Theory Mastery

Rechts houden, rijbaanversmalling (F5/F6) en obstakels

Wat het examen hier vraagt: Rood voelt aan als 'gevaar, dus extra opletten en doorrijden' — zoals bij een verkeerslicht dat net op oranje sprong en u nog net door kunt.

14 minuten · 7 onderdelen · 9 vragen

De valkuil

Veel cursisten denken: Rechts houden betekent dat u zo dicht mogelijk langs het trottoir of de berm rijdt.

De regel is: Je moet zoveel mogelijk rechts houden, maar rijd niet te dicht bij het trottoir of de berm; is de weg te smal voor jou en een tegenligger, dan wijken jullie allebei uit

Uitdaging

Rood voelt aan als 'gevaar, dus extra opletten en doorrijden' — zoals bij een verkeerslicht dat net op oranje sprong en u nog net door kunt. Bij bord F5-F6 werkt het precies andersom: de kleur zelf, niet uw gevoel bij die kleur, beslist wie stopt.

Lees dit onderdeel apart: Uitdaging: Rechts houden, rijbaanversmalling (F5/F6) en obstakels

Het model

Rijdt u in de richting van de rode pijl (bord F5), dan stopt u (Boek p.60). Rijdt u in de richting van de witte pijl (bord F6), dan stopt uw tegenligger — u mag doorrijden. Deze borden gelden alleen tussen bestuurders onderling.

Lees dit onderdeel apart: Het model: Rechts houden, rijbaanversmalling (F5/F6) en obstakels

Kern

De basis: u moet zoveel mogelijk rechts houden, maar niet te dicht bij het trottoir of de berm rijden. Is de weg te smal voor u en een tegenligger, dan wijken jullie allebei uit (Boek p.60). Bij een rijbaanversmalling regelen de borden F5-F6 meestal wie er eerst mag: rijdt u richting de rode pijl, dan stopt u; rijdt u richting de witte pijl, dan stopt uw tegenligger. Deze borden gelden alleen tussen bestuurders onderling, niet ten opzichte van bijvoorbeeld voetgangers (Boek p.60). Staat er geen bord, dan geldt voor een obstakel dezelfde basislogica zonder pijl: bij onvoldoende ruimte moet stoppen wie het obstakel op zijn eigen weghelft heeft. Staat het obstakel op de weghelft van uw tegenligger, dan stopt die tegenligger — niet u (Boek p.61).

Lees dit onderdeel apart: Kern: Rechts houden, rijbaanversmalling (F5/F6) en obstakels

Waarom dit telt

Deze regels voorkomen precies het soort misverstand dat op een smalle brug of bij een obstakel tot een frontale situatie leidt: als beide bestuurders ervan uitgaan dat de ANDER stopt, rijden ze allebei door. De F5/F6-kleuren en de weghelft-regel bij obstakels geven één ondubbelzinnig antwoord op de vraag 'wie stopt hier' — geen onderhandeling nodig op het moment zelf.

Lees dit onderdeel apart: Waarom dit telt: Rechts houden, rijbaanversmalling (F5/F6) en obstakels

Test jezelf

Op de smalle brug bij Bennekom rijdt u in de richting van de rode pijl van bord F5. Een tegenligger nadert vanaf de overkant. Wie stopt?

Lees dit onderdeel apart: Test jezelf: Rechts houden, rijbaanversmalling (F5/F6) en obstakels

Leg het uit

Leg uit: wat betekenen de rode en witte pijl bij bord F5-F6, en welke regel geldt voor een obstakel als er geen bord staat?

Lees dit onderdeel apart: Leg het uit: Rechts houden, rijbaanversmalling (F5/F6) en obstakels

Onthoud

Rood = u stopt · wit = u rijdt door (F5/F6). Geen bord? Obstakel op úw weghelft = ú stopt. Rechts houden: zoveel mogelijk, maar niet tegen trottoir/berm.

Lees dit onderdeel apart: Onthoud: Rechts houden, rijbaanversmalling (F5/F6) en obstakels

Bron: RVV 1990 art. 3 · gecontroleerd 2026-10-22

In beeld

Bord F5 versus F6 bij een rijbaanversmalling: wie stopt, wie mag doorBord F5 (p.60)Bord F6 (p.60)Pijlkleur naar u toeroodwitWat u doetstoppen, tegenligger mag eerstdoorrijden, tegenligger stopt
Waar u op let: Bord F5: rode pijl naar u toe = u stopt. Bord F6: witte pijl naar u toe = u mag doorrijden. Geldt alleen tussen bestuurders onderling.

Borden en wetsartikelen

Test jezelf

Op een landweggetje bij Bennekom rijdt u naar een smalle brug over een sloot. Precies bij de brug staat een geel-zwart bord met een rode pijl naar beneden. Een tegenligger komt vanaf de overkant dezelfde brug op. Wie moet stoppen?

Toon het antwoord

Rijdt u in de richting van de rode pijl (bord F5), dan stopt u (Boek p.60). Rijdt u in de richting van de witte pijl (bord F6), dan stopt uw tegenligger — u mag doorrijden. Deze borden gelden alleen tussen bestuurders onderling.

Examenvragen over dit onderwerp

Op de smalle brug bij Bennekom rijdt u in de richting van de rode pijl van bord F5. Een tegenligger nadert vanaf de overkant. Wie stopt?

  1. De tegenligger stopt, u mag doorrijden
  2. U stopt, de tegenligger mag doorrijden
Toon het antwoord

Juiste antwoord: U stopt, de tegenligger mag doorrijden

Rijdt u richting de rode pijl, dan stopt u; de witte-pijl-kant mag door

Waarom dit vaak fout gaat: Bij bord F5-F6 betekent de rode pijl dat u mag doorrijden en de witte pijl dat u moet stoppen.

Open deze vraag

Rijd je in de richting van de rode pijl, dan moet je stoppen; rijd je in de richting van de witte pijl, dan mogen de tegemoetkomende bestuurders — dus niet u — stoppen.

  1. Niet waar
  2. Waar
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Waar

Rijd je in de richting van de rode pijl, dan moet je stoppen; rijd je in de richting van de witte pijl, dan mogen de tegemoetkomende bestuurders — dus niet u — stoppen. Rood = u stopt, wit = u mag door

Waarom dit vaak fout gaat: Bij bord F5-F6 betekent de rode pijl dat u mag doorrijden en de witte pijl dat u moet stoppen.

Open deze vraag

Over Rechts houden, rijbaanversmalling (F5/F6) en obstakels: welke uitspraak is FOUT?

  1. Rechts houden betekent dat u zo dicht mogelijk langs het trottoir of de berm rijdt.
  2. Rijd je in de richting van de rode pijl, dan moet je stoppen; rijd je in de richting van de witte pijl, dan mogen de tegemoetkomende bestuurders — dus niet u — stoppen.
  3. Bij onvoldoende ruimte moet stoppen wie het obstakel op zijn eigen weghelft heeft; staat het obstakel op de weghelft van uw tegenligger, dan stopt die tegenligger, niet u.
  4. Voor obstakels gelden dezelfde basisregels als bij een rijbaanversmalling zonder bord: wie het obstakel op zijn eigen weghelft heeft, stopt bij onvoldoende ruimte.
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Rechts houden betekent dat u zo dicht mogelijk langs het trottoir of de berm rijdt.

Je moet zoveel mogelijk rechts houden, maar rijd niet te dicht bij het trottoir of de berm; is de weg te smal voor jou en een tegenligger, dan wijken jullie allebei uit

Waarom dit vaak fout gaat: Bij bord F5-F6 betekent de rode pijl dat u mag doorrijden en de witte pijl dat u moet stoppen.

Open deze vraag

Op de smalle brug bij Bennekom rijdt u in de richting van de rode pijl van bord F5. Een tegenligger nadert vanaf de overkant. Wie moet stoppen?

  1. U stopt, de tegenligger mag doorrijden
  2. De tegenligger stopt, u mag doorrijden
Toon het antwoord

Juiste antwoord: U stopt, de tegenligger mag doorrijden

Waarom dit vaak fout gaat: Bij bord F5-F6 betekent de rode pijl dat u mag doorrijden en de witte pijl dat u moet stoppen.

Open deze vraag

Stelling: rechts houden op een landweggetje bij Bennekom betekent dat u zo dicht mogelijk langs de berm rijdt.

  1. Waar
  2. Niet waar
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Niet waar

Waarom dit vaak fout gaat: Rechts houden betekent dat u zo dicht mogelijk langs het trottoir of de berm rijdt.

Open deze vraag

Op het landweggetje bij Bennekom ligt een omgevallen tak op uw eigen weghelft. Geen bord in zicht. Een tegenligger nadert en er is niet genoeg ruimte voor jullie beiden tegelijk. Wie moet stoppen?

  1. De tegenligger, want die moet stoppen bij een obstakel
  2. U, want het obstakel staat op uw eigen weghelft
Toon het antwoord

Juiste antwoord: U, want het obstakel staat op uw eigen weghelft

Waarom dit vaak fout gaat: Bij een obstakel op de weg moet altijd de tegenligger stoppen, nooit uzelf.

Open deze vraag

Stelling: de uitwijkregel voor obstakels (wie het obstakel op zijn weghelft heeft, stopt) geldt alleen als er een bord F5-F6 staat.

  1. Waar
  2. Niet waar
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Niet waar

Waarom dit vaak fout gaat: De uitwijkregel voor obstakels geldt alleen als er een bord F5-F6 staat; zonder bord is er geen vaste regel.

Open deze vraag

Welke van de volgende beschrijvingen van bord F5-F6 zijn juist? (kies alle die van toepassing zijn)

  1. Rode pijl naar u toe betekent dat u stopt
  2. Rode pijl naar u toe betekent dat u mag doorrijden
  3. Witte pijl naar u toe betekent dat u mag doorrijden
  4. De borden gelden ook ten opzichte van overstekende voetgangers
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Rode pijl naar u toe betekent dat u stopt; Witte pijl naar u toe betekent dat u mag doorrijden

Niet waar — gekozen

Waarom dit vaak fout gaat: Bij bord F5-F6 betekent de rode pijl dat u mag doorrijden en de witte pijl dat u moet stoppen.

Open deze vraag

Op het landweggetje bij Bennekom is de weg te smal voor uw auto en een tegenligger tegelijk, en er staat geen enkel bord. Wat moet er gebeuren?

  1. U wijkt allebei uit, geen van beiden heeft automatisch voorrang
  2. Alleen de tegenligger wijkt uit, u reed als eerste op de weg
Toon het antwoord

Juiste antwoord: U wijkt allebei uit, geen van beiden heeft automatisch voorrang

Waarom dit vaak fout gaat: Is een weg te smal voor twee auto's en staat er geen bord, dan hoeft de bestuurder die er het eerst reed niet uit te wijken.

Open deze vraag

Veelgestelde vragen

‘Rechts houden betekent dat u zo dicht mogelijk langs het trottoir of de berm rijdt’ – klopt dat?

Nee. Je moet zoveel mogelijk rechts houden, maar rijd niet te dicht bij het trottoir of de berm; is de weg te smal voor jou en een tegenligger, dan wijken jullie allebei uit

‘Bij bord F5-F6 betekent de rode pijl dat u mag doorrijden en de witte pijl dat u moet stoppen’ – klopt dat?

Nee. Rijd je in de richting van de rode pijl, dan moet je stoppen; rijd je in de richting van de witte pijl, dan mogen de tegemoetkomende bestuurders — dus niet u — stoppen. Rood = u stopt, wit = u mag door

‘Bij een obstakel op de weg moet altijd de tegenligger stoppen, nooit uzelf’ – klopt dat?

Nee. Bij onvoldoende ruimte moet stoppen wie het obstakel op zijn eigen weghelft heeft; staat het obstakel op de weghelft van uw tegenligger, dan stopt die tegenligger, niet u

‘De uitwijkregel voor obstakels geldt alleen als er een bord F5-F6 staat; zonder bord is er geen vaste regel’ – klopt dat?

Nee. Voor obstakels gelden dezelfde basisregels als bij een rijbaanversmalling zonder bord: wie het obstakel op zijn eigen weghelft heeft, stopt bij onvoldoende ruimte. Deze regel geldt ook zonder bord F5-F6

‘De borden F5 en F6 regelen ook wie voorgaat ten opzichte van overstekende voetgangers’ – klopt dat?

Nee. Deze borden gelden alleen tussen bestuurders onderling, niet ten opzichte van voetgangers

Verwante onderwerpen

Open in de app