U neemt dezelfde bocht bij Cauberg eerst met 30 km/u. Als de middelpuntvliedende kracht daarbij de waarde 1 heeft, welke waarde heeft de kracht bij 60 km/u in diezelfde bocht?
Toon het antwoord
Juiste antwoord: 4 x
Juist: 4.0 x.
Wat het examen hier vraagt: De meeste cursisten redeneren: twee keer zo hard rijden, dus twee keer zo veel kracht.
Veel cursisten denken: Als u twee keer zo hard een bocht in rijdt, wordt de middelpuntvliedende kracht ook twee keer zo groot.
De regel is: Dezelfde bocht met 30 km/u en met 60 km/u geeft bij 60 km/u vier maal zoveel middelpuntvliedende kracht, niet twee maal
De meeste cursisten redeneren: twee keer zo hard rijden, dus twee keer zo veel kracht. De CBR-examenmaker weet dat u zo rekent — en rekent er juist op. Het boek geeft een kwadratisch verband, geen lineair.
Neem je dezelfde bocht éénmaal met 30 km/u en éénmaal met 60 km/u, dan is de middelpuntvliedende kracht bij 60 km/u vier maal zo groot (Boek p.68) — geen twee maal. Die kracht duwt u altijd naar de buitenkant van de bocht.
Middelpuntvliedende kracht duwt je naar de buitenkant van de bocht; ze wordt sterker als de straal van de bocht kleiner wordt en als je snelheid hoger wordt (Boek p.68). Het verband met snelheid is kwadratisch: verdubbel de snelheid, en de kracht verviervoudigt. Het gevaar in een bocht neemt toe bij drie dingen tegelijk: als de bocht scherp is, wanneer er kort achter elkaar meerdere bochten liggen, en als het zicht door de bocht wordt belemmerd, bijvoorbeeld door bomen. Een waarschuwingsbord wijst u vaak vooraf op zo'n bocht — maar let op: sommige bochten krommen steeds scherper naar binnen, dus uw eerste inschatting bij het inrijden kan achterhaald raken (Boek p.67). Veilig door een bocht: schat tijdig het verloop van de bocht in, kies de juiste versnelling en pas uw snelheid aan, beoordeel de rijbaanbreedte, de toestand van het wegdek en de wegverkanting, wees alert op tegenliggers maar ook op langzame voorliggers, en houd rekening met de rijeigenschappen van uw voertuig, bijvoorbeeld als u zwaar beladen bent (Boek p.68). Die wegverkanting werkt twee kanten op: bij positieve wegverkanting ligt de buitenbocht hoger dan de binnenbocht — dat helpt u de bocht te houden. Bij negatieve wegverkanting is het risico groter om uit de bocht te vliegen (Boek p.68).
Op de weg van Vijlen naar Eys volgen bochten elkaar snel op, met bomen die het zicht wegnemen — precies de combinatie waarbij het boek waarschuwt. Onderschat één bocht die scherper doorzet dan verwacht, en de vier-maal-grotere kracht bij een te hoge snelheid duwt u zo de berm in.
U neemt dezelfde bocht bij Cauberg eerst met 30 km/u, daarna met 60 km/u. Hoe verhoudt de middelpuntvliedende kracht bij 60 km/u zich tot die bij 30 km/u?
Leg uit: in welke richting duwt middelpuntvliedende kracht, hoe verandert ze met snelheid, en wat is het verschil tussen positieve en negatieve wegverkanting?
Kracht = buitenkant, kwadratisch: 2x snelheid = 4x kracht. Positieve verkanting helpt, negatieve verkanting = groter risico uit de bocht te vliegen.
Op een winderige zondagmiddag rijdt u via Vijlen naar Cauberg, een bochtige weg in het Zuid-Limburgse heuvelland. In dezelfde bocht reed u vorige week 30 km/u, nu rijdt u 60 km/u. Hoeveel groter is de kracht die uw auto nu naar de buitenkant van de bocht duwt?
Neem je dezelfde bocht éénmaal met 30 km/u en éénmaal met 60 km/u, dan is de middelpuntvliedende kracht bij 60 km/u vier maal zo groot (Boek p.68) — geen twee maal. Die kracht duwt u altijd naar de buitenkant van de bocht.
Juiste antwoord: 4 x
Juist: 4.0 x.
Juiste antwoord: Niet waar
Waarom dit vaak fout gaat: Middelpuntvliedende kracht duwt uw auto naar de binnenkant van de bocht.
Juiste antwoord: Het risico om uit de bocht te vliegen is groter
Niet waar — buitenbocht hoger dan binnenbocht is juist het kenmerk van POSITIEVE wegverkanting, niet negatieve
Waarom dit vaak fout gaat: Bij negatieve wegverkanting ligt de buitenbocht hoger dan de binnenbocht, en dat is gunstig.
Juiste antwoord: Het zicht door de bocht wordt belemmerd, bijvoorbeeld door bomen; Er liggen kort achter elkaar meerdere bochten; De bocht is scherp
Niet waar — een waarschuwingsbord waarschuwt u juist vóór het gevaar, het is zelf geen gevaarsfactor
Waarom dit vaak fout gaat: Een waarschuwingsbord vóór een bocht is zelf een van de factoren die de bocht gevaarlijker maken.
Juiste antwoord: Sommige bochten krommen steeds scherper naar binnen; uw eerste inschatting kan achterhaald raken
Waarom dit vaak fout gaat: Als een bocht eenmaal is beoordeeld bij het inrijden, blijft de straal van de bocht verder gelijk — u hoeft uw inschatting niet meer bij te stellen.
Juiste antwoord: Rijbaanbreedte, wegdek en wegverkanting beoordelen; De juiste versnelling kiezen en de snelheid aanpassen; Tijdig het verloop van de bocht inschatten
Niet waar — het boek adviseert de snelheid aan te passen aan de bocht, niet om vooraf zo veel mogelijk gas te geven
Waarom dit vaak fout gaat: Veilig door een bocht rijden betekent zo veel mogelijk gas geven zodra u de bocht ziet aankomen.
Juiste antwoord: Vier keer zo groot
Bij 60 km/u is de middelpuntvliedende kracht vier maal zo groot als bij 30 km/u, niet twee maal
Waarom dit vaak fout gaat: Als u twee keer zo hard een bocht in rijdt, wordt de middelpuntvliedende kracht ook twee keer zo groot.
Juiste antwoord: Waar
Dezelfde bocht met 30 km/u en met 60 km/u geeft bij 60 km/u vier maal zoveel middelpuntvliedende kracht, niet twee maal
Waarom dit vaak fout gaat: Als u twee keer zo hard een bocht in rijdt, wordt de middelpuntvliedende kracht ook twee keer zo groot.
Juiste antwoord: Deze kracht duwt je naar de BUITENkant van de bocht, en is sterker bij een kleinere bochtstraal en hogere snelheid.
Deze kracht duwt je naar de BUITENkant van de bocht, en is sterker bij een kleinere bochtstraal en hogere snelheid
Waarom dit vaak fout gaat: Als een bocht eenmaal is beoordeeld bij het inrijden, blijft de straal van de bocht verder gelijk — u hoeft uw inschatting niet meer bij te stellen.
Juiste antwoord: Middelpuntvliedende kracht duwt uw auto naar de binnenkant van de bocht.
Deze kracht duwt je naar de BUITENkant van de bocht, en is sterker bij een kleinere bochtstraal en hogere snelheid
Waarom dit vaak fout gaat: Als u twee keer zo hard een bocht in rijdt, wordt de middelpuntvliedende kracht ook twee keer zo groot.
Nee. Dezelfde bocht met 30 km/u en met 60 km/u geeft bij 60 km/u vier maal zoveel middelpuntvliedende kracht, niet twee maal
Nee. Deze kracht duwt je naar de BUITENkant van de bocht, en is sterker bij een kleinere bochtstraal en hogere snelheid
Nee. Bij positieve wegverkanting ligt de buitenbocht hoger dan de binnenbocht; bij negatieve wegverkanting is het risico groter om uit de bocht te vliegen
Nee. Let op: sommige bochten krommen steeds scherper naar binnen, dus uw eerste inschatting bij het inrijden kan achterhaald raken
Nee. Buitenbocht hoger dan binnenbocht is juist het kenmerk van POSITIEVE wegverkanting, niet negatieve