Theory Mastery

RVV 1990 art. 78: voorsorteerpijlen

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Op een rijstrook met voorsorteerpijlen volgt u op het kruispunt de aangegeven richting; wie wil afslaan, kiest vooraf de strook met de juiste pijl.

Bron: RVV 1990 art. 78 · gecontroleerd 2026-10-23

Zo vraagt het examen het

Bij Gulpen nadert vanaf links een militaire colonne. Het eerste voertuig (blauwe vlag) is nog niet bij het kruispunt waar u wilt oversteken. Wat geldt?

  1. De colonne heeft hoe dan ook voorrang, ongeacht de gewone regels
  2. Ik mag niet oversteken, want er is een colonne op komst
  3. De gewone voorrangsregels van dit kruispunt bepalen wie voorgaat
Toon het antwoord

Juiste antwoord: De gewone voorrangsregels van dit kruispunt bepalen wie voorgaat

Waarom dit vaak fout gaat: Een naderende militaire colonne heeft hoe dan ook voorrang, ook als het eerste voertuig het kruispunt nog niet heeft bereikt.

Open deze vraag

Over Brug en tunnel: zijwind, bruglicht, en de tunnel-noodprocedures: welke uitspraak is juist?

  1. Bij het bruglicht hoeft u alleen te stoppen als het rode licht knippert, niet als het continu (vast) rood brandt.
  2. U mag het dimlicht pas aandoen zodra u de tunnel daadwerkelijk inrijdt, niet eerder.
  3. Doordat de wind er ook onderdoor komt, koelt het wegdek van een brug sneller af en bevriest het eerder dan gewone wegen.
  4. Bij brand aan uw eigen auto in een tunnel kunt u het beste omkeren of achteruitrijden naar de dichtstbijzijnde tunnelingang.
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Doordat de wind er ook onderdoor komt, koelt het wegdek van een brug sneller af en bevriest het eerder dan gewone wegen.

Doordat de wind er ook onderdoor komt, koelt het wegdek van een brug sneller af en bevriest het eerder dan gewone wegen

Waarom dit vaak fout gaat: Bij het bruglicht hoeft u alleen te stoppen als het rode licht knippert, niet als het continu (vast) rood brandt.

Open deze vraag

Over Overweg: bakens, Andreaskruis en het rode knipperlicht: welke uitspraak is FOUT?

  1. U moet stoppen zodra de overweglichten rood gaan knipperen en de alarmbellen beginnen te rinkelen; de bomen zakken pas een paar seconden later.
  2. Beide types overweg hebben knipperlichten en alarmbellen; het enige verschil is de aan- of afwezigheid van bomen.
  3. Elk overwegbaken staat op dezelfde afstand van de overweg, ongeacht het aantal strepen erop.
  4. Één Andreaskruis betekent één spoor, twee Andreaskruisen betekenen twee OF MEER sporen op diezelfde overweg — niet twee overwegen.
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Elk overwegbaken staat op dezelfde afstand van de overweg, ongeacht het aantal strepen erop.

Elke schuine streep staat voor 80 meter: drie strepen op 240 m, twee strepen op 160 m, één streep op 80 m voor de overweg

Waarom dit vaak fout gaat: U hoeft pas te stoppen voor een overweg zodra de overwegbomen beginnen te zakken, niet al bij het rode knipperlicht.

Open deze vraag

Waar dit wordt uitgelegd

Borden bij dit artikel

Andere artikelen

Open in de app