Theory Mastery

Weven en ritsen: wie laat wie voor, en de 300/50-meterregel

Wat het examen hier vraagt: Veel cursisten redeneren 'wie vertrekt heeft toch al plek gemaakt', en laten in gedachten de invoeger voorgaan.

14 minuten · 7 onderdelen · 13 vragen

De valkuil

Veel cursisten denken: Bij het weven laten uitvoegers de invoegers voor laten gaan, omdat uitvoegers toch al van plan zijn de snelweg te verlaten.

De regel is: Omdat invoegers langzamer rijden en meer ruimte en overzicht hebben, is het juist andersom: invoegers laten de uitvoegers voor laten gaan

Uitdaging

Veel cursisten redeneren 'wie vertrekt heeft toch al plek gemaakt', en laten in gedachten de invoeger voorgaan. De CBR-examenmaker rekent op precies die intuïtieve, maar omgekeerde, aanname: de praktijkregel wijst de andere kant op, en wie dat mist, mist ook waarom dat zo is.

Lees dit onderdeel apart: Uitdaging: Weven en ritsen: wie laat wie voor, en de 300/50-meterregel

Het model

Andersom: de invoeger laat de uitvoeger voorgaan (Boek p.153) — omdat invoegers langzamer rijden en meer overzicht hebben. Bij ritsen geldt een eigen ritme: op 300 meter voor de versmalling past u uw snelheid aan, en pas op 50 meter voegt u daadwerkelijk in, zonder afremmen, één bestuurder per keer (Boek p.154-155).

Lees dit onderdeel apart: Het model: Weven en ritsen: wie laat wie voor, en de 300/50-meterregel

Kern

Wettelijk moeten invoegers en uitvoegers elkaar voor laten gaan — het is een wederzijdse regel op papier (Boek p.153). Maar omdat invoegers vanaf de invoegstrook nog langzamer rijden dan het doorgaande verkeer, en bovendien meer ruimte en overzicht hebben om te wachten, is het in de praktijk veiliger — en daarom vanzelfsprekend — dat de INVOEGERS de UITVOEGERS voor laten gaan, niet andersom. Ritsen speelt zich af bij een versmalling van twee rijstroken naar één, en volgt een vast ritme met twee afstanden (Boek p.155): op ongeveer 300 meter voor de versmalling past u uw snelheid al aan aan het verkeer op de aangrenzende, doorgaande strook. Pas op circa 50 meter voor de versmalling voegt u daadwerkelijk in, zonder af te remmen en zonder het verkeer te verstoren — u glijdt in een ruimte die er al is, u perst zich er niet doorheen. Daarbij geldt een afspraak over de volgorde (Boek p.154): elke bestuurder op de doorgaande rijstrook laat telkens ÉÉN bestuurder van de gestremde rijstrook voorgaan — niet twee of meer achter elkaar. Dat is wat 'ritsen' letterlijk betekent: de tanden van een rits sluiten ook één voor één. Een laatste nuance die het boek zelf noemt (Boek p.155): u moet wel ver doorrijden op de rijstrook die eindigt — vroeg invoegen is geen deugd hier — maar té ver doorrijden en dan pas op het laatste moment invoegruimte opeisen, is irritant voor andere weggebruikers. Gebruik de hele strook, maar overdrijf niet.

Lees dit onderdeel apart: Kern: Weven en ritsen: wie laat wie voor, en de 300/50-meterregel

Waarom dit telt

Bij Grijpskerke, waar de N-weg versmalt vlak voor een brug, ontstaat precies daar file als iedereen te vroeg invoegt: de rijstrook die eindigt wordt onnodig leeg gelaten, terwijl de doorgaande strook dichtslibt. En wie de weefrichting omdraait — uitvoegers laten wachten in plaats van invoegers — dwingt een langzamere bestuurder tot een abrupte manoeuvre op precies het punt waar het overzicht al het kleinst is.

Lees dit onderdeel apart: Waarom dit telt: Weven en ritsen: wie laat wie voor, en de 300/50-meterregel

Test jezelf

Bij Serooskerke ziet u al op ruime afstand dat uw rijstrook eindigt vanwege wegwerkzaamheden. Wat doet u het beste?

Lees dit onderdeel apart: Test jezelf: Weven en ritsen: wie laat wie voor, en de 300/50-meterregel

Leg het uit

Leg uit: wie laat bij het weven wie voorgaan, en welke twee afstanden horen bij het ritsen, met welke handeling bij elke afstand?

Lees dit onderdeel apart: Leg het uit: Weven en ritsen: wie laat wie voor, en de 300/50-meterregel

Onthoud

Weven: invoeger laat uitvoeger voor. Ritsen: 300 m snelheid aanpassen, 50 m invoegen, 1-op-1, hele strook maar niet overdrijven.

Lees dit onderdeel apart: Onthoud: Weven en ritsen: wie laat wie voor, en de 300/50-meterregel

In beeld

Ritsen: 300/50 meter en 1-op-1. Weven: invoeger laat uitvoeger voorRitsen (p.154-155)Weven (p.153)Afstand/moment300 m: snelheid aanpassen. 50 m: invoegengeen afstandsgetal — gaat om voorrangsrichtingAfspraak/regel1-op-1 afwisselend invoegenwettelijk wederzijds voorrang; praktijk: invoeger laat uitvoeger voorVeelvoorkomende foutte vroeg invoegen i.p.v. de hele strook gebruikenrichting van de voorrang omdraaien
Waar u op let: Ritsen: 300 m snelheid aanpassen, 50 m invoegen, 1-op-1 afwisselend. Weven: invoeger laat uitvoeger voor.

Test jezelf

Bij Nieuwvliet rijdt u op de doorgaande rijstrook van de N33, terwijl er tegelijk een uitvoeger de afrit op wil en een invoeger vanaf de oprit wil aansluiten. Wie laat, in de praktijk, wie voorgaan?

Toon het antwoord

Andersom: de invoeger laat de uitvoeger voorgaan (Boek p.153) — omdat invoegers langzamer rijden en meer overzicht hebben. Bij ritsen geldt een eigen ritme: op 300 meter voor de versmalling past u uw snelheid aan, en pas op 50 meter voegt u daadwerkelijk in, zonder afremmen, één bestuurder per keer (Boek p.154-155).

Examenvragen over dit onderwerp

Over Weven en ritsen: wie laat wie voor, en de 300/50-meterregel: welke uitspraak is FOUT?

  1. De afspraak is dat elke bestuurder op de doorgaande rijstrook telkens ÉÉN bestuurder van de gestremde rijstrook voor laat gaan — niet twee of meer achter elkaar.
  2. Gebruik alle beschikbare ruimte tot de versmalling: op 300 m snelheid aanpassen, pas op circa 50 m daadwerkelijk invoegen.
  3. Bij ritsen hoeft u uw snelheid pas aan te passen vlak bij de versmalling zelf; de 300 meter ervoor kunt u gewoon blijven rijden zoals u deed.
  4. Omdat invoegers langzamer rijden en meer ruimte en overzicht hebben, is het juist andersom: invoegers laten de uitvoegers voor laten gaan.
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Bij ritsen hoeft u uw snelheid pas aan te passen vlak bij de versmalling zelf; de 300 meter ervoor kunt u gewoon blijven rijden zoals u deed.

Al op ongeveer 300 meter voor de versmalling past u uw snelheid aan aan het aangrenzende verkeer; pas op circa 50 meter voegt u daadwerkelijk in

Waarom dit vaak fout gaat: Bij ritsen mogen meerdere bestuurders van de gestremde rijstrook achter elkaar invoegen voordat het doorgaande verkeer weer aan de beurt is.

Open deze vraag

Al op ongeveer 300 meter voor de versmalling past u uw snelheid aan aan het aangrenzende verkeer; pas op circa 50 meter voegt u daadwerkelijk in.

  1. Niet waar
  2. Waar
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Waar

Al op ongeveer 300 meter voor de versmalling past u uw snelheid aan aan het aangrenzende verkeer; pas op circa 50 meter voegt u daadwerkelijk in

Waarom dit vaak fout gaat: Bij ritsen hoeft u uw snelheid pas aan te passen vlak bij de versmalling zelf; de 300 meter ervoor kunt u gewoon blijven rijden zoals u deed.

Open deze vraag

Over Weven en ritsen: wie laat wie voor, en de 300/50-meterregel: welke uitspraak is juist?

  1. Bij ritsen mag u zo ver mogelijk doorrijden op de eindigende strook en dan pas op het allerlaatste moment ruimte opeisen, zonder dat daar iets mis mee is.
  2. Bij ritsen hoeft u uw snelheid pas aan te passen vlak bij de versmalling zelf; de 300 meter ervoor kunt u gewoon blijven rijden zoals u deed.
  3. De afspraak is dat elke bestuurder op de doorgaande rijstrook telkens ÉÉN bestuurder van de gestremde rijstrook voor laat gaan — niet twee of meer achter elkaar.
Toon het antwoord

Juiste antwoord: De afspraak is dat elke bestuurder op de doorgaande rijstrook telkens ÉÉN bestuurder van de gestremde rijstrook voor laat gaan — niet twee of meer achter elkaar.

De afspraak is dat elke bestuurder op de doorgaande rijstrook telkens ÉÉN bestuurder van de gestremde rijstrook voor laat gaan — niet twee of meer achter elkaar

Waarom dit vaak fout gaat: Bij ritsen mag u zo ver mogelijk doorrijden op de eindigende strook en dan pas op het allerlaatste moment ruimte opeisen, zonder dat daar iets mis mee is.

Open deze vraag

Over Weven en ritsen: wie laat wie voor, en de 300/50-meterregel: welke uitspraak is FOUT?

  1. Bij ritsen mogen meerdere bestuurders van de gestremde rijstrook achter elkaar invoegen voordat het doorgaande verkeer weer aan de beurt is.
  2. Omdat invoegers langzamer rijden en meer ruimte en overzicht hebben, is het juist andersom: invoegers laten de uitvoegers voor laten gaan.
  3. Gebruik alle beschikbare ruimte tot de versmalling: op 300 m snelheid aanpassen, pas op circa 50 m daadwerkelijk invoegen.
  4. Al op ongeveer 300 meter voor de versmalling past u uw snelheid aan aan het aangrenzende verkeer; pas op circa 50 meter voegt u daadwerkelijk in.
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Bij ritsen mogen meerdere bestuurders van de gestremde rijstrook achter elkaar invoegen voordat het doorgaande verkeer weer aan de beurt is.

De afspraak is dat elke bestuurder op de doorgaande rijstrook telkens ÉÉN bestuurder van de gestremde rijstrook voor laat gaan — niet twee of meer achter elkaar

Waarom dit vaak fout gaat: Bij het weven laten uitvoegers de invoegers voor laten gaan, omdat uitvoegers toch al van plan zijn de snelweg te verlaten.

Open deze vraag

Bij Serooskerke ziet u al op ruime afstand dat uw rijstrook eindigt vanwege wegwerkzaamheden. Wat doet u het beste?

  1. Snelheid aanpassen rond 300 m, doorrijden op de eindigende strook, en pas rond 50 m echt invoegen
  2. Meteen invoegen zodra ik het bord zie, ver voor de versmalling
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Snelheid aanpassen rond 300 m, doorrijden op de eindigende strook, en pas rond 50 m echt invoegen

Gebruik alle beschikbare ruimte: snelheid aanpassen op 300 m, pas op ongeveer 50 m daadwerkelijk invoegen

Waarom dit vaak fout gaat: Bij ritsen voegt u het beste zo vroeg mogelijk in, zodra u ziet dat uw rijstrook eindigt.

Open deze vraag

Over Weven en ritsen: wie laat wie voor, en de 300/50-meterregel: welke uitspraak is FOUT?

  1. Bij het weven laten uitvoegers de invoegers voor laten gaan, omdat uitvoegers toch al van plan zijn de snelweg te verlaten.
  2. Al op ongeveer 300 meter voor de versmalling past u uw snelheid aan aan het aangrenzende verkeer; pas op circa 50 meter voegt u daadwerkelijk in.
  3. De afspraak is dat elke bestuurder op de doorgaande rijstrook telkens ÉÉN bestuurder van de gestremde rijstrook voor laat gaan — niet twee of meer achter elkaar.
  4. Gebruik alle beschikbare ruimte tot de versmalling: op 300 m snelheid aanpassen, pas op circa 50 m daadwerkelijk invoegen.
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Bij het weven laten uitvoegers de invoegers voor laten gaan, omdat uitvoegers toch al van plan zijn de snelweg te verlaten.

Omdat invoegers langzamer rijden en meer ruimte en overzicht hebben, is het juist andersom: invoegers laten de uitvoegers voor laten gaan

Waarom dit vaak fout gaat: Bij ritsen hoeft u uw snelheid pas aan te passen vlak bij de versmalling zelf; de 300 meter ervoor kunt u gewoon blijven rijden zoals u deed.

Open deze vraag

Omdat invoegers langzamer rijden en meer ruimte en overzicht hebben, is het juist andersom: invoegers laten de uitvoegers voor laten gaan.

  1. Niet waar
  2. Waar
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Waar

Omdat invoegers langzamer rijden en meer ruimte en overzicht hebben, is het juist andersom: invoegers laten de uitvoegers voor laten gaan

Waarom dit vaak fout gaat: Bij het weven laten uitvoegers de invoegers voor laten gaan, omdat uitvoegers toch al van plan zijn de snelweg te verlaten.

Open deze vraag

Bij Oostkapelle ontmoeten een invoeger en een uitvoeger elkaar in het weefvak. Wie laat, in de praktijk, wie voorgaan?

  1. De invoeger laat de uitvoeger voorgaan
  2. Wie het eerst claxonneert mag eerst
  3. De uitvoeger laat de invoeger voorgaan, want die vertrekt toch al
Toon het antwoord

Juiste antwoord: De invoeger laat de uitvoeger voorgaan

Niet waar — De volgorde is een praktijkregel gebaseerd op snelheid en overzicht, niet op claxonneren

Waarom dit vaak fout gaat: In een weefvak mag de bestuurder die het eerst claxonneert ook het eerst gaan.

Open deze vraag

Bij Domburg ziet u een bord: uw rijstrook eindigt over 500 meter door wegwerkzaamheden. Op de rijstrook naast u rijdt het verkeer iets langzamer. Waar voegt u daadwerkelijk in?

  1. Op ongeveer 50 meter voor de versmalling, zonder af te remmen
  2. Direct na het bord, nog 500 meter voor de versmalling
  3. Op de laatste paar meter, waar u dan ruimte opeist
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Op ongeveer 50 meter voor de versmalling, zonder af te remmen

Niet waar — U rijdt te ver door en dwingt dan ruimte af. Rijd wel ver door op de eindigende strook, maar voeg op ongeveer 50 meter voor de versmalling zonder afremmen in; tot het laatste moment wachten hindert anderen

Waarom dit vaak fout gaat: Bij ritsen voegt u het beste zo vroeg mogelijk in, zodra u ziet dat uw rijstrook eindigt.

Open deze vraag

Stelling: bij ritsen mogen bij Westkapelle meerdere bestuurders van de gestremde rijstrook achter elkaar invoegen voordat het doorgaande verkeer weer aan de beurt is.

  1. Waar
  2. Niet waar
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Niet waar

Waarom dit vaak fout gaat: Bij ritsen mogen meerdere bestuurders van de gestremde rijstrook achter elkaar invoegen voordat het doorgaande verkeer weer aan de beurt is.

Open deze vraag

Alle oefenvragen van dit onderwerp

Veelgestelde vragen

‘Bij het weven laten uitvoegers de invoegers voor laten gaan, omdat uitvoegers toch al van plan zijn de snelweg te verlaten’ – klopt dat?

Nee. Omdat invoegers langzamer rijden en meer ruimte en overzicht hebben, is het juist andersom: invoegers laten de uitvoegers voor laten gaan

‘Bij ritsen voegt u het beste zo vroeg mogelijk in, zodra u ziet dat uw rijstrook eindigt’ – klopt dat?

Nee. Gebruik alle beschikbare ruimte tot de versmalling: op 300 m snelheid aanpassen, pas op circa 50 m daadwerkelijk invoegen

‘Bij ritsen mogen meerdere bestuurders van de gestremde rijstrook achter elkaar invoegen voordat het doorgaande verkeer weer aan de beurt is’ – klopt dat?

Nee. De afspraak is dat elke bestuurder op de doorgaande rijstrook telkens ÉÉN bestuurder van de gestremde rijstrook voor laat gaan — niet twee of meer achter elkaar

‘Bij ritsen hoeft u uw snelheid pas aan te passen vlak bij de versmalling zelf; de 300 meter ervoor kunt u gewoon blijven rijden zoals u deed’ – klopt dat?

Nee. Al op ongeveer 300 meter voor de versmalling past u uw snelheid aan aan het aangrenzende verkeer; pas op circa 50 meter voegt u daadwerkelijk in

‘Bij ritsen mag u zo ver mogelijk doorrijden op de eindigende strook en dan pas op het allerlaatste moment ruimte opeisen, zonder dat daar iets mis mee is’ – klopt dat?

Nee. U moet wel ver doorrijden op de eindigende strook, maar té ver doorrijden en dan invoegruimte opeisen is irritant voor andere weggebruikers

Verwante onderwerpen

Open in de app