Theory Mastery

RVV 1990 art. 1: begripsbepalingen

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Begripsbepalingen: wat de wet verstaat onder bestuurder, voorrang verlenen, voorrangsvoertuig, kruispunt, autoweg, autosnelweg, erf en andere kernbegrippen.

Bron: RVV 1990 art. 1 · gecontroleerd 2026-10-23

Zo vraagt het examen het

U rijdt in Utrecht over een voorrangsweg. Uit een zijstraat rechts komt een ambulance met blauw zwaailicht en de tweetonige hoorn aan. Hij wil uw weg op. Wat doet u?

  1. U laat hem voorgaan; afremmen is genoeg als hij vrij verder kan
  2. U rijdt door, want op de voorrangsweg moet hij op u wachten
  3. U laat hem voorgaan, en dat kan alleen door volledig te stoppen
Toon het antwoord

Juiste antwoord: U laat hem voorgaan; afremmen is genoeg als hij vrij verder kan

Niet waar — de voorrangsweg geeft u hier geen voorrang. Een voertuig met blauw zwaailicht en tweetonige hoorn laat u altijd voorgaan; die plicht gaat boven de gewone voorrangsregels en borden. (VekaBest H1 begrippenkader (wettelijke basis, RVV art. 1/29/50) — THIN ATOM, geen VekaBest-hoofdstuk 6-herhaling; zie h03_voorrang voor het boekmateriaal p.102-116)

Waarom dit vaak fout gaat: De voorrangsplicht tegenover een voorrangsvoertuig geldt alleen wanneer de gewone voorrangsregels toevallig hetzelfde resultaat zouden geven.

Open deze vraag

U nadert in Utrecht een kruispunt zonder borden of markeringen. Van links komt een brandweerauto met blauw zwaailicht en tweetonige hoorn. Omdat u voor hem van rechts komt, mag u als eerste het kruispunt over.

  1. Waar
  2. Niet waar
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Niet waar

Niet waar — u laat hier de gewone voorrangsregel beslissen. Een voertuig met blauw zwaailicht en tweetonige hoorn laat u voorgaan, ook als u volgens de gewone regels voorrang zou hebben omdat u van rechts komt. (VekaBest H1 begrippenkader (wettelijke basis, RVV art. 1/29/50) — THIN ATOM, geen VekaBest-hoofdstuk 6-herhaling; zie h03_voorrang voor het boekmateriaal p.102-116)

Waarom dit vaak fout gaat: De voorrangsplicht tegenover een voorrangsvoertuig geldt alleen wanneer de gewone voorrangsregels toevallig hetzelfde resultaat zouden geven.

Open deze vraag

U rijdt in Deventer naar een kruispunt zonder borden. Van links nadert een ambulance met blauw zwaailicht en tweetonige hoorn. Rechts naast u is ruimte om opzij te gaan. Wat moet u doen om voorrang te verlenen?

  1. Gewoon doorrijden: u komt van rechts, dus de ambulance moet u laten gaan
  2. Hoe dan ook volledig stilstaan; alleen afremmen telt niet als voorrang verlenen
  3. Zorgen dat de ambulance ongehinderd door kan; afremmen en opzij gaan kan volstaan
Toon het antwoord

Juiste antwoord: Zorgen dat de ambulance ongehinderd door kan; afremmen en opzij gaan kan volstaan

Niet waar — u past de gewone regel van rechts toe. Een voertuig met blauw zwaailicht en tweetonige hoorn laat u voorgaan, ook als u volgens de gewone voorrangsregels zelf voorrang zou hebben. (VekaBest H1 begrippenkader (wettelijke basis, RVV art. 1/29/50) — THIN ATOM, geen VekaBest-hoofdstuk 6-herhaling; zie h03_voorrang voor het boekmateriaal p.102-116)

Waarom dit vaak fout gaat: De voorrangsplicht tegenover een voorrangsvoertuig geldt alleen wanneer de gewone voorrangsregels toevallig hetzelfde resultaat zouden geven.

Open deze vraag

Waar dit wordt uitgelegd

Borden bij dit artikel

Andere artikelen

Open in de app