Het model: Bijzondere lichten: tram/bus, overweg, brug en rijstrook
Tram/buslicht: wit=ga, geel/rood=stop — en geldt ook voor u als u rechtmatig op die busbaan rijdt. Overweglicht: wit knipperend=geen trein, rood knipperend=stop. Bruglicht: rood(knipperend)=stop. Rijstrooklicht: groene pijl=volgen, witte pijl=voorwaarschuwing, rood kruis=niet volgen.
Vragen over dit onderdeel
Alle onderdelen van dit onderwerp
- Uitdaging: Bijzondere lichten: tram/bus, overweg, brug en rijstrook
- Kern: Bijzondere lichten: tram/bus, overweg, brug en rijstrook
- Waarom dit telt: Bijzondere lichten: tram/bus, overweg, brug en rijstrook
- Test jezelf: Bijzondere lichten: tram/bus, overweg, brug en rijstrook
- Leg het uit: Bijzondere lichten: tram/bus, overweg, brug en rijstrook
- Onthoud: Bijzondere lichten: tram/bus, overweg, brug en rijstrook