Theory Mastery

Bijzondere lichten: tram/bus, overweg, brug en rijstrook

Wat het examen hier vraagt: De naam 'tram/buslicht' klinkt alsof het maar voor twee voertuigtypes is.

14 minuten · 7 onderdelen · 14 vragen

De valkuil

Veel cursisten denken: Tram/buslichten gelden alleen voor trams en lijnbussen; andere voertuigen mogen ze negeren.

De regel is: Tram/buslichten gelden TEVENS voor bestuurders van andere voertuigen die rechtmatig een busbaan of busstrook gebruiken waarop het licht betrekking heeft. Rijdt u toegestaan op die baan, dan geldt het licht ook voor u

Uitdaging

De naam 'tram/buslicht' klinkt alsof het maar voor twee voertuigtypes is. De CBR-examenmaker weet dat u die naam letterlijk neemt — en test juist de bestuurder die toevallig, en toegestaan, op diezelfde baan rijdt. Vier bijzondere lichten, vier eigen regels: tram/bus, overweg, brug, rijstrook.

Lees dit onderdeel apart: Uitdaging: Bijzondere lichten: tram/bus, overweg, brug en rijstrook

Het model

Tram/buslicht: wit=ga, geel/rood=stop — en geldt ook voor u als u rechtmatig op die busbaan rijdt. Overweglicht: wit knipperend=geen trein, rood knipperend=stop. Bruglicht: rood(knipperend)=stop. Rijstrooklicht: groene pijl=volgen, witte pijl=voorwaarschuwing, rood kruis=niet volgen.

Lees dit onderdeel apart: Het model: Bijzondere lichten: tram/bus, overweg, brug en rijstrook

Kern

Het tram/buslicht geldt voor tram- en lijnbusbestuurders die de aangegeven richting volgen, maar TEVENS voor bestuurders van andere voertuigen die rechtmatig diezelfde busbaan of busstrook gebruiken — de naam dekt niet de volledige reikwijdte. Bij een overweg draait de intuïtie om: wit knipperend betekent 'er nadert geen trein', u mag dus door; alleen rood knipperend is stop. Bij een brug is het simpeler: rood of rood knipperend is altijd stop, zonder de wit-knippert-mag-nuance van de overweg. Bij rijstrooksignalering (ook wel matrixbord genoemd) is de witte pijl — niet een gele — de voorwaarschuwing voor een rood kruis; het rood kruis zelf verbiedt de strook volledig, ook bij file. Een fietslicht in dit hele systeem blijft apart: dat geldt alleen voor fietsers, bromfietsers op een fiets/bromfietspad en gehandicaptenvoertuigen.

Lees dit onderdeel apart: Kern: Bijzondere lichten: tram/bus, overweg, brug en rijstrook

Waarom dit telt

Deze lichten sturen fysiek verschillende risico's aan: een gemiste rode overweglicht kan een botsing met een trein betekenen; een genegeerd rood kruis op de A12 bij Apeldoorn in de spits verandert een gesloten strook in een verrassing voor de bestuurder achter u. Het zijn geen decoratieve varianten van het gewone verkeerslicht — elk regelt een eigen, levensechte situatie.

Lees dit onderdeel apart: Waarom dit telt: Bijzondere lichten: tram/bus, overweg, brug en rijstrook

Test jezelf

Terug op de busbaan in Arnhem: u rijdt daar toegestaan, het tram/buslicht staat op rood. Wat is juist?

Lees dit onderdeel apart: Test jezelf: Bijzondere lichten: tram/bus, overweg, brug en rijstrook

Leg het uit

Leg uit: voor wie geldt een tram/buslicht, wat betekent wit knipperend bij een overweg, en welke kleur is de voorwaarschuwing bij rijstrooksignalering?

Lees dit onderdeel apart: Leg het uit: Bijzondere lichten: tram/bus, overweg, brug en rijstrook

Onthoud

Tram/buslicht: wit=ga, geldt ook voor busbaan-gebruikers. Overweg: wit knipperend=geen trein, rood knipperend=stop. Rijstrook: groen=volgen, wit=voorwaarschuwing, rood kruis=nooit volgen.

Lees dit onderdeel apart: Onthoud: Bijzondere lichten: tram/bus, overweg, brug en rijstrook

Bron: RVV 1990 art. 70 · RVV 1990 art. 71 · RVV 1990 art. 72 · RVV 1990 art. 73 · RVV 1990 art. 74 · gecontroleerd 2026-10-22

In beeld

Vier bijzondere verkeerslichten naast het driekleurige lichtTram/buslicht (art. 70)Overweglicht (art. 71)Voor wietram, lijnbus, én anderen rechtmatig op de busbaan/-strookalle bestuurders bij de overwegGa-signaalwit of wit knipperendwit knipperend = geen treinStop-signaalgeel of roodrood knipperend
Waar u op let: Tram/buslicht: wit=ga, geel=stop, rood=stop, ook voor busbaan-gebruikers. Overweglicht: wit knipperend=geen trein, rood knipperend=stop. Rijstrooklicht: groene pijl=volgen, witte pijl=voorwaarschuwing, rood kruis=niet volgen. Voetgangerslicht: groen=oversteken, groen knipperend=nog oversteken, rood=niet beginnen.

Borden en wetsartikelen

Test jezelf

Op een busbaan in Arnhem rijdt u met een bestelbusje dat daar volgens het bord is toegestaan. Voor u staat een tram/buslicht op rood. Een collega naast u zegt: 'Dat geldt niet voor jou, dat is een tramlicht.' Klopt dat?

Toon het antwoord

Tram/buslicht: wit=ga, geel/rood=stop — en geldt ook voor u als u rechtmatig op die busbaan rijdt. Overweglicht: wit knipperend=geen trein, rood knipperend=stop. Bruglicht: rood(knipperend)=stop. Rijstrooklicht: groene pijl=volgen, witte pijl=voorwaarschuwing, rood kruis=niet volgen.

Examenvragen over dit onderwerp

Over Bijzondere lichten: tram/bus, overweg, brug en rijstrook: welke uitspraak is juist?

  1. Een rood kruis boven een rijstrook betekent dat u die strook wel mag gebruiken als het druk is en de andere stroken vast staan.
  2. Bij een overweg betekent een wit knipperlicht dat er gevaar is en u moet stoppen.
  3. De voorwaarschuwing voor een rood kruis is een WITTE pijl, geen gele.
  4. Tram/buslichten gelden alleen voor trams en lijnbussen; andere voertuigen mogen ze negeren.
Toon het antwoord

Juiste antwoord: De voorwaarschuwing voor een rood kruis is een WITTE pijl, geen gele.

De voorwaarschuwing voor een rood kruis is een WITTE pijl, geen gele. Kleurcodes verschillen per teken-systeem

Waarom dit vaak fout gaat: Een rood kruis boven een rijstrook betekent dat u die strook wel mag gebruiken als het druk is en de andere stroken vast staan.

Open deze vraag

Over Bijzondere lichten: tram/bus, overweg, brug en rijstrook: welke uitspraak is FOUT?

  1. Een wit knipperlicht bij een overweg betekent juist: er nadert geen trein, u mag doorrijden.
  2. Een rood kruis betekent dat de rijstrook NIET mag worden gebruikt, punt.
  3. Tram/buslichten gelden TEVENS voor bestuurders van andere voertuigen die rechtmatig een busbaan of busstrook gebruiken waarop het licht betrekking heeft.
  4. Een geel knipperende pijl schuin omlaag is bij rijstrooksignalering de voorwaarschuwing voor een rood kruis.
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Een geel knipperende pijl schuin omlaag is bij rijstrooksignalering de voorwaarschuwing voor een rood kruis.

De voorwaarschuwing voor een rood kruis is een WITTE pijl, geen gele. Kleurcodes verschillen per teken-systeem

Waarom dit vaak fout gaat: Bij een overweg betekent een wit knipperlicht dat er gevaar is en u moet stoppen.

Open deze vraag

Over Bijzondere lichten: tram/bus, overweg, brug en rijstrook: welke uitspraak is juist?

  1. Een rood kruis boven een rijstrook betekent dat u die strook wel mag gebruiken als het druk is en de andere stroken vast staan.
  2. Groen knipperend betekent juist dat oversteken nog mag; het waarschuwt alleen dat het rode licht spoedig verschijnt.
  3. Bij een overweg betekent een wit knipperlicht dat er gevaar is en u moet stoppen.
  4. Tram/buslichten gelden alleen voor trams en lijnbussen; andere voertuigen mogen ze negeren.
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Groen knipperend betekent juist dat oversteken nog mag; het waarschuwt alleen dat het rode licht spoedig verschijnt.

Groen knipperend betekent juist dat oversteken nog mag; het waarschuwt alleen dat het rode licht spoedig verschijnt. Pas bij rood mag niet meer begonnen worden

Waarom dit vaak fout gaat: Een rood kruis boven een rijstrook betekent dat u die strook wel mag gebruiken als het druk is en de andere stroken vast staan.

Open deze vraag

Over Bijzondere lichten: tram/bus, overweg, brug en rijstrook: welke uitspraak is FOUT?

  1. Een wit knipperlicht bij een overweg betekent juist: er nadert geen trein, u mag doorrijden.
  2. Een rood kruis betekent dat de rijstrook NIET mag worden gebruikt, punt.
  3. Tram/buslichten gelden TEVENS voor bestuurders van andere voertuigen die rechtmatig een busbaan of busstrook gebruiken waarop het licht betrekking heeft.
  4. Bij voetgangerslichten betekent groen knipperend dat voetgangers niet meer mogen beginnen over te steken.
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Bij voetgangerslichten betekent groen knipperend dat voetgangers niet meer mogen beginnen over te steken.

Groen knipperend betekent juist dat oversteken nog mag; het waarschuwt alleen dat het rode licht spoedig verschijnt. Pas bij rood mag niet meer begonnen worden

Waarom dit vaak fout gaat: Bij een overweg betekent een wit knipperlicht dat er gevaar is en u moet stoppen.

Open deze vraag

Terug op de busbaan in Arnhem: u rijdt daar toegestaan, het tram/buslicht staat op rood. Wat is juist?

  1. U mag doorrijden — het is een tramlicht, geen autolicht
  2. U moet stoppen — het licht geldt ook voor u
Toon het antwoord

Juiste antwoord: U moet stoppen — het licht geldt ook voor u

Het tram/buslicht geldt tevens voor wie rechtmatig de busbaan gebruikt.

Waarom dit vaak fout gaat: Tram/buslichten gelden alleen voor trams en lijnbussen; andere voertuigen mogen ze negeren.

Open deze vraag

Tram/buslichten gelden alleen voor trams en lijnbussen; andere voertuigen mogen ze negeren.

  1. Niet waar
  2. Waar
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Niet waar

Tram/buslichten gelden TEVENS voor bestuurders van andere voertuigen die rechtmatig een busbaan of busstrook gebruiken waarop het licht betrekking heeft. Rijdt u toegestaan op die baan, dan geldt het licht ook voor u

Waarom dit vaak fout gaat: Tram/buslichten gelden alleen voor trams en lijnbussen; andere voertuigen mogen ze negeren.

Open deze vraag

Over Bijzondere lichten: tram/bus, overweg, brug en rijstrook: welke uitspraak is juist?

  1. Een wit knipperlicht bij een overweg betekent juist: er nadert geen trein, u mag doorrijden.
  2. Een geel knipperende pijl schuin omlaag is bij rijstrooksignalering de voorwaarschuwing voor een rood kruis.
  3. Tram/buslichten gelden alleen voor trams en lijnbussen; andere voertuigen mogen ze negeren.
  4. Een rood kruis boven een rijstrook betekent dat u die strook wel mag gebruiken als het druk is en de andere stroken vast staan.
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Een wit knipperlicht bij een overweg betekent juist: er nadert geen trein, u mag doorrijden.

Een wit knipperlicht bij een overweg betekent juist: er nadert geen trein, u mag doorrijden. Alleen het rode knipperlicht betekent stop

Waarom dit vaak fout gaat: Een geel knipperende pijl schuin omlaag is bij rijstrooksignalering de voorwaarschuwing voor een rood kruis.

Open deze vraag

Bij een overweg betekent een wit knipperlicht dat er gevaar is en u moet stoppen.

  1. Niet waar
  2. Waar
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Niet waar

Een wit knipperlicht bij een overweg betekent juist: er nadert geen trein, u mag doorrijden. Alleen het rode knipperlicht betekent stop

Waarom dit vaak fout gaat: Bij een overweg betekent een wit knipperlicht dat er gevaar is en u moet stoppen.

Open deze vraag

U nadert bij Haarlem een overweg. Bij het spoor knippert een wit licht; de rode lichten zijn uit. Wat doet u?

  1. U rijdt rustig door; het witte knipperlicht meldt dat er geen trein nadert
  2. U wacht voor het spoor; het witte knipperlicht meldt dat er zo een trein komt
  3. U stopt voor het spoor; het witte knipperlicht meldt gevaar op de overweg
Toon het antwoord

Juiste antwoord: U rijdt rustig door; het witte knipperlicht meldt dat er geen trein nadert

Niet waar — u leest het witte knipperlicht als een aankondiging van een trein. Wit knipperend betekent juist dat er geen trein nadert; komt er een trein, dan knipperen de rode lichten en moet u stoppen.

Waarom dit vaak fout gaat: Een wit knipperlicht bij een overweg kondigt aan dat er zo een trein komt; u wacht dus voor het spoor.

Open deze vraag

Op de A1 bij Apeldoorn verschijnt op het matrixbord boven uw rijstrook een witte pijl die schuin naar links wijst. Daarmee wordt aangekondigd dat uw rijstrook verderop met een rood kruis wordt afgesloten.

  1. Waar
  2. Niet waar
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Waar

Niet waar — u denkt dat alleen een gele pijl een rood kruis aankondigt. Bij rijstrooksignalering is de witte pijl de voorwaarschuwing: uw rijstrook gaat verderop dicht, dus u gaat tijdig naar een andere rijstrook.

Waarom dit vaak fout gaat: Een geel knipperende pijl schuin omlaag is bij rijstrooksignalering de voorwaarschuwing voor een rood kruis.

Open deze vraag

Alle oefenvragen van dit onderwerp

Veelgestelde vragen

‘Tram/buslichten gelden alleen voor trams en lijnbussen; andere voertuigen mogen ze negeren’ – klopt dat?

Nee. Tram/buslichten gelden TEVENS voor bestuurders van andere voertuigen die rechtmatig een busbaan of busstrook gebruiken waarop het licht betrekking heeft. Rijdt u toegestaan op die baan, dan geldt het licht ook voor u

‘Bij een overweg betekent een wit knipperlicht dat er gevaar is en u moet stoppen’ – klopt dat?

Nee. Een wit knipperlicht bij een overweg betekent juist: er nadert geen trein, u mag doorrijden. Alleen het rode knipperlicht betekent stop

‘Een rood kruis boven een rijstrook betekent dat u die strook wel mag gebruiken als het druk is en de andere stroken vast staan’ – klopt dat?

Nee. Een rood kruis betekent dat de rijstrook NIET mag worden gebruikt, punt. De vluchtstrook mag alleen in echte noodgevallen (pech, ongeval) gebruikt worden, niet bij gewone drukte

‘Een geel knipperende pijl schuin omlaag is bij rijstrooksignalering de voorwaarschuwing voor een rood kruis’ – klopt dat?

Nee. De voorwaarschuwing voor een rood kruis is een WITTE pijl, geen gele. Kleurcodes verschillen per teken-systeem

‘Bij voetgangerslichten betekent groen knipperend dat voetgangers niet meer mogen beginnen over te steken’ – klopt dat?

Nee. Groen knipperend betekent juist dat oversteken nog mag; het waarschuwt alleen dat het rode licht spoedig verschijnt. Pas bij rood mag niet meer begonnen worden

Verwante onderwerpen

Open in de app