Kern: Doorgetrokken streep: hoofdregel, twee uitzonderingen, en het verdrijvingsvlak
Een doorgetrokken streep die niet langs de wegrand ligt, mag niet overschreden worden, en bij verkeer in beide richtingen mag u zich niet eens links van die streep bevinden. Bij een dubbele streep (één doorgetrokken, één onderbroken naast elkaar) beslist alleen de streep aan úw kant — niet de streep aan de overkant, hoe dichtbij die ook lijkt. De tweede uitzondering laat u de streep overschrijden om specifiek een vluchthaven, vluchtstrook of spitsstrook te bereiken of te verlaten — geen algemene vrijbrief, alleen die ene beweging. Een verdrijvingsvlak of puntstuk is nooit een rijstrook: rijden of staan is verboden, ook bij file. Alleen wie een spitsstrook volgt, of rechtmatig een busbaan die een splitsing of samenvoeging passeert, mag er tijdelijk overheen. En al deze markeringen zijn zelf bindende verkeerstekens — een streep zonder bord ernaast is even verplicht als een streep mét bord.
Vragen over dit onderdeel
Alle onderdelen van dit onderwerp
- Uitdaging: Doorgetrokken streep: hoofdregel, twee uitzonderingen, en het verdrijvingsvlak
- Het model: Doorgetrokken streep: hoofdregel, twee uitzonderingen, en het verdrijvingsvlak
- Waarom dit telt: Doorgetrokken streep: hoofdregel, twee uitzonderingen, en het verdrijvingsvlak
- Test jezelf: Doorgetrokken streep: hoofdregel, twee uitzonderingen, en het verdrijvingsvlak
- Leg het uit: Doorgetrokken streep: hoofdregel, twee uitzonderingen, en het verdrijvingsvlak
- Onthoud: Doorgetrokken streep: hoofdregel, twee uitzonderingen, en het verdrijvingsvlak