Over Voorrang van de tram: drie uitzonderingen, geen almacht: welke uitspraak is juist?
- ✓ Expliciet: een afbuigende tram gaat NIET voor op voetgangers die op een oversteekplaats oversteken.
- De tram heeft in alle situaties voorrang, altijd en overal.
- Bij een gelijkwaardig kruispunt geldt voor de tram gewoon de rechts-regel: komt hij niet van rechts, dan heeft hij geen voorrang.
- De tram heeft alleen voorrang als hij van links komt op een gelijkwaardig kruispunt; bij afbuigen of het inrijden van een weg gelden voor de tram de gewone rechtdoor- of rechtsaf-regels, net als bij een auto.
Juiste antwoord: Expliciet: een afbuigende tram gaat NIET voor op voetgangers die op een oversteekplaats oversteken.
Uitleg
Expliciet: een afbuigende tram gaat NIET voor op voetgangers die op een oversteekplaats oversteken
Waarom dit vaak fout gaat
- Nadert de tram een voorrangsweg, dan gelden de gewone regels en heeft hij geen bijzondere voorrang; voetgangers op het zebrapad gaan ook voor de tram
- De tram heeft een eigen uitzonderingsregel: hij gaat voor zodra hij van LINKS komt (het omgekeerde van de rechts-regel voor gewone bestuurders), plus de twee afslaan-uitzonderingen
- Er zijn twee EXTRA uitzonderingen los van 'van links': ook als de tram AFBUIGT terwijl jij rechtdoor gaat, en als de tram LINKSAF een weg inrijdt terwijl jij rechtsaf dezelfde weg inrijdt, krijgt de tram alsnog voorrang
Onderwerp: Voorrang van de tram: drie uitzonderingen, geen almacht
Lees de regel: Kern: Voorrang van de tram: drie uitzonderingen, geen almacht
Onderdelen
- Uitdaging: Voorrang van de tram: drie uitzonderingen, geen almacht
- Het model: Voorrang van de tram: drie uitzonderingen, geen almacht
- Kern: Voorrang van de tram: drie uitzonderingen, geen almacht
- Waarom dit telt: Voorrang van de tram: drie uitzonderingen, geen almacht
- Test jezelf: Voorrang van de tram: drie uitzonderingen, geen almacht
- Leg het uit: Voorrang van de tram: drie uitzonderingen, geen almacht
- Onthoud: Voorrang van de tram: drie uitzonderingen, geen almacht