Kern: Alcohol achter het stuur: de grens en het glas
De wettelijke grens hangt af van uw rijervaring: een ervaren bestuurder blijft onder 220 microgram per liter adem of 0,5 promille bloed. Een beginnend bestuurder — de eerste 5 jaar na uw eerste rijbewijs, of 7 jaar als u vóór uw 18e al AM of T haalde — zit op de lagere grens van 88 microgram per liter of 0,2 promille. Het boek voegt daar een consumptierekensom aan toe die de wet zelf niet geeft: één standaardglas, ongeacht het type drank, levert ongeveer 12 ml pure alcohol en dus gemiddeld 0,2 à 0,3 promille op. Voor een beginnend bestuurder kan dat ene glas de eigen grens van 0,2 promille dus al raken of overschrijden. Afbouwen gaat met een vast tempo: 0,1 à 0,2 promille per uur. Er bestaat geen versneller — geen koffie, geen koude douche, geen frisse lucht. De afbraak van één glas duurt daardoor al snel anderhalf uur, en de grens geldt niet alleen voor automobilisten: de wet spreekt over de bestuurder van een voertuig, dus ook de fietser.
Vragen over dit onderdeel
Alle onderdelen van dit onderwerp
- Uitdaging: Alcohol achter het stuur: de grens en het glas
- Het model: Alcohol achter het stuur: de grens en het glas
- Waarom dit telt: Alcohol achter het stuur: de grens en het glas
- Test jezelf: Alcohol achter het stuur: de grens en het glas
- Leg het uit: Alcohol achter het stuur: de grens en het glas
- Onthoud: Alcohol achter het stuur: de grens en het glas