Theory Mastery

Over Voorrang van de tram: drie uitzonderingen, geen almacht: welke uitspraak is juist?

  1. ✓ Expliciet: een afbuigende tram gaat NIET voor op voetgangers die op een oversteekplaats oversteken.
  2. De tram heeft in alle situaties voorrang, altijd en overal.
  3. Bij een gelijkwaardig kruispunt geldt voor de tram gewoon de rechts-regel: komt hij niet van rechts, dan heeft hij geen voorrang.
  4. De tram heeft alleen voorrang als hij van links komt op een gelijkwaardig kruispunt; bij afbuigen of het inrijden van een weg gelden voor de tram de gewone rechtdoor- of rechtsaf-regels, net als bij een auto.

Juiste antwoord: Expliciet: een afbuigende tram gaat NIET voor op voetgangers die op een oversteekplaats oversteken.

Uitleg

Expliciet: een afbuigende tram gaat NIET voor op voetgangers die op een oversteekplaats oversteken

Waarom dit vaak fout gaat

Onderwerp: Voorrang van de tram: drie uitzonderingen, geen almacht

Lees de regel: Kern: Voorrang van de tram: drie uitzonderingen, geen almacht

Onderdelen

Begrippen

Verwante vragen

Verwante onderwerpen

Open in de app