Op de smalle brug bij Bennekom rijdt u in de richting van de rode pijl van bord F5. Een tegenligger nadert vanaf de overkant. Wie stopt?
- De tegenligger stopt, u mag doorrijden
- U stopt, de tegenligger mag doorrijden
Toon het antwoord
Juiste antwoord: U stopt, de tegenligger mag doorrijden
Rijdt u richting de rode pijl, dan stopt u; de witte-pijl-kant mag door
Waarom dit vaak fout gaat: Bij bord F5-F6 betekent de rode pijl dat u mag doorrijden en de witte pijl dat u moet stoppen.