Theory Mastery

Voorrang van de tram: drie uitzonderingen, geen almacht

Wat het examen hier vraagt: 'De tram heeft toch altijd voorrang?' is de vuistregel die de meeste beginners hanteren.

14 minuten · 7 onderdelen · 11 vragen

De valkuil

Veel cursisten denken: De tram heeft in alle situaties voorrang, altijd en overal.

De regel is: Nadert de tram een voorrangsweg, dan gelden de gewone regels en heeft hij geen bijzondere voorrang; voetgangers op het zebrapad gaan ook voor de tram

Uitdaging

'De tram heeft toch altijd voorrang?' is de vuistregel die de meeste beginners hanteren. Klopt vaak — maar niet overal, en niet zomaar tegenover elke weggebruiker. Het boek geeft precies drie situaties, niet een blanco cheque.

Lees dit onderdeel apart: Uitdaging: Voorrang van de tram: drie uitzonderingen, geen almacht

Het model

Op een gelijkwaardig kruispunt gaat de tram voor in drie situaties (Boek p.111-113): komt hij van links; buigt hij af terwijl jij rechtdoor gaat; of wil hij linksaf een weg inrijden terwijl jij rechtsaf dezelfde weg inrijdt.

Lees dit onderdeel apart: Het model: Voorrang van de tram: drie uitzonderingen, geen almacht

Kern

Uitzondering 1 geldt op een gelijkwaardig kruispunt (geen borden/lichten die de voorrang regelen); uitzonderingen 2 en 3 gelden waar de tram afslaat, tenzij borden de voorrang anders regelen: 1. De tram komt van links — het omgekeerde van de gewone rechts-regel. 2. De tram buigt af, terwijl jij op dezelfde weg rechtdoor gaat. 3. De tram wil linksaf een weg inrijden, terwijl jij rechtsaf diezelfde weg inrijdt. Buiten deze drie situaties is de tram niet almachtig: op een voorrangsweg gelden de gewone voorrangswegregels, geen bijzondere tramvoorrang. En een afbuigende tram gaat NIET voor op een voetganger die op een oversteekplaats oversteekt (Boek p.113).

Lees dit onderdeel apart: Kern: Voorrang van de tram: drie uitzonderingen, geen almacht

Waarom dit telt

Een tram kan niet uitwijken en heeft een lange remweg — daarom geeft het boek de tram op een gelijkwaardig kruispunt drie duidelijke voorrangsmomenten. Maar diezelfde eigenschap verleidt bestuurders ertoe de tram overal voorrang te geven, ook waar een voetganger of de gewone voorrangswegregels juist voorgaan.

Lees dit onderdeel apart: Waarom dit telt: Voorrang van de tram: drie uitzonderingen, geen almacht

Test jezelf

Op een voorrangsweg in Den Haag (bord B1) nadert een tram op zijn eigen rails naast de weg. Wat geldt hier?

Lees dit onderdeel apart: Test jezelf: Voorrang van de tram: drie uitzonderingen, geen almacht

Leg het uit

Leg uit: wat zijn de drie uitzonderingen waarbij de tram op een gelijkwaardig kruispunt voorgaat, en in welke twee situaties geldt juist géén bijzondere tramvoorrang?

Lees dit onderdeel apart: Leg het uit: Voorrang van de tram: drie uitzonderingen, geen almacht

Onthoud

Van links, afbuigend, linksaf-de-weg-in: tram wint. Voorrangsweg en voetganger: gewone regels.

Lees dit onderdeel apart: Onthoud: Voorrang van de tram: drie uitzonderingen, geen almacht

Bron: RVV 1990 art. 15 · RVV 1990 art. 18 · RVV 1990 art. 49 · RVV 1990 art. 63 · gecontroleerd 2026-10-22

In beeld

Tramvoorrang: drie uitzonderingen, twee 'geen uitzonderingen'Gelijkwaardig kruispuntVoorrangsweg / oversteekplaatsTram komt van linkstram gaat voor (uitzondering 1, Boek p.111-112)n.v.t.Tram buigt af, jij rechtdoortram gaat voor (uitzondering 2, Boek p.112)n.v.t.Tram linksaf de weg in, jij rechtsaf dezelfde weg intram gaat voor (uitzondering 3, Boek p.112-113)n.v.t.Op een voorrangsweg / tegenover voetganger op zebrapadn.v.t.geen bijzondere tramvoorrang (Boek p.113)
Waar u op let: Drie uitzonderingen waarbij de tram voorgaat: van links, afbuigend tegen rechtdoor, linksaf tegen rechtsaf. Op een voorrangsweg en tegenover voetgangers gelden geen uitzonderingen.

Borden en wetsartikelen

Test jezelf

Bij een gelijkwaardig kruispunt in Den Haag nadert een tram van links. Jij rijdt rechtdoor. Wie gaat voor?

Toon het antwoord

Op een gelijkwaardig kruispunt gaat de tram voor in drie situaties (Boek p.111-113): komt hij van links; buigt hij af terwijl jij rechtdoor gaat; of wil hij linksaf een weg inrijden terwijl jij rechtsaf dezelfde weg inrijdt.

Examenvragen over dit onderwerp

U rijdt in Den Haag rechtdoor over een voorrangsweg (gele ruit). Van rechts nadert een tram uit een zijstraat met haaientanden; hij wil uw weg oversteken. Wie gaat er voor?

  1. U gaat voor; de tram uit de zijstraat moet u laten passeren
  2. De tram gaat voor, omdat verkeer van rechts hier voorgaat
  3. De tram gaat voor, omdat een tram voorrang heeft op auto's
Toon het antwoord

Juiste antwoord: U gaat voor; de tram uit de zijstraat moet u laten passeren

Niet waar — een tram heeft niet overal voorrang. Op een voorrangsweg gelden de gewone regels; de tram uit de zijstraat met haaientanden moet u voorlaten. De haaientanden gaan hier boven de tramregels

Waarom dit vaak fout gaat: Bij een gelijkwaardig kruispunt geldt voor de tram gewoon de rechts-regel: komt hij niet van rechts, dan heeft hij geen voorrang.

Open deze vraag

In Rotterdam buigt een tram af naar links. Een voetganger steekt op dat moment het zebrapad over, precies in het pad van de afbuigende tram. Stelling: de afbuigende tram mag voorgaan op deze voetganger.

  1. Waar
  2. Niet waar
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Niet waar

Waarom dit vaak fout gaat: Een afbuigende tram mag altijd voorgaan op een voetganger op het zebrapad, want de tram is groter en kan niet snel stoppen.

Open deze vraag

Bij een gelijkwaardig kruispunt in Den Haag nadert een tram van links. Jij rijdt rechtdoor en de tram komt niet van rechts. Wat doe je?

  1. Ik laat de tram voorgaan, want de tram komt van links op een gelijkwaardig kruispunt
  2. Ik ga voor, want de tram komt niet van rechts en heeft dus volgens de rechts-regel geen voorrang
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Ik laat de tram voorgaan, want de tram komt van links op een gelijkwaardig kruispunt

Waarom dit vaak fout gaat: Bij een gelijkwaardig kruispunt geldt voor de tram gewoon de rechts-regel: komt hij niet van rechts, dan heeft hij geen voorrang.

Open deze vraag

In welke situaties krijgt de tram op een gelijkwaardig kruispunt voorrang die een gewone bestuurder in dezelfde positie niet zou krijgen (Boek p.111-113)? Kies alle juiste antwoorden.

  1. De tram wil linksaf een weg inrijden terwijl jij rechtsaf dezelfde weg inrijdt
  2. De tram komt van links
  3. De tram buigt af terwijl jij rechtdoor gaat op dezelfde weg
  4. De tram rijdt op een voorrangsweg
Toon het antwoord

Juiste antwoord: De tram wil linksaf een weg inrijden terwijl jij rechtsaf dezelfde weg inrijdt; De tram komt van links; De tram buigt af terwijl jij rechtdoor gaat op dezelfde weg

Waarom dit vaak fout gaat: De tram heeft in alle situaties voorrang, altijd en overal.

Open deze vraag

Hoeveel uitzonderingen geeft het boek specifiek voor de tram op een gelijkwaardig kruispunt, waarbij de tram voorrang krijgt die hij normaal niet zou hebben?

Toon het antwoord

Juiste antwoord: 3

Open deze vraag

Op een kruispunt in Rotterdam buigt een tram af naar links, terwijl jij (auto) op dezelfde weg rechtdoor rijdt. Wie gaat voor?

  1. De tram gaat voor — dit is de afbuigend-tegen-rechtdoor-uitzondering
  2. Ik ga voor, want ik rijd rechtdoor en rechtdoor gaat voor afslaand verkeer
Toon het antwoord

Juiste antwoord: De tram gaat voor — dit is de afbuigend-tegen-rechtdoor-uitzondering

Waarom dit vaak fout gaat: De tram heeft alleen voorrang als hij van links komt op een gelijkwaardig kruispunt; bij afbuigen of het inrijden van een weg gelden voor de tram de gewone rechtdoor- of rechtsaf-regels, net als bij een auto.

Open deze vraag

De tram heeft alleen voorrang als hij van links komt op een gelijkwaardig kruispunt; bij afbuigen of het inrijden van een weg gelden voor de tram de gewone rechtdoor- of rechtsaf-regels, net als bij een auto.

  1. Niet waar
  2. Waar
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Niet waar

Er zijn twee EXTRA uitzonderingen los van 'van links': ook als de tram AFBUIGT terwijl jij rechtdoor gaat, en als de tram LINKSAF een weg inrijdt terwijl jij rechtsaf dezelfde weg inrijdt, krijgt de tram alsnog voorrang

Waarom dit vaak fout gaat: De tram heeft alleen voorrang als hij van links komt op een gelijkwaardig kruispunt; bij afbuigen of het inrijden van een weg gelden voor de tram de gewone rechtdoor- of rechtsaf-regels, net als bij een auto.

Open deze vraag

Op een voorrangsweg in Den Haag (bord B1) nadert een tram op zijn eigen rails naast de weg. Wat geldt hier?

  1. De tram gaat sowieso altijd voor, overal.
  2. De gewone voorrangswegregels — de tram heeft hier geen bijzondere voorrang.
Toon het antwoord

Juiste antwoord: De gewone voorrangswegregels — de tram heeft hier geen bijzondere voorrang.

Nadert de tram een voorrangsweg, dan gelden de gewone regels en heeft hij geen bijzondere voorrang; voetgangers op het zebrapad gaan ook voor de tram

Waarom dit vaak fout gaat: De tram heeft in alle situaties voorrang, altijd en overal.

Open deze vraag

Nadert de tram een voorrangsweg, dan gelden de gewone regels en heeft hij geen bijzondere voorrang; voetgangers op het zebrapad gaan ook voor de tram.

  1. Niet waar
  2. Waar
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Waar

Nadert de tram een voorrangsweg, dan gelden de gewone regels en heeft hij geen bijzondere voorrang; voetgangers op het zebrapad gaan ook voor de tram

Waarom dit vaak fout gaat: De tram heeft in alle situaties voorrang, altijd en overal.

Open deze vraag

Over Voorrang van de tram: drie uitzonderingen, geen almacht: welke uitspraak is juist?

  1. Expliciet: een afbuigende tram gaat NIET voor op voetgangers die op een oversteekplaats oversteken.
  2. De tram heeft in alle situaties voorrang, altijd en overal.
  3. Bij een gelijkwaardig kruispunt geldt voor de tram gewoon de rechts-regel: komt hij niet van rechts, dan heeft hij geen voorrang.
  4. De tram heeft alleen voorrang als hij van links komt op een gelijkwaardig kruispunt; bij afbuigen of het inrijden van een weg gelden voor de tram de gewone rechtdoor- of rechtsaf-regels, net als bij een auto.
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Expliciet: een afbuigende tram gaat NIET voor op voetgangers die op een oversteekplaats oversteken.

Expliciet: een afbuigende tram gaat NIET voor op voetgangers die op een oversteekplaats oversteken

Waarom dit vaak fout gaat: De tram heeft in alle situaties voorrang, altijd en overal.

Open deze vraag

Alle oefenvragen van dit onderwerp

Veelgestelde vragen

‘De tram heeft in alle situaties voorrang, altijd en overal’ – klopt dat?

Nee. Nadert de tram een voorrangsweg, dan gelden de gewone regels en heeft hij geen bijzondere voorrang; voetgangers op het zebrapad gaan ook voor de tram

‘Een afbuigende tram mag altijd voorgaan op een voetganger op het zebrapad, want de tram is groter en kan niet snel stoppen’ – klopt dat?

Nee. Expliciet: een afbuigende tram gaat NIET voor op voetgangers die op een oversteekplaats oversteken

‘De tram heeft alleen voorrang als hij van links komt op een gelijkwaardig kruispunt; bij afbuigen of het inrijden van een weg gelden voor de tram de gewone rechtdoor- of rechtsaf-regels, net als bij een auto’ – klopt dat?

Nee. Er zijn twee EXTRA uitzonderingen los van 'van links': ook als de tram AFBUIGT terwijl jij rechtdoor gaat, en als de tram LINKSAF een weg inrijdt terwijl jij rechtsaf dezelfde weg inrijdt, krijgt de tram alsnog voorrang

‘Bij een gelijkwaardig kruispunt geldt voor de tram gewoon de rechts-regel: komt hij niet van rechts, dan heeft hij geen voorrang’ – klopt dat?

Nee. De tram heeft een eigen uitzonderingsregel: hij gaat voor zodra hij van LINKS komt (het omgekeerde van de rechts-regel voor gewone bestuurders), plus de twee afslaan-uitzonderingen

Verwante onderwerpen

Open in de app