Op een kruispunt in Leeuwarden staat u op een strook voor rechtdoor en linksaf. In het verkeerslicht brandt een groene pijl naar links; het licht voor rechtdoor is rood. Het fietslicht naast u is groen. U wilt rechtdoor. Wat doet u?
- ✓ U wacht; de groene pijl geldt alleen voor verkeer dat linksaf gaat
- U rijdt door; het groen in uw verkeerslicht geldt voor elke richting
- U rijdt door; het groene fietslicht naast u geldt ook voor auto's
Juiste antwoord: U wacht; de groene pijl geldt alleen voor verkeer dat linksaf gaat
Uitleg
Niet waar — u volgt een licht dat niet voor u is. Een licht met een fietsafbeelding geldt voor fietsers, bromfietsers op het fietspad en gehandicaptenvoertuigen, niet voor auto's. U volgt uw eigen licht, en dat is voor rechtdoor rood.
Waarom dit vaak fout gaat
- Fout: u ziet de pijl als versiering. Brandt er een pijl in het verkeerslicht, dan geldt dat licht alleen voor de richting van de pijl. Voor rechtdoor geldt het rode licht, dus u wacht.
- Fout: u volgt een licht dat niet voor u is. Een licht met een fietsafbeelding geldt voor fietsers, bromfietsers op het fietspad en gehandicaptenvoertuigen, niet voor auto's. U volgt uw eigen licht, en dat is voor rechtdoor rood.
Onderwerp: Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan
Lees de regel: Kern: Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan
Onderdelen
- Uitdaging: Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan
- Het model: Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan
- Kern: Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan
- Waarom dit telt: Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan
- Test jezelf: Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan
- Leg het uit: Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan
- Onthoud: Het driekleurige verkeerslicht: groen, geel, rood — en de grenzen ervan