Kern: Aanwijzingen van bevoegde personen: wie, en welke rang
De wet wijst precies aan wie een aanwijzing mag geven die u wettelijk moet opvolgen. De brede basis omvat bevoegde en als zodanig herkenbare ambtenaren (politieagenten), militairen van de Koninklijke Marechaussee, douanebeambten, erkende verkeersregelaars, en zelfs personen die tijdens praktijklessen of het praktijkexamen als verkeersregelaar optreden, mits zij de voorgeschreven kleding dragen. Een willekeurige omstander die druk met zijn armen zwaait, valt buiten al deze categorieën — zijn gebaren zijn hoffelijkheid, geen wet. Daarnaast kent de wet twee specifieke, aanvullende stopplichten. De wet verplicht u te stoppen voor een verkeersbrigadier, maar expliciet in de rol van iemand die kinderen helpt oversteken — dat is de bevoegdheidsbron, niet een algemene straatbevoegdheid. De wet verplicht u te stoppen voor een begeleider van een railvoertuig (bijvoorbeeld een tram of trein op straatniveau) die een stopteken toont volgens bord F10, een rode vlag, of een rode lamp — deze bevoegdheid staat volledig los van de politie. Boven alle verkeerstekens en verkeersregels staat de aanwijzing zelf: als een bevoegde agent u laat stoppen terwijl het licht groen is, wint de agent. De volgorde van gezag is dus: aanwijzing, dan verkeerslicht, dan verkeersteken, dan de algemene verkeersregel.
Vragen over dit onderdeel
Alle onderdelen van dit onderwerp
- Uitdaging: Aanwijzingen van bevoegde personen: wie, en welke rang
- Het model: Aanwijzingen van bevoegde personen: wie, en welke rang
- Waarom dit telt: Aanwijzingen van bevoegde personen: wie, en welke rang
- Test jezelf: Aanwijzingen van bevoegde personen: wie, en welke rang
- Leg het uit: Aanwijzingen van bevoegde personen: wie, en welke rang
- Onthoud: Aanwijzingen van bevoegde personen: wie, en welke rang