Waarom dit telt: Brug en tunnel: zijwind, bruglicht, en de tunnel-noodprocedures
Een plotselinge windvlaag op een hoge brug zoals de Zeelandbrug kan een lichte auto tientallen centimeters opzij duwen — precies genoeg om een naastliggende rijstrook te raken. In een tunnel is er geen berm om uit te wijken en geen ruimte voor een U-bocht; wie daar tegen een file in achteruitrijdt of oversteekt, loopt zelf het risico aangereden te worden door verkeer dat hem niet ziet aankomen. De volgorde 'langs de wand, in de rijrichting, nooit oversteken' bestaat niet als bureaucratische regel maar omdat het letterlijk de enige route is waarop u zichtbaar blijft voor het verkeer achter u.
Vragen over dit onderdeel
Alle onderdelen van dit onderwerp
- Uitdaging: Brug en tunnel: zijwind, bruglicht, en de tunnel-noodprocedures
- Het model: Brug en tunnel: zijwind, bruglicht, en de tunnel-noodprocedures
- Kern: Brug en tunnel: zijwind, bruglicht, en de tunnel-noodprocedures
- Test jezelf: Brug en tunnel: zijwind, bruglicht, en de tunnel-noodprocedures
- Leg het uit: Brug en tunnel: zijwind, bruglicht, en de tunnel-noodprocedures
- Onthoud: Brug en tunnel: zijwind, bruglicht, en de tunnel-noodprocedures