Alle hoofdstukken

Bijzondere weggedeelten

Chapter h06_bijzondere_weggedeelten

Vragen (73)

  1. Bij een basisschool in Steenbergen staat een bord '30 km-zone'. Wat is de maximumsnelheid (in km/u) in zo'n zone?
  2. In Klundert overlegt de gemeente waar een nieuwe 30 km-zone moet komen. Welke twee plekken passen het best bij de boekre
  3. U rijdt via een duidelijke inrit een 30 km-zone in Steenbergen binnen. Stelling: hierbij geldt geen bijzondere voorrangs
  4. In Steenbergen rijdt u een 30 km-zone binnen over een verlaagde trottoirband. Later verlaat u de zone op een kruispunt v
  5. Welke uitspraken over de 30 km-zone kloppen? (selecteer alle juiste; Boek p.90)
  6. In Steenbergen rijdt u een 30 km-zone in bij een school. De toegang is een inrit: u rijdt over een doorlopend trottoir.
  7. Een 30 km-zone heet zo omdat de maximumsnelheid 30 km/u is, niet 15.
  8. Over De 30 km-zone: waar hij ligt, en waarom het einde geen vaste regel heeft: welke uitspraak is FOUT?
  9. In Steenbergen rijdt u een 30 km-zone uit. Aan het einde ziet u geen inritblokken of verlaagde trottoirband, maar gewoon
  10. Bij een boerderijwinkel van Fixet vlak bij Zundert rijdt u een erf op. Wat is de maximumsnelheid (in km/u) die hier geld
  11. Op een erf bij een vakantiepark ziet u geen P-bord en geen gemarkeerd parkeervak naast de weg. U wilt er even parkeren,
  12. Bij de ingang van een vakantiepark is een erf ingericht zonder stoeprand. Stelling: voetgangers moeten hier, net als op
  13. Bij Zundert rijdt u over een duidelijk verlaagde trottoirband een erf op dat naar het parkeerterrein van een vakantiepar
  14. Welke uitspraken over een erf kloppen? (selecteer alle juiste; Boek p.89)
  15. U beheert de inrichting van een nieuw vakantiepark bij Zundert en moet kiezen tussen een erf-inrichting en een 30 km-zon
  16. Over Het erf: 15 km/u, voetgangers op de weg, parkeren met beperkingen: welke uitspraak is FOUT?
  17. Over Het erf: 15 km/u, voetgangers op de weg, parkeren met beperkingen: welke uitspraak is FOUT?
  18. U mag alleen parkeren op eigen terrein of op een plaats die met een P is aangeduid. 'Niemand hinderen' is geen vervangen
  19. Op een zomeravond rijdt u een woonerf op bij een recreatiepark bij Zundert. Een digitaal bord verderop in de straat toon
  20. Bij een Multimate in Fijnaart slaat u af naar het parkeerterrein. De trottoirband is niet verlaagd. Over het fietspad na
  21. In Willemstad rijdt u van de hoofdweg naar een vlakke, ongemarkeerde toegangsweg van een winkelcentrum-parkeerterrein —
  22. Bij de Multimate in Fijnaart wilt u rechtsaf de inrit naar het parkeerterrein in. Vlak achter u rijdt een auto en op het
  23. U verlaat het parkeerterrein van de Multimate in Fijnaart over een vlakke toegangsweg zonder verlaagde trottoirband of i
  24. Welke uitspraken over inrit/uitrit kloppen? (selecteer alle juiste; Boek p.88, p.90)
  25. U verlaat het parkeerterrein van een winkelcentrum bij Willemstad via de toegangsweg. De trottoirband is niet verlaagd e
  26. Bij rechtsaf een inrit inrijden moet u eerder dan bij een gewone rechtsafslag richting aangeven, omdat uw achterligger e
  27. Over Inrit en uitrit: iedereen voor laten gaan, ook zonder verlaagde band: welke uitspraak is FOUT?
  28. Bij een Multimate in Fijnaart rijdt u een vlakke, ongemarkeerde weg op die naar het parkeerterrein leidt — geen verlaagd
  29. Binnen de bebouwde kom in Katwijk nadert u van achteren een touringcar die bij de bushalte zijn richtingaanwijzer aanzet
  30. Stelling: op een provinciale weg buiten de bebouwde kom moet u een bus die van de halte wegrijdt ook altijd voor laten g
  31. Binnen de bebouwde kom in Rhenen rijdt u langs een halte. Daar staat een klein buurtbusje dat zijn richtingaanwijzer aan
  32. Welke uitspraken over bushalte, tramhalte en busluis kloppen? (meerdere antwoorden mogelijk)
  33. In Delft nadert u een tramhalte zonder vluchtheuvel. Een tram staat stil en twee passagiers stappen uit, direct de rijba
  34. In Waalwijk staat u voor een smalle busluis, binnen de bebouwde kom, met daarachter een kortere route naar uw bestemming
  35. De tekst noemt expliciet 'alle autobussen, dus ook touringcars'.
  36. Over Bus laten wegrijden, tramhalte zonder perron, en de busluis: welke uitspraken zijn juist? (meerdere antwoorden moge
  37. Over Bus laten wegrijden, tramhalte zonder perron, en de busluis: welke uitspraak is FOUT?
  38. De verplichting geldt specifiek voor een tramhalte ZONDER vluchtheuvel/perron; het boek noemt dit zelf een zeldzame situ
  39. U rijdt binnen de bebouwde kom in Katwijk achter een grote touringcar die bij de bushalte zijn richtingaanwijzer aanzet
  40. Op de boulevard in Noordwijk rijdt u op de rechterstrook van twee stroken in uw richting naar een zebrapad. Op de linker
  41. Op een weg met twee rijstroken naar Naaldwijk staat een bestelbus stil, vlak voor een zebrapad, om iemand te laten uitst
  42. In Noordwijk stopt u 3 meter na een zebrapad, maar een paar seconden, om uw bijrijder te laten uitstappen. Mag dat?
  43. In Noordwijk wilt u uw passagier laten uitstappen. Vlak voor u ligt een zebrapad; 4 meter erna is langs de stoep nog ple
  44. Welke uitspraken over een zebrapad kloppen? (selecteer alle juiste; Boek p.91, p.161-162)
  45. In Noordwijk zet een taxichauffeur zijn auto 2 meter na een zebrapad even stil, waar geen bord staat, om een oudere pass
  46. De regel geldt al zodra iemand op het punt staat om over te steken, niet pas als hij al loopt.
  47. Over Het zebrapad: voorrang, inhaalverbod en de 5-meterzone: welke uitspraak is juist?
  48. Op de boulevard van Noordwijk staat een fietser stil naast een zebrapad, duidelijk wachtend om over te steken, maar hij
  49. Op de Zeelandbrug ziet u het rode bruglicht vóór u vast branden, zonder te knipperen. Wat doet u?
  50. Stelling: bij vorst worden bruggen en viaducten pas glad op hetzelfde moment als de rest van de weg, niet eerder.
  51. U nadert de Velsertunnel. Buiten is het nog volop daglicht en u draagt een zonnebril. Wat doet u?
  52. Welke uitspraken over pech en brand in een tunnel kloppen? (meerdere antwoorden mogelijk)
  53. U rijdt een korte tunnel van 150 meter in en ziet geen bord met de tunnellengte (L13). Klopt dat?
  54. In de Vlaketunnel komt er rook onder de motorkap van uw eigen auto vandaan. De ingang waar u net vandaan kwam is dichter
  55. Bij het bruglicht hoeft u alleen te stoppen als het rode licht knippert, niet als het continu (vast) rood brandt.
  56. Bord L13 staat specifiek bij tunnels die LANGER zijn dan 250 meter, niet bij elke tunnel.
  57. Over Brug en tunnel: zijwind, bruglicht, en de tunnel-noodprocedures: welke uitspraak is juist?
  58. Over Brug en tunnel: zijwind, bruglicht, en de tunnel-noodprocedures: welke uitspraak is juist?
  59. Over Brug en tunnel: zijwind, bruglicht, en de tunnel-noodprocedures: welke uitspraak is FOUT?
  60. U steekt nooit de rijbaan over; u loopt langs de tunnelwand in de rijrichting van het verkeer naar de dichtstbijzijnde h
  61. In de Kiltunnel krijgt uw auto pech. U kunt niet meer verder rijden. De dichtstbijzijnde hulppost lijkt aan de overkant
  62. Op een landweg bij Lochem passeert u een overwegbaken met twee schuine strepen. Hoeveel meter is dat nog tot de overweg?
  63. Stelling: bij een overweg met bomen hoeft u pas te stoppen zodra de bomen beginnen te zakken, niet al bij het rode knipp
  64. Vlak voor een overweg bij Meppel staat een paal met twee Andreaskruisen boven elkaar. U wilt de overweg oversteken. Waar
  65. Welke uitspraken over een overweg kloppen? (meerdere antwoorden mogelijk)
  66. Bij Nunspeet passeert u het eerste overwegbaken, met drie schuine strepen erop. Hoeveel meter is dat nog tot de overweg
  67. Bij Lochem nadert u een overweg en rijdt u vlak achter een fietser. Er is ruim zicht en voldoende ruimte om in te halen
  68. Elke schuine streep staat voor 80 meter: drie strepen op 240 m, twee strepen op 160 m, één streep op 80 m voor de overwe
  69. Over Overweg: bakens, Andreaskruis en het rode knipperlicht: welke uitspraak is juist?
  70. Over Overweg: bakens, Andreaskruis en het rode knipperlicht: welke uitspraak is FOUT?
  71. Beide types overweg hebben knipperlichten en alarmbellen; het enige verschil is de aan- of afwezigheid van bomen.
  72. Over Overweg: bakens, Andreaskruis en het rode knipperlicht: welke uitspraak is FOUT?
  73. Bij een overweg zonder bomen (bord met de locomotief) bij Nunspeet beginnen de lichten rood te knipperen en rinkelt de b
App