ook als u het kruispunt al te dicht genaderd bent om nog veilig te kunnen remmen.
De regel is: Stoppen bij geel is de hoofdregel, MAAR wie het teken zo dicht genaderd is dat stoppen redelijkerwijs niet meer kan, mag doorrijden. Een noodstop veroorzaken is geen vereiste
Kern
De geel-uitzondering geldt uitsluitend voor bestuurders die het teken al zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer kan — dat is een veiligheidsklep, geen vrijbrief om altijd door te scheuren. Een verlichte pijl beperkt het licht tot precies die richting: rijdt u rechtdoor terwijl alleen de linksafpijl groen is, dan geldt dat groen niet voor u. Een verlichte fietsafbeelding geldt op zijn beurt alleen voor fietsers, bromfietsers op een fiets/bromfietspad en gehandicaptenvoertuigen — niet voor auto's. Groen geeft geen recht om een bezet kruispunt in te rijden: bestuurders mogen een kruispunt niet blokkeren, ook niet bij groen. En het driekleurige licht wint van een voorrangsteken zoals haaientanden of een B-bord, zodra het licht in werking is.
Lees dit onderdeel apart: Kern: Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan
Waarom dit telt
Verkeerd inschatten van geel is gevaarlijk in twee richtingen: te laat remmen veroorzaakt een noodstop en een kop-staartbotsing achter u; te vroeg doorrijden bij een licht dat al te lang op geel staat, kost u een boete én zet u midden in een kruispunt dat net op rood springt voor het kruisende verkeer bij een drukke rotonde in Alkmaar.
Lees dit onderdeel apart: Waarom dit telt: Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan
Bron: RVV 1990 art. 14 · RVV 1990 art. 68 · RVV 1990 art. 75 · gecontroleerd 2026-10-22
Veelgestelde vragen
‘Bij geel licht moet u altijd stoppen, ook als u het kruispunt al te dicht genaderd bent om nog veilig te kunnen remmen’ – klopt dat?
Nee. Stoppen bij geel is de hoofdregel, MAAR wie het teken zo dicht genaderd is dat stoppen redelijkerwijs niet meer kan, mag doorrijden. Een noodstop veroorzaken is geen vereiste
‘Bij groen licht mag u het kruispunt altijd oprijden, ook als het aan de overkant al vol staat met stilstaand verkeer’ – klopt dat?
Nee. Bestuurders mogen een kruispunt niet blokkeren, ook niet bij groen. Staat de overkant vol, dan wacht u vóór het kruispunt tot er ruimte is
‘Een verlichte pijl in het verkeerslicht geldt voor alle rijrichtingen op die rijstrook, niet alleen voor de richting die de pijl aanwijst’ – klopt dat?
Nee. Is een pijl zichtbaar, dan geldt het licht UITSLUITEND voor de door de pijl aangegeven richting. Voor andere richtingen telt een ander licht of teken
‘Een verlichte fietsafbeelding in het verkeerslicht geldt ook voor automobilisten die rechtsaf willen slaan’ – klopt dat?
Nee. Het fietslicht geldt voor fietsers, bromfietsers op een fiets/bromfietspad en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, niet voor het overige verkeer. De automobilist volgt zijn eigen licht
‘Een geel knipperlicht regelt net als een gewoon verkeerslicht de voorrang op het kruispunt’ – klopt dat?
Nee. Een geel knipperlicht betekent alleen: gevaarlijk punt, voorzichtigheid geboden. Het regelt geen voorrang; die volgt uit de borden of de rechts-regel ter plaatse