Uitdaging
De meeste cursisten weten dat er bakens staan, maar niet wat de strepen precies betekenen — ze schatten op gevoel. De CBR-examenmaker rekent daarop: elke streep staat voor exact hetzelfde aantal meters, en wie dat niet weet, mist ook waarom twee Andreaskruisen iets heel anders betekenen dan twee overwegen.
Lees dit onderdeel apart: Uitdaging: Overweg: bakens, Andreaskruis en het rode knipperlicht
Het model
Elke schuine streep op een baken staat voor 80 meter: drie strepen op 240 m, twee strepen op 160 m, één streep op 80 m voor de overweg (Boek p.95). Vlak voor de overweg zelf staat een Andreaskruis: één kruis = één spoor, twee kruisen = twee of meer sporen op diezelfde overweg. Zodra de lichten rood knipperen en de bel rinkelt, stopt u meteen (Boek p.94) — niet pas als de bomen zakken.
Lees dit onderdeel apart: Het model: Overweg: bakens, Andreaskruis en het rode knipperlicht
Kern
Een overweg (Boek p.94) is een gelijkvloerse kruising tussen weg en spoorweg. Bord J10 (hek-symbool) hoort bij een overweg MET bomen; bord J11 (locomotief-symbool) bij een overweg ZONDER bomen, maar wel met dezelfde knipperlichten en alarmbellen. Het stopmoment is in beide gevallen identiek: zodra de lichten rood gaan knipperen en de bel rinkelt, stopt u — de bomen (indien aanwezig) zakken pas een paar seconden later. De drie bakens vóór de overweg geven u een exacte afstandsmeting, geen vage waarschuwing: drie strepen op 240 meter, twee strepen op 160 meter, één streep op 80 meter (Boek p.95). Zo kunt u uw snelheid tijdig aanpassen voordat u het rode licht überhaupt ziet. Vlak voor de overweg zelf vertelt het Andreaskruis u iets anders: niet de afstand, maar het aantal sporen. Eén kruis betekent één spoor — kijk één keer goed uit. Twee kruisen betekenen twee of meer sporen op diezelfde overweg — een trein op het verste spoor kan een trein op het dichtstbijzijnde spoor aan het zicht onttrekken, dus kijk na het passeren van de eerste rails opnieuw. Inhalen vlak voor of op een overweg is geen wettelijk verbod zoals bij een zebrapad, maar een advies: kun je beter niet. Fietsers inhalen is daar soms een uitzondering, als er voldoende ruimte en zicht is (Boek p.96) — het is dan beter voor de doorstroming.
Lees dit onderdeel apart: Kern: Overweg: bakens, Andreaskruis en het rode knipperlicht
Waarom dit telt
Een trein kan niet uitwijken en heeft een stopafstand van honderden meters — de bakens en het Andreaskruis geven u de informatie die u nodig heeft vóórdat de situatie acuut wordt. Wie pas bij de zakkende bomen reageert, remt vaak te laat op een natte landweg bij Meppel. En wie bij een overweg met twee sporen na de eerste trein meteen doorrijdt, rijdt zo de kans op een tweede, verborgen trein tegemoet — precies de reden waarom het Andreaskruis het aantal sporen meldt, niet alleen 'let op'.
Lees dit onderdeel apart: Waarom dit telt: Overweg: bakens, Andreaskruis en het rode knipperlicht
Bron: RVV 1990 art. 78 · gecontroleerd 2026-10-22
Veelgestelde vragen
‘U hoeft pas te stoppen voor een overweg zodra de overwegbomen beginnen te zakken, niet al bij het rode knipperlicht’ – klopt dat?
Nee. U moet stoppen zodra de overweglichten rood gaan knipperen en de alarmbellen beginnen te rinkelen; de bomen zakken pas een paar seconden later
‘Een overweg zonder overwegbomen (herkenbaar aan het bord met de locomotief) is minder gevaarlijk, dus u mag er sneller overheen rijden’ – klopt dat?
Nee. Beide types overweg hebben knipperlichten en alarmbellen; het enige verschil is de aan- of afwezigheid van bomen. Het rode-knipperlicht-stopgebod geldt op precies dezelfde manier bij een J11-overweg
‘Elk overwegbaken staat op dezelfde afstand van de overweg, ongeacht het aantal strepen erop’ – klopt dat?
Nee. Elke schuine streep staat voor 80 meter: drie strepen op 240 m, twee strepen op 160 m, één streep op 80 m voor de overweg
‘Twee Andreaskruisen op één paal betekenen dat er twee aparte overwegen vlak na elkaar liggen’ – klopt dat?
Nee. Één Andreaskruis betekent één spoor, twee Andreaskruisen betekenen twee OF MEER sporen op diezelfde overweg — niet twee overwegen
‘Inhalen vlak voor of op een overweg is wettelijk verboden, net als bij een voetgangersoversteekplaats (zebrapad)’ – klopt dat?
Nee. Bij een overweg is het een advies ('kun je beter niet'), geen hard verbod; inhalen van fietsers is zelfs soms een uitzondering bij voldoende ruimte en zicht. Bij een zebrapad is inhalen wél wettelijk verboden