Uitdaging
Rood voelt aan als 'gevaar, dus extra opletten en doorrijden' — zoals bij een verkeerslicht dat net op oranje sprong en u nog net door kunt. Bij bord F5-F6 werkt het precies andersom: de kleur zelf, niet uw gevoel bij die kleur, beslist wie stopt.
Lees dit onderdeel apart: Uitdaging: Rechts houden, rijbaanversmalling (F5/F6) en obstakels
Het model
Rijdt u in de richting van de rode pijl (bord F5), dan stopt u (Boek p.60). Rijdt u in de richting van de witte pijl (bord F6), dan stopt uw tegenligger — u mag doorrijden. Deze borden gelden alleen tussen bestuurders onderling.
Lees dit onderdeel apart: Het model: Rechts houden, rijbaanversmalling (F5/F6) en obstakels
Kern
De basis: u moet zoveel mogelijk rechts houden, maar niet te dicht bij het trottoir of de berm rijden. Is de weg te smal voor u en een tegenligger, dan wijken jullie allebei uit (Boek p.60). Bij een rijbaanversmalling regelen de borden F5-F6 meestal wie er eerst mag: rijdt u richting de rode pijl, dan stopt u; rijdt u richting de witte pijl, dan stopt uw tegenligger. Deze borden gelden alleen tussen bestuurders onderling, niet ten opzichte van bijvoorbeeld voetgangers (Boek p.60). Staat er geen bord, dan geldt voor een obstakel dezelfde basislogica zonder pijl: bij onvoldoende ruimte moet stoppen wie het obstakel op zijn eigen weghelft heeft. Staat het obstakel op de weghelft van uw tegenligger, dan stopt die tegenligger — niet u (Boek p.61).
Lees dit onderdeel apart: Kern: Rechts houden, rijbaanversmalling (F5/F6) en obstakels
Waarom dit telt
Deze regels voorkomen precies het soort misverstand dat op een smalle brug of bij een obstakel tot een frontale situatie leidt: als beide bestuurders ervan uitgaan dat de ANDER stopt, rijden ze allebei door. De F5/F6-kleuren en de weghelft-regel bij obstakels geven één ondubbelzinnig antwoord op de vraag 'wie stopt hier' — geen onderhandeling nodig op het moment zelf.
Lees dit onderdeel apart: Waarom dit telt: Rechts houden, rijbaanversmalling (F5/F6) en obstakels
Bron: RVV 1990 art. 3 · gecontroleerd 2026-10-22
Veelgestelde vragen
‘Rechts houden betekent dat u zo dicht mogelijk langs het trottoir of de berm rijdt’ – klopt dat?
Nee. Je moet zoveel mogelijk rechts houden, maar rijd niet te dicht bij het trottoir of de berm; is de weg te smal voor jou en een tegenligger, dan wijken jullie allebei uit
‘Bij bord F5-F6 betekent de rode pijl dat u mag doorrijden en de witte pijl dat u moet stoppen’ – klopt dat?
Nee. Rijd je in de richting van de rode pijl, dan moet je stoppen; rijd je in de richting van de witte pijl, dan mogen de tegemoetkomende bestuurders — dus niet u — stoppen. Rood = u stopt, wit = u mag door
‘Bij een obstakel op de weg moet altijd de tegenligger stoppen, nooit uzelf’ – klopt dat?
Nee. Bij onvoldoende ruimte moet stoppen wie het obstakel op zijn eigen weghelft heeft; staat het obstakel op de weghelft van uw tegenligger, dan stopt die tegenligger, niet u
‘De uitwijkregel voor obstakels geldt alleen als er een bord F5-F6 staat; zonder bord is er geen vaste regel’ – klopt dat?
Nee. Voor obstakels gelden dezelfde basisregels als bij een rijbaanversmalling zonder bord: wie het obstakel op zijn eigen weghelft heeft, stopt bij onvoldoende ruimte. Deze regel geldt ook zonder bord F5-F6
‘De borden F5 en F6 regelen ook wie voorgaat ten opzichte van overstekende voetgangers’ – klopt dat?
Nee. Deze borden gelden alleen tussen bestuurders onderling, niet ten opzichte van voetgangers