Theory Mastery

Overweg: bakens, Andreaskruis en het rode knipperlicht

Wat het examen hier vraagt: De meeste cursisten weten dat er bakens staan, maar niet wat de strepen precies betekenen — ze schatten op gevoel.

14 minuten · 7 onderdelen · 12 vragen

De valkuil

Veel cursisten denken: U hoeft pas te stoppen voor een overweg zodra de overwegbomen beginnen te zakken, niet al bij het rode knipperlicht.

De regel is: U moet stoppen zodra de overweglichten rood gaan knipperen en de alarmbellen beginnen te rinkelen; de bomen zakken pas een paar seconden later

Uitdaging

De meeste cursisten weten dat er bakens staan, maar niet wat de strepen precies betekenen — ze schatten op gevoel. De CBR-examenmaker rekent daarop: elke streep staat voor exact hetzelfde aantal meters, en wie dat niet weet, mist ook waarom twee Andreaskruisen iets heel anders betekenen dan twee overwegen.

Lees dit onderdeel apart: Uitdaging: Overweg: bakens, Andreaskruis en het rode knipperlicht

Het model

Elke schuine streep op een baken staat voor 80 meter: drie strepen op 240 m, twee strepen op 160 m, één streep op 80 m voor de overweg (Boek p.95). Vlak voor de overweg zelf staat een Andreaskruis: één kruis = één spoor, twee kruisen = twee of meer sporen op diezelfde overweg. Zodra de lichten rood knipperen en de bel rinkelt, stopt u meteen (Boek p.94) — niet pas als de bomen zakken.

Lees dit onderdeel apart: Het model: Overweg: bakens, Andreaskruis en het rode knipperlicht

Kern

Een overweg (Boek p.94) is een gelijkvloerse kruising tussen weg en spoorweg. Bord J10 (hek-symbool) hoort bij een overweg MET bomen; bord J11 (locomotief-symbool) bij een overweg ZONDER bomen, maar wel met dezelfde knipperlichten en alarmbellen. Het stopmoment is in beide gevallen identiek: zodra de lichten rood gaan knipperen en de bel rinkelt, stopt u — de bomen (indien aanwezig) zakken pas een paar seconden later. De drie bakens vóór de overweg geven u een exacte afstandsmeting, geen vage waarschuwing: drie strepen op 240 meter, twee strepen op 160 meter, één streep op 80 meter (Boek p.95). Zo kunt u uw snelheid tijdig aanpassen voordat u het rode licht überhaupt ziet. Vlak voor de overweg zelf vertelt het Andreaskruis u iets anders: niet de afstand, maar het aantal sporen. Eén kruis betekent één spoor — kijk één keer goed uit. Twee kruisen betekenen twee of meer sporen op diezelfde overweg — een trein op het verste spoor kan een trein op het dichtstbijzijnde spoor aan het zicht onttrekken, dus kijk na het passeren van de eerste rails opnieuw. Inhalen vlak voor of op een overweg is geen wettelijk verbod zoals bij een zebrapad, maar een advies: kun je beter niet. Fietsers inhalen is daar soms een uitzondering, als er voldoende ruimte en zicht is (Boek p.96) — het is dan beter voor de doorstroming.

Lees dit onderdeel apart: Kern: Overweg: bakens, Andreaskruis en het rode knipperlicht

Waarom dit telt

Een trein kan niet uitwijken en heeft een stopafstand van honderden meters — de bakens en het Andreaskruis geven u de informatie die u nodig heeft vóórdat de situatie acuut wordt. Wie pas bij de zakkende bomen reageert, remt vaak te laat op een natte landweg bij Meppel. En wie bij een overweg met twee sporen na de eerste trein meteen doorrijdt, rijdt zo de kans op een tweede, verborgen trein tegemoet — precies de reden waarom het Andreaskruis het aantal sporen meldt, niet alleen 'let op'.

Lees dit onderdeel apart: Waarom dit telt: Overweg: bakens, Andreaskruis en het rode knipperlicht

Test jezelf

Bij een overweg zonder bomen (bord met de locomotief) bij Nunspeet beginnen de lichten rood te knipperen en rinkelt de bel. Wat doet u?

Lees dit onderdeel apart: Test jezelf: Overweg: bakens, Andreaskruis en het rode knipperlicht

Leg het uit

Leg uit: wat betekenen de drie bakens vóór een overweg, wat betekent het aantal Andreaskruisen, en wanneer moet u precies stoppen?

Lees dit onderdeel apart: Leg het uit: Overweg: bakens, Andreaskruis en het rode knipperlicht

Onthoud

Streep = 80m (3-2-1 = 240-160-80). Kruis = spoor (1 of 2+). Rood knippert + bel = stoppen, niet wachten op de bomen.

Lees dit onderdeel apart: Onthoud: Overweg: bakens, Andreaskruis en het rode knipperlicht

Bron: RVV 1990 art. 78 · gecontroleerd 2026-10-22

In beeld

Overweg: bakens tellen af, Andreaskruis telt sporenJ10 — met overwegbomen (p.94)J11 — zonder overwegbomen (p.94)Beveiligingknipperlichten, alarmbellen, bomenknipperlichten, alarmbellen, géén bomenStopmoment (p.94)zodra de lichten rood knipperen + belzodra de lichten rood knipperen + belGevaarniveaugelijk aan J11 — geen verschil in ernstgelijk aan J10 — geen verschil in ernst
Waar u op let: Bakens: 3 strepen=240m, 2 strepen=160m, 1 streep=80m. Andreaskruis: 1=1 spoor, 2=2+ sporen. J10=met bomen, J11=zonder bomen.

Borden en wetsartikelen

Test jezelf

Op een landweg bij Lochem nadert u een overweg. U passeert een baken met twee schuine strepen. Hoeveel meter is dat nog tot de overweg zelf?

Toon het antwoord

Elke schuine streep op een baken staat voor 80 meter: drie strepen op 240 m, twee strepen op 160 m, één streep op 80 m voor de overweg (Boek p.95). Vlak voor de overweg zelf staat een Andreaskruis: één kruis = één spoor, twee kruisen = twee of meer sporen op diezelfde overweg. Zodra de lichten rood knipperen en de bel rinkelt, stopt u meteen (Boek p.94) — niet pas als de bomen zakken.

Examenvragen over dit onderwerp

Over Overweg: bakens, Andreaskruis en het rode knipperlicht: welke uitspraak is FOUT?

  1. U moet stoppen zodra de overweglichten rood gaan knipperen en de alarmbellen beginnen te rinkelen; de bomen zakken pas een paar seconden later.
  2. Beide types overweg hebben knipperlichten en alarmbellen; het enige verschil is de aan- of afwezigheid van bomen.
  3. Elk overwegbaken staat op dezelfde afstand van de overweg, ongeacht het aantal strepen erop.
  4. Één Andreaskruis betekent één spoor, twee Andreaskruisen betekenen twee OF MEER sporen op diezelfde overweg — niet twee overwegen.
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Elk overwegbaken staat op dezelfde afstand van de overweg, ongeacht het aantal strepen erop.

Elke schuine streep staat voor 80 meter: drie strepen op 240 m, twee strepen op 160 m, één streep op 80 m voor de overweg

Waarom dit vaak fout gaat: U hoeft pas te stoppen voor een overweg zodra de overwegbomen beginnen te zakken, niet al bij het rode knipperlicht.

Open deze vraag

Elke schuine streep staat voor 80 meter: drie strepen op 240 m, twee strepen op 160 m, één streep op 80 m voor de overweg.

  1. Niet waar
  2. Waar
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Waar

Elke schuine streep staat voor 80 meter: drie strepen op 240 m, twee strepen op 160 m, één streep op 80 m voor de overweg

Waarom dit vaak fout gaat: Elk overwegbaken staat op dezelfde afstand van de overweg, ongeacht het aantal strepen erop.

Open deze vraag

Over Overweg: bakens, Andreaskruis en het rode knipperlicht: welke uitspraak is juist?

  1. Een overweg zonder overwegbomen (herkenbaar aan het bord met de locomotief) is minder gevaarlijk, dus u mag er sneller overheen rijden.
  2. U moet stoppen zodra de overweglichten rood gaan knipperen en de alarmbellen beginnen te rinkelen; de bomen zakken pas een paar seconden later.
  3. Inhalen vlak voor of op een overweg is wettelijk verboden, net als bij een voetgangersoversteekplaats (zebrapad).
  4. Vlak voor een overweg wacht u met het inhalen van een fietser altijd tot na de overweg, ook bij ruim zicht en voldoende ruimte.
Toon het antwoord

Juiste antwoord: U moet stoppen zodra de overweglichten rood gaan knipperen en de alarmbellen beginnen te rinkelen; de bomen zakken pas een paar seconden later.

U moet stoppen zodra de overweglichten rood gaan knipperen en de alarmbellen beginnen te rinkelen; de bomen zakken pas een paar seconden later

Waarom dit vaak fout gaat: Een overweg zonder overwegbomen (herkenbaar aan het bord met de locomotief) is minder gevaarlijk, dus u mag er sneller overheen rijden.

Open deze vraag

Over Overweg: bakens, Andreaskruis en het rode knipperlicht: welke uitspraak is FOUT?

  1. Één Andreaskruis betekent één spoor, twee Andreaskruisen betekenen twee OF MEER sporen op diezelfde overweg — niet twee overwegen.
  2. Beide types overweg hebben knipperlichten en alarmbellen; het enige verschil is de aan- of afwezigheid van bomen.
  3. Elke schuine streep staat voor 80 meter: drie strepen op 240 m, twee strepen op 160 m, één streep op 80 m voor de overweg.
  4. U hoeft pas te stoppen voor een overweg zodra de overwegbomen beginnen te zakken, niet al bij het rode knipperlicht.
Toon het antwoord

Juiste antwoord: U hoeft pas te stoppen voor een overweg zodra de overwegbomen beginnen te zakken, niet al bij het rode knipperlicht.

U moet stoppen zodra de overweglichten rood gaan knipperen en de alarmbellen beginnen te rinkelen; de bomen zakken pas een paar seconden later

Waarom dit vaak fout gaat: Twee Andreaskruisen op één paal betekenen dat er twee aparte overwegen vlak na elkaar liggen.

Open deze vraag

Bij een overweg zonder bomen (bord met de locomotief) bij Nunspeet beginnen de lichten rood te knipperen en rinkelt de bel. Wat doet u?

  1. Ik rijd nog snel door, want zonder bomen is deze overweg minder streng beveiligd
  2. Ik stop meteen
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Ik stop meteen

Het rode-knipperlicht-stopgebod geldt precies hetzelfde bij een J11-overweg zonder bomen

Waarom dit vaak fout gaat: Een overweg zonder overwegbomen (herkenbaar aan het bord met de locomotief) is minder gevaarlijk, dus u mag er sneller overheen rijden.

Open deze vraag

Beide types overweg hebben knipperlichten en alarmbellen; het enige verschil is de aan- of afwezigheid van bomen.

  1. Niet waar
  2. Waar
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Waar

Beide types overweg hebben knipperlichten en alarmbellen; het enige verschil is de aan- of afwezigheid van bomen. Het rode-knipperlicht-stopgebod geldt op precies dezelfde manier bij een J11-overweg

Waarom dit vaak fout gaat: Een overweg zonder overwegbomen (herkenbaar aan het bord met de locomotief) is minder gevaarlijk, dus u mag er sneller overheen rijden.

Open deze vraag

Op een landweg bij Lochem passeert u een overwegbaken met twee schuine strepen. Hoeveel meter is dat nog tot de overweg?

  1. 160 meter
  2. Hetzelfde als bij elk ander baken, ongeacht het aantal strepen
  3. 80 meter
Toon het antwoord

Juiste antwoord: 160 meter

Waarom dit vaak fout gaat: Elk overwegbaken staat op dezelfde afstand van de overweg, ongeacht het aantal strepen erop.

Open deze vraag

Stelling: bij een overweg met bomen hoeft u pas te stoppen zodra de bomen beginnen te zakken, niet al bij het rode knipperlicht.

  1. Waar
  2. Niet waar
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Niet waar

Waarom dit vaak fout gaat: U hoeft pas te stoppen voor een overweg zodra de overwegbomen beginnen te zakken, niet al bij het rode knipperlicht.

Open deze vraag

Vlak voor een overweg bij Meppel staat een paal met twee Andreaskruisen boven elkaar. U wilt de overweg oversteken. Waar houdt u rekening mee?

  1. Deze overweg heeft geen bomen, alleen lichten en bellen
  2. Er liggen twee aparte overwegen vlak na elkaar
  3. Op deze ene overweg liggen twee of meer sporen
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Op deze ene overweg liggen twee of meer sporen

Niet waar — u leest de kruisen als een bord over de beveiliging. Het aantal Andreaskruisen telt de sporen; een overweg zonder bomen herken je aan het bord met de locomotief

Waarom dit vaak fout gaat: Twee Andreaskruisen op een paal betekenen dat de overweg geen bomen heeft, alleen lichten en bellen.

Open deze vraag

Welke uitspraken over een overweg kloppen? (meerdere antwoorden mogelijk)

  1. Een overweg zonder bomen (bord J11) heeft dezelfde knipperlichten en bel als een overweg met bomen (J10)
  2. Een overweg zonder bomen is minder gevaarlijk, dus u mag er sneller overheen
  3. Fietsers inhalen bij een overweg kan een uitzondering zijn met voldoende ruimte en zicht
  4. Inhalen vlak voor of op een overweg is wettelijk verboden, net als bij een zebrapad
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Een overweg zonder bomen (bord J11) heeft dezelfde knipperlichten en bel als een overweg met bomen (J10); Fietsers inhalen bij een overweg kan een uitzondering zijn met voldoende ruimte en zicht

Waarom dit vaak fout gaat: Een overweg zonder overwegbomen (herkenbaar aan het bord met de locomotief) is minder gevaarlijk, dus u mag er sneller overheen rijden.

Open deze vraag

Alle oefenvragen van dit onderwerp

Veelgestelde vragen

‘U hoeft pas te stoppen voor een overweg zodra de overwegbomen beginnen te zakken, niet al bij het rode knipperlicht’ – klopt dat?

Nee. U moet stoppen zodra de overweglichten rood gaan knipperen en de alarmbellen beginnen te rinkelen; de bomen zakken pas een paar seconden later

‘Een overweg zonder overwegbomen (herkenbaar aan het bord met de locomotief) is minder gevaarlijk, dus u mag er sneller overheen rijden’ – klopt dat?

Nee. Beide types overweg hebben knipperlichten en alarmbellen; het enige verschil is de aan- of afwezigheid van bomen. Het rode-knipperlicht-stopgebod geldt op precies dezelfde manier bij een J11-overweg

‘Elk overwegbaken staat op dezelfde afstand van de overweg, ongeacht het aantal strepen erop’ – klopt dat?

Nee. Elke schuine streep staat voor 80 meter: drie strepen op 240 m, twee strepen op 160 m, één streep op 80 m voor de overweg

‘Twee Andreaskruisen op één paal betekenen dat er twee aparte overwegen vlak na elkaar liggen’ – klopt dat?

Nee. Één Andreaskruis betekent één spoor, twee Andreaskruisen betekenen twee OF MEER sporen op diezelfde overweg — niet twee overwegen

‘Inhalen vlak voor of op een overweg is wettelijk verboden, net als bij een voetgangersoversteekplaats (zebrapad)’ – klopt dat?

Nee. Bij een overweg is het een advies ('kun je beter niet'), geen hard verbod; inhalen van fietsers is zelfs soms een uitzondering bij voldoende ruimte en zicht. Bij een zebrapad is inhalen wél wettelijk verboden

Verwante onderwerpen

Open in de app