Theory Mastery

Kern: Inhaalafstand berekenen: de 60-formule en de dode hoek

De formule voor inhaalafstand luidt (Boek p.143): 60 x uw eigen snelheid, gedeeld door het snelheidsverschil tussen u en de voorligger. Rijdt u 80 km/u en de voorligger 25 km/u, dan is het verschil 55 km/u: 60 x 80 : 55 = 87 meter. Rijdt de voorligger juist 60 km/u — een KLEINER verschil van 20 km/u — dan wordt de uitkomst 60 x 80 : 20 = 240 meter. Hoe kleiner het verschil, hoe langer u nodig heeft om in te halen, niet korter. Voordat u daadwerkelijk gaat inhalen, controleert u de dode hoek in drie vaste stappen (Boek p.143): eerst de binnenspiegel, dan de linkerbuitenspiegel, en ten slotte over uw linkerschouder. Alleen die laatste stap laat een voertuig zien dat in geen enkele spiegel zichtbaar is. Twee afstandsregels horen bij het inhalen zelf (Boek p.145): houd bij het inhalen van voetgangers en fietsers een zijdelingse afstand van minimaal 1,5 meter aan, en houd vóór het inhalen voldoende afstand tot uw voorligger (de 2-secondenregel), zodat die u goed aan ziet komen. Op de autosnelweg is inhalen meestal veilig mogelijk (Boek p.147), maar ook daar gelden grenzen: de manoeuvre mag niet langer duren dan noodzakelijk, en u mag de maximumsnelheid niet overschrijden — 'meestal veilig' is geen vrijbrief voor onbeperkt lang of onbeperkt hard inhalen.

Onderwerp: Inhaalafstand berekenen: de 60-formule en de dode hoek

Vragen over dit onderdeel

Alle onderdelen van dit onderwerp

Verwante onderwerpen

Open in de app