Wetsartikelen
59 wetsartikelen die in het theorie-examen voorkomen, met de onderdelen en oefenvragen waarin ze worden aangehaald.
Wetsartikelen
- RVV 1990 art. 1
- RVV 1990 art. 3
- RVV 1990 art. 5
- RVV 1990 art. 15
- RVV 1990 art. 18
- RVV 1990 art. 19
- RVV 1990 art. 20
- RVV 1990 art. 21
- RVV 1990 art. 24
- RVV 1990 art. 30
- RVV 1990 art. 31
- RVV 1990 art. 32
- RVV 1990 art. 49
- RVV 1990 art. 50
- RVV 1990 art. 54
- RVV 1990 art. 62
- RVV 1990 art. 63
- RVV 1990 art. 76
- RVV 1990 art. 78
- WVW 1994 art. 5
- WVW 1994 art. 7
- WVW 1994 art. 8
- WVW 1994 art. 107
Minder vaak geëxamineerde artikelen
BABW art. 3: plaatsing van verkeerstekens
De wegbeheerder plaatst verkeerstekens volgens vaste uitvoeringsvoorschriften; een onderbord hoort bij het bord waaronder het hangt.
RVV 1990 art. 6: plaats van bromfietsers op de weg
Bromfietsers gebruiken het fiets/bromfietspad; ontbreekt dat, dan de rijbaan. Snorfietsers gebruiken het fietspad.
RVV 1990 art. 10: andere bestuurders op de rijbaan
Andere bestuurders gebruiken de rijbaan; voor parkeren mogen zij andere weggedeelten gebruiken, maar nooit trottoir, voetpad, fietspad of ruiterpad.
RVV 1990 art. 11: inhalen links, soms rechts
Inhalen gebeurt links. Rechts inhalen mag alleen van bestuurders die links voorsorteren en richting aangeven, en van een tram.
RVV 1990 art. 14: kruispunt niet blokkeren
Bestuurders mogen een kruispunt niet blokkeren: rij niet op als u er niet overheen kunt, ook niet bij groen of met voorrang.
RVV 1990 art. 17: voorsorteren en richting aangeven
Wie wil afslaan, sorteert voor: rechtsaf zoveel mogelijk rechts, linksaf zoveel mogelijk links (of het midden), en geeft vooraf richting aan.
RVV 1990 art. 22: maxima met aanhangwagen en vrachtauto
Bijzondere maxima per voertuig: vrachtauto's en bussen 80 km/u, een personenauto met aanhangwagen of caravan 90 km/u; een lagere weglimiet blijft gelden.
RVV 1990 art. 23: waar stilstaan verboden is
Niet stilstaan op kruispunt, overweg, fietsstrook, zebrapad (of binnen 5 m), trottoir, busstrook, bij een bushalte of langs een gele doorgetrokken streep.
RVV 1990 art. 25: parkeerschijfzone
In een parkeerschijfzone (blauwe zone) parkeert u alleen op aangeduide plaatsen, met een parkeerschijf op de aankomsttijd en niet langer dan de aangegeven duur.
RVV 1990 art. 29: blauw zwaailicht en tweetonige hoorn
Politie, brandweer en ambulance voeren blauw zwaai-, flits- of knipperlicht én een tweetonige hoorn om te tonen dat zij een dringende taak vervullen.
RVV 1990 art. 35: fietsverlichting
Fietsers voeren bij nacht en bij slecht zicht overdag een wit of geel voorlicht en een rood achterlicht.
RVV 1990 art. 36: lantaarn voor ruiters en geleiders
Ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee voeren bij nacht en bij slecht zicht een lantaarn: wit of geel naar voren, rood naar achteren.
RVV 1990 art. 37: lichten voor groepen voetgangers
Groepen voetgangers en marcherende colonnes voeren bij nacht en bij slecht zicht vooraan een wit of geel licht en achteraan een rood licht.
RVV 1990 art. 43: verboden op autosnelweg en autoweg
Op autosnelweg en autoweg is keren, achteruitrijden en stilstaan op de rijbaan verboden; de vluchtstrook en berm mag u alleen in nood gebruiken.
RVV 1990 art. 44: voetgangers in het erf
Binnen een erf mogen voetgangers de weg over de volle breedte gebruiken.
RVV 1990 art. 59: gordelplicht
Bestuurder en passagiers gebruiken de autogordel; kinderen kleiner dan 1,35 m zitten in een goedgekeurd kinderzitje.
RVV 1990 art. 63a: gele tekens gaan boven witte
Tijdelijke gele verkeerstekens op het wegdek gaan boven de witte tekens op het wegdek.
RVV 1990 art. 64: lichten gaan boven voorrangstekens
Verkeerslichten gaan boven verkeerstekens die de voorrang regelen (borden en haaientanden).
RVV 1990 art. 67: onderborden
Een onderbord geeft uitleg, beperkt het bord tot bepaalde weggebruikers of tijden, of noemt een afstand; 'uitgezonderd' zondert een categorie uit.
RVV 1990 art. 68: het driekleurige verkeerslicht
Driekleurig verkeerslicht: groen = doorgaan; geel = stop, tenzij stoppen redelijkerwijs niet meer kan; rood = stop. Een pijl geldt alleen voor die richting.
RVV 1990 art. 70: tram- en buslichten
Tram- en buslichten (witte balken of punten) gelden voor trams, lijnbussen en andere bestuurders die de busbaan of -strook mogen gebruiken.
RVV 1990 art. 71: overweglichten
Bij een overweg betekent rood knipperlicht: stop; wit knipperlicht: er nadert geen trein, u mag doorrijden.
RVV 1990 art. 72: bruglichten
Bij een beweegbare brug betekent rood licht of rood knipperlicht: stop.
RVV 1990 art. 73: rijstrooklichten
Rijstrooklichten: groene pijl = rijstrook mag worden gebruikt; rood kruis = verboden; schuine knipperende pijl = ga naar de aangegeven strook.
RVV 1990 art. 74: voetgangerslichten
Voetgangerslichten: groen = oversteken mag; knipperend groen = begonnen oversteek afmaken, niet beginnen; rood = niet oversteken.
RVV 1990 art. 75: geel knipperlicht
Geel knipperlicht: gevaarlijk punt, met voorzichtigheid rijden; het regelt geen voorrang.
RVV 1990 art. 77: verdrijvingsvlak en puntstuk
Verdrijvingsvlakken en puntstukken mogen niet worden gebruikt.
RVV 1990 art. 79: stopstreep
Voor een stopstreep moet u stoppen als stoppen op grond van het reglement verplicht is (rood licht, stopbord B7).
RVV 1990 art. 80: haaientanden
Haaientanden betekenen: de bestuurders moeten voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg. Stoppen is niet verplicht.
RVV 1990 art. 81: busbaan en busstrook
Een busbaan of busstrook met het woord BUS mag alleen door bussen en lijnbussen worden gebruikt; met LIJNBUS alleen door lijnbussen.
RVV 1990 art. 82: aanwijzingen opvolgen
Weggebruikers moeten de aanwijzingen opvolgen van bevoegde en herkenbare personen: politie, verkeersregelaars en verkeersbrigadiers.
RVV 1990 art. 83: verkeersbrigadier
Een verkeersbrigadier geeft met het stopbord een stopteken; weggebruikers moeten daarvoor stoppen zodat voetgangers kunnen oversteken.
RVV 1990 art. 84: aanwijzingen gaan boven alles
Aanwijzingen gaan boven verkeerstekens en verkeersregels.
WVW 1994 art. 12: aanwijzingen van ambtenaren
Weggebruikers moeten de aanwijzingen opvolgen die bevoegde ambtenaren, verkeersregelaars en verkeersbrigadiers geven.
WVW 1994 art. 72: APK-plicht
APK-plicht: voor een motorrijtuig moet een geldig keuringsbewijs zijn afgegeven; zonder geldige APK mag er niet mee op de weg worden gereden.
WVW 1994 art. 163: ademanalyse
De politie kan een ademtest en ademanalyse (of bloedonderzoek) bevelen; weigeren is strafbaar.