Theory Mastery

Brug en tunnel: zijwind, bruglicht, en de tunnel-noodprocedures

Wat het examen hier vraagt: Iedereen weet dat rood staat voor 'stoppen', maar de details verschillen precies waar cursisten het minst op letten: geldt het bruglicht ook als het niet knippert maar vast brandt?

14 minuten · 7 onderdelen · 13 vragen

De valkuil

Veel cursisten denken: Bij het bruglicht hoeft u alleen te stoppen als het rode licht knippert, niet als het continu (vast) rood brandt.

De regel is: 'als dat brandt of gaat knipperen, stop je'. Vast rood en knipperend rood betekenen bij het bruglicht allebei hetzelfde: stoppen

Uitdaging

Iedereen weet dat rood staat voor 'stoppen', maar de details verschillen precies waar cursisten het minst op letten: geldt het bruglicht ook als het niet knippert maar vast brandt? En als het straks misgaat in een tunnel, is 'zo snel mogelijk terug naar de ingang' dan de juiste reflex, of juist de fout die het boek uitdrukkelijk verbiedt?

Lees dit onderdeel apart: Uitdaging: Brug en tunnel: zijwind, bruglicht, en de tunnel-noodprocedures

Het model

Bij een brug: brandt of knippert het rode licht, dan stopt u, zet u de motor uit en wacht u tot het licht gedoofd is (Boek p.97). Bruggen worden ook sneller glad bij vorst en gevoelig voor zijwind (bord J31). In een tunnel: bij pech of brand steekt u nooit de rijbaan over en keert u nooit om of rijdt u achteruit (Boek p.99-100) — u loopt of parkeert altijd in de rijrichting, langs de wand, richting de dichtstbijzijnde hulppost of nooduitgang.

Lees dit onderdeel apart: Het model: Brug en tunnel: zijwind, bruglicht, en de tunnel-noodprocedures

Kern

Op bruggen en viaducten kunt u last hebben van zijwind, vooral buiten de bebouwde kom op hoge bruggen en boven groot open water — een bord met een windzak (J31) kan dit aankondigen (Boek p.97). Diezelfde locaties worden bij vorst sneller glad dan gewone wegen, omdat de wind er ook onderdoor komt en het wegdek sneller afkoelt. Het bruglicht zelf kent één simpele regel: brandt het rode licht óf knippert het, dan stopt u, zet u de motor uit, en wacht u tot het licht gedoofd is (Boek p.97) — de toestand van het licht (vast of knipperend) maakt voor uw gedrag geen verschil. Bij een tunnel informeren drie borden u vooraf: L13 toont de tunnellengte, maar alleen bij tunnels langer dan 250 meter; C22 met een letter geeft aan welke gevaarlijke stoffen niet door mogen; K14 wijst dan de omleidingsroute voor die stoffen (Boek p.98). Vlak voor de tunnel doet u het dimlicht aan — ruim van tevoren, niet pas in de tunnel, anders denken achterliggers dat u remt — en zet u een eventuele zonnebril af (Boek p.99). Bij pech in een tunnel probeert u er eerst uit te komen; lukt dat niet, dan parkeert u zo ver mogelijk rechts, zet u de alarmlichten aan, en loopt u — nooit de rijbaan overstekend — langs de tunnelwand in de rijrichting naar de dichtstbijzijnde hulppost (Boek p.99-100). Bij brand aan uw eigen voertuig parkeert u zo dicht mogelijk tegen de wand, zet u de alarmlichten aan, keert u nooit om en rijdt u nooit achteruit, laat u de sleutel in het contact zitten, en verlaat u de tunnel lopend via de dichtstbijzijnde nooduitgang (Boek p.100).

Lees dit onderdeel apart: Kern: Brug en tunnel: zijwind, bruglicht, en de tunnel-noodprocedures

Waarom dit telt

Een plotselinge windvlaag op een hoge brug zoals de Zeelandbrug kan een lichte auto tientallen centimeters opzij duwen — precies genoeg om een naastliggende rijstrook te raken. In een tunnel is er geen berm om uit te wijken en geen ruimte voor een U-bocht; wie daar tegen een file in achteruitrijdt of oversteekt, loopt zelf het risico aangereden te worden door verkeer dat hem niet ziet aankomen. De volgorde 'langs de wand, in de rijrichting, nooit oversteken' bestaat niet als bureaucratische regel maar omdat het letterlijk de enige route is waarop u zichtbaar blijft voor het verkeer achter u.

Lees dit onderdeel apart: Waarom dit telt: Brug en tunnel: zijwind, bruglicht, en de tunnel-noodprocedures

Test jezelf

In de Kiltunnel krijgt uw auto pech. U kunt niet meer verder rijden. De dichtstbijzijnde hulppost lijkt aan de overkant van de rijbaan te liggen. Wat doet u?

Lees dit onderdeel apart: Test jezelf: Brug en tunnel: zijwind, bruglicht, en de tunnel-noodprocedures

Leg het uit

Leg uit: wanneer moet u stoppen bij een bruglicht, en wat zijn de twee dingen die u NOOIT mag doen bij brand aan uw eigen auto in een tunnel?

Lees dit onderdeel apart: Leg het uit: Brug en tunnel: zijwind, bruglicht, en de tunnel-noodprocedures

Onthoud

Bruglicht brandt of knippert = stoppen, motor uit. Tunnel: nooit oversteken, nooit achteruit — altijd vooruit, langs de wand.

Lees dit onderdeel apart: Onthoud: Brug en tunnel: zijwind, bruglicht, en de tunnel-noodprocedures

Bron: RVV 1990 art. 32 · RVV 1990 art. 78 · gecontroleerd 2026-10-22

In beeld

Brug en tunnel: twee omgevingen, twee noodproceduresBrug/viaduct (p.97)Tunnel (p.98-100)Weersrisicozijwind + sneller glad bij vorstn.v.t. — wel zichtprobleem bij in-/uitrijdenStopsignaalrood bruglicht, brandend of knipperendn.v.t. voor doorrijden — wel bij pech/brandBij een noodgevalmotor uit, wachten tot licht gedoofd isrechts parkeren/tegen de wand, nooit oversteken of achteruitrijden, lopend naar hulppost/nooduitgang
Waar u op let: Brug: zijwind (J31), sneller glad, rood bruglicht = stoppen + motor uit. Tunnel: pech = rechts parkeren, nooit oversteken, langs de wand naar de hulppost. Borden L13/C22/K14.

Borden en wetsartikelen

Test jezelf

U rijdt over de Zeelandbrug bij harde westenwind en ziet vlak voor u een rood licht bij de brug beginnen te knipperen. Wat doet u?

Toon het antwoord

Bij een brug: brandt of knippert het rode licht, dan stopt u, zet u de motor uit en wacht u tot het licht gedoofd is (Boek p.97). Bruggen worden ook sneller glad bij vorst en gevoelig voor zijwind (bord J31). In een tunnel: bij pech of brand steekt u nooit de rijbaan over en keert u nooit om of rijdt u achteruit (Boek p.99-100) — u loopt of parkeert altijd in de rijrichting, langs de wand, richting de dichtstbijzijnde hulppost of nooduitgang.

Examenvragen over dit onderwerp

Over Brug en tunnel: zijwind, bruglicht, en de tunnel-noodprocedures: welke uitspraak is juist?

  1. Bij het bruglicht hoeft u alleen te stoppen als het rode licht knippert, niet als het continu (vast) rood brandt.
  2. U mag het dimlicht pas aandoen zodra u de tunnel daadwerkelijk inrijdt, niet eerder.
  3. Doordat de wind er ook onderdoor komt, koelt het wegdek van een brug sneller af en bevriest het eerder dan gewone wegen.
  4. Bij brand aan uw eigen auto in een tunnel kunt u het beste omkeren of achteruitrijden naar de dichtstbijzijnde tunnelingang.
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Doordat de wind er ook onderdoor komt, koelt het wegdek van een brug sneller af en bevriest het eerder dan gewone wegen.

Doordat de wind er ook onderdoor komt, koelt het wegdek van een brug sneller af en bevriest het eerder dan gewone wegen

Waarom dit vaak fout gaat: Bij het bruglicht hoeft u alleen te stoppen als het rode licht knippert, niet als het continu (vast) rood brandt.

Open deze vraag

Over Brug en tunnel: zijwind, bruglicht, en de tunnel-noodprocedures: welke uitspraak is FOUT?

  1. Het dimlicht moet ruim vóórdat u de tunnel inrijdt aan, juist omdat achterliggers anders kunnen denken dat u remt als het licht pas in de tunnel aangaat.
  2. Bruggen en viaducten worden bij vorst pas glad op hetzelfde moment als de rest van de weg, niet eerder.
  3. 'als dat brandt of gaat knipperen, stop je'. Vast rood en knipperend rood betekenen bij het bruglicht allebei hetzelfde: stoppen.
  4. U steekt nooit de rijbaan over; u loopt langs de tunnelwand in de rijrichting van het verkeer naar de dichtstbijzijnde hulppost aan uw eigen kant.
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Bruggen en viaducten worden bij vorst pas glad op hetzelfde moment als de rest van de weg, niet eerder.

Doordat de wind er ook onderdoor komt, koelt het wegdek van een brug sneller af en bevriest het eerder dan gewone wegen

Waarom dit vaak fout gaat: U mag het dimlicht pas aandoen zodra u de tunnel daadwerkelijk inrijdt, niet eerder.

Open deze vraag

Over Brug en tunnel: zijwind, bruglicht, en de tunnel-noodprocedures: welke uitspraak is juist?

  1. 'als dat brandt of gaat knipperen, stop je'. Vast rood en knipperend rood betekenen bij het bruglicht allebei hetzelfde: stoppen.
  2. Bruggen en viaducten worden bij vorst pas glad op hetzelfde moment als de rest van de weg, niet eerder.
  3. Bij pech in een tunnel mag u de rijbaan oversteken als de dichtstbijzijnde hulppost aan de overkant ligt.
  4. Bij brand aan uw eigen auto in een tunnel kunt u het beste omkeren of achteruitrijden naar de dichtstbijzijnde tunnelingang.
Toon het antwoord

Juiste antwoord: 'als dat brandt of gaat knipperen, stop je'. Vast rood en knipperend rood betekenen bij het bruglicht allebei hetzelfde: stoppen.

'als dat brandt of gaat knipperen, stop je'. Vast rood en knipperend rood betekenen bij het bruglicht allebei hetzelfde: stoppen

Waarom dit vaak fout gaat: Bruggen en viaducten worden bij vorst pas glad op hetzelfde moment als de rest van de weg, niet eerder.

Open deze vraag

Bij het bruglicht hoeft u alleen te stoppen als het rode licht knippert, niet als het continu (vast) rood brandt.

  1. Niet waar
  2. Waar
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Niet waar

'als dat brandt of gaat knipperen, stop je'. Vast rood en knipperend rood betekenen bij het bruglicht allebei hetzelfde: stoppen

Waarom dit vaak fout gaat: Bij het bruglicht hoeft u alleen te stoppen als het rode licht knippert, niet als het continu (vast) rood brandt.

Open deze vraag

In de Kiltunnel krijgt uw auto pech. U kunt niet meer verder rijden. De dichtstbijzijnde hulppost lijkt aan de overkant van de rijbaan te liggen. Wat doet u?

  1. Ik steek de rijbaan over naar de hulppost aan de overkant, want die is dichterbij
  2. Ik parkeer zo ver mogelijk rechts, zet de alarmlichten aan, en loop langs de wand in de rijrichting naar de hulppost aan mijn eigen kant
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Ik parkeer zo ver mogelijk rechts, zet de alarmlichten aan, en loop langs de wand in de rijrichting naar de hulppost aan mijn eigen kant

U steekt nooit de rijbaan over, ook niet als een hulppost aan de overkant dichterbij lijkt

Waarom dit vaak fout gaat: Bij pech in een tunnel mag u de rijbaan oversteken als de dichtstbijzijnde hulppost aan de overkant ligt.

Open deze vraag

U steekt nooit de rijbaan over; u loopt langs de tunnelwand in de rijrichting van het verkeer naar de dichtstbijzijnde hulppost aan uw eigen kant.

  1. Niet waar
  2. Waar
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Waar

U steekt nooit de rijbaan over; u loopt langs de tunnelwand in de rijrichting van het verkeer naar de dichtstbijzijnde hulppost aan uw eigen kant

Waarom dit vaak fout gaat: Bij pech in een tunnel mag u de rijbaan oversteken als de dichtstbijzijnde hulppost aan de overkant ligt.

Open deze vraag

Bord L13 staat specifiek bij tunnels die LANGER zijn dan 250 meter, niet bij elke tunnel.

  1. Niet waar
  2. Waar
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Waar

Bord L13 staat specifiek bij tunnels die LANGER zijn dan 250 meter, niet bij elke tunnel

Waarom dit vaak fout gaat: Bord L13 met de tunnellengte staat bij elke tunnel, ongeacht hoe lang die is.

Open deze vraag

Op de Zeelandbrug ziet u het rode bruglicht vóór u vast branden, zonder te knipperen. Wat doet u?

  1. Ik rijd door, want ik hoef alleen te stoppen als het licht knippert
  2. Ik rijd langzaam door, want vast rood is minder dringend dan knipperend rood
  3. Ik stop, zet de motor uit, en wacht tot het licht gedoofd is
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Ik stop, zet de motor uit, en wacht tot het licht gedoofd is

Waarom dit vaak fout gaat: Bij het bruglicht hoeft u alleen te stoppen als het rode licht knippert, niet als het continu (vast) rood brandt.

Open deze vraag

Stelling: bij vorst worden bruggen en viaducten pas glad op hetzelfde moment als de rest van de weg, niet eerder.

  1. Waar
  2. Niet waar
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Niet waar

Waarom dit vaak fout gaat: Bruggen en viaducten worden bij vorst pas glad op hetzelfde moment als de rest van de weg, niet eerder.

Open deze vraag

U nadert de Velsertunnel. Buiten is het nog volop daglicht en u draagt een zonnebril. Wat doet u?

  1. Ruim voor de tunnel dimlicht aan, de zonnebril houd ik op
  2. Zonnebril af, dimlicht pas aan zodra ik de tunnel inrijd
  3. Ruim voor de tunnel dimlicht aan en mijn zonnebril af
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Ruim voor de tunnel dimlicht aan en mijn zonnebril af

Niet waar — u doet het licht te laat aan. Zet het dimlicht ruim vóór de tunnel aan; gaat het pas in de tunnel aan, dan denken achterliggers dat u remt

Waarom dit vaak fout gaat: Zolang het buiten nog daglicht is, kunt u uw zonnebril in een tunnel gewoon ophouden.

Open deze vraag

Alle oefenvragen van dit onderwerp

Veelgestelde vragen

‘Bij het bruglicht hoeft u alleen te stoppen als het rode licht knippert, niet als het continu (vast) rood brandt’ – klopt dat?

Nee. 'als dat brandt of gaat knipperen, stop je'. Vast rood en knipperend rood betekenen bij het bruglicht allebei hetzelfde: stoppen

‘Bruggen en viaducten worden bij vorst pas glad op hetzelfde moment als de rest van de weg, niet eerder’ – klopt dat?

Nee. Doordat de wind er ook onderdoor komt, koelt het wegdek van een brug sneller af en bevriest het eerder dan gewone wegen

‘U mag het dimlicht pas aandoen zodra u de tunnel daadwerkelijk inrijdt, niet eerder’ – klopt dat?

Nee. Het dimlicht moet ruim vóórdat u de tunnel inrijdt aan, juist omdat achterliggers anders kunnen denken dat u remt als het licht pas in de tunnel aangaat

‘Bij pech in een tunnel mag u de rijbaan oversteken als de dichtstbijzijnde hulppost aan de overkant ligt’ – klopt dat?

Nee. U steekt nooit de rijbaan over; u loopt langs de tunnelwand in de rijrichting van het verkeer naar de dichtstbijzijnde hulppost aan uw eigen kant

‘Bij brand aan uw eigen auto in een tunnel kunt u het beste omkeren of achteruitrijden naar de dichtstbijzijnde tunnelingang’ – klopt dat?

Nee. U keert nooit om en rijdt nooit achteruit; u parkeert dicht tegen de tunnelwand, verlaat het voertuig en loopt via de dichtstbijzijnde nooduitgang weg van de brand

Verwante onderwerpen

Open in de app