Het model
Bij het inrijden van een inrit en het verlaten van een uitrit laat u alle weggebruikers voor gaan, ook voetgangers (Boek p.88). Zo'n weg herkent u aan de constructie (verlaagde band, inritblokken) — óf aan de beperkte bestemming, zoals een weg naar een parkeerplaats van een winkelcentrum, ook zonder die bouwkundige kenmerken.
Lees dit onderdeel apart: Het model: Inrit en uitrit: iedereen voor laten gaan, ook zonder verlaagde band
Kern
Bij het inrijden van een inrit en het verlaten van een uitrit moet u alle weggebruikers voor laten gaan — inclusief voetgangers (Boek p.88). Dit is een striktere regel dan de gewone voorrang-van-rechts: bij een inrit/uitrit maakt het niet uit van welke kant iemand komt, u wijkt sowieso. Meestal herkent u een in-/uitrit aan de constructie: een verlaagde trottoirband of inritblokken. Maar het boek noemt expliciet een tweede route: ook een weg met een beperkte bestemming — bijvoorbeeld naar een parkeerplaats van een winkelcentrum — telt als in-/uitrit, óók zonder die bouwkundige kenmerken. Een apart puntje voor het rechtsaf inrijden van een inrit: u moet dan eerder richting aangeven dan bij een gewone rechtsafslag, omdat uw achterligger een inrit niet verwacht.
Lees dit onderdeel apart: Kern: Inrit en uitrit: iedereen voor laten gaan, ook zonder verlaagde band
Waarom dit telt
Winkelcentrum-toegangswegen zonder duidelijke drempel zijn precies waar voetgangers zich onbeschermd wanen — zij kruisen deze wegen constant, zonder zebrapad. Als u alleen op bouwkundige kenmerken let, mist u exact die situaties. De 'beperkte bestemming'-route dwingt u breder te kijken: waartoe dient deze weg eigenlijk?
Lees dit onderdeel apart: Waarom dit telt: Inrit en uitrit: iedereen voor laten gaan, ook zonder verlaagde band
Bron: RVV 1990 art. 54 · gecontroleerd 2026-10-22
Test jezelf
Bij een Multimate-woonwarenhuis in Fijnaart rijdt u van de hoofdweg af naar het parkeerterrein. Er is geen verlaagde trottoirband te zien, gewoon een vlakke aansluiting. Een voetganger met een boodschappenkarretje steekt de weg naar het parkeerterrein over. Moet u haar voor laten gaan?
Toon het antwoord
Bij het inrijden van een inrit en het verlaten van een uitrit laat u alle weggebruikers voor gaan, ook voetgangers (Boek p.88). Zo'n weg herkent u aan de constructie (verlaagde band, inritblokken) — óf aan de beperkte bestemming, zoals een weg naar een parkeerplaats van een winkelcentrum, ook zonder die bouwkundige kenmerken.
Veelgestelde vragen
‘Bij een inrit hoeft u alleen ander gemotoriseerd verkeer voor te laten gaan; voetgangers zijn een uitzondering’ – klopt dat?
Nee. De regel noemt expliciet 'alle weggebruikers (dus ook voetgangers)'. Voetgangers voor laten gaan is geen uitzondering, maar de kern van de regel
‘Een weg is alleen een inrit als de trottoirband duidelijk verlaagd is of er inritblokken liggen; zonder die bouwkundige kenmerken is het gewoon een normale weg’ – klopt dat?
Nee. Ook wegen met een beperkte bestemming, zoals een weg naar een winkelcentrum-parkeerplaats, zijn in-/uitritten, óók zonder verlaagde trottoirband
‘Bij rechtsaf een inrit inrijden geeft u op hetzelfde moment richting aan als bij een gewone rechtsafslag’ – klopt dat?
Nee. Bij rechtsaf een inrit inrijden moet u eerder dan bij een gewone rechtsafslag richting aangeven, omdat uw achterligger een inrit niet verwacht