Kern: Kruispunt niet blokkeren — ook met voorrang
Moet u stoppen om ander verkeer voor te laten gaan, dan houdt u de doorgang voor het kruisende verkeer zoveel mogelijk vrij. Daarom mag u een kruispunt alleen oprijden als u meteen kunt doorrijden of het kruispunt snel weer vrij kunt maken (Boek p.103). Deze plicht is niet gekoppeld aan de vraag wie voorrang heeft. Het boek noemt maar twee uitzonderingen waarin u wél op het kruispunt mag stilstaan: linksafslaand verkeer op een voorrangsweg dat wacht tot tegemoetkomend verkeer is gepasseerd, en het voor laten gaan van een voorrangsvoertuig (Boek p.104). Geen van beide uitzonderingen zegt 'omdat u zelf voorrang heeft op het kruisende verkeer.' Daaruit volgt: heeft u voorrang op de kruisende weg, dan mag u nog steeds niet oprijden als de overkant vaststaat — de blokkeer-plicht bindt ook de bestuurder die zelf voorrang heeft.
Vragen over dit onderdeel
Alle onderdelen van dit onderwerp
- Uitdaging: Kruispunt niet blokkeren — ook met voorrang
- Het model: Kruispunt niet blokkeren — ook met voorrang
- Waarom dit telt: Kruispunt niet blokkeren — ook met voorrang
- Test jezelf: Kruispunt niet blokkeren — ook met voorrang
- Leg het uit: Kruispunt niet blokkeren — ook met voorrang
- Onthoud: Kruispunt niet blokkeren — ook met voorrang