Uitdaging
Veel cursisten zetten 'voorrang verlenen' gelijk aan 'dus stoppen' en trappen daardoor op de rem bij élk voorrangsbord, ook waar dat niet nodig is — of erger, ze vergeten juist te stoppen waar het wél moet. Het boek maakt hier een scherp onderscheid tussen twee borden die op elkaar lijken.
Lees dit onderdeel apart: Uitdaging: Ongelijkwaardig kruispunt: B6, B7 en de voorrangsweg
Kern
Een ongelijkwaardig kruispunt heeft altijd een teken dat de voorrang regelt (Boek p.107-108) — dat is precies wat het onderscheidt van het gelijkwaardige kruispunt uit het vorige atoom. Bord B6 verplicht u voorrang te verlenen aan bestuurders op de kruisende weg, maar schrijft geen volledige stop voor: als de weg vrij is, mag u met verminderde snelheid doorrijden. Bord B7 verplicht wél een volledige stop, ook als de weg leeg lijkt. Bord B1 markeert het begin van een voorrangsweg: al het verkeer op zijwegen moet u voor laten gaan totdat bord B2 het einde van die voorrangsweg aangeeft — B2 is dus net zo belangrijk als B1. Een laatste variant: op een kruispunt van een onverharde met een verharde weg verleent de bestuurder op de onverharde weg voorrang aan de bestuurder op de verharde weg, óók als die laatste een ruiter is.
Lees dit onderdeel apart: Kern: Ongelijkwaardig kruispunt: B6, B7 en de voorrangsweg
Waarom dit telt
B6 en B7 met elkaar verwisselen kost op de weg seconden die er in het echte verkeer niet zijn: wie voor een B6 onnodig volledig stopt, verrast de auto achter hem; wie voor een B7 doorrolt zonder te stoppen, rijdt recht in kruisend verkeer dat daar niet op rekent. Op landweggetjes bij Zaltbommel, waar zicht vaak beperkt is door bomenrijen, telt dat verschil dubbel.
Lees dit onderdeel apart: Waarom dit telt: Ongelijkwaardig kruispunt: B6, B7 en de voorrangsweg
Bron: RVV 1990 art. 15 · gecontroleerd 2026-10-22
Veelgestelde vragen
‘Bord B6 betekent dat u verplicht bent volledig te stoppen voor het kruispunt’ – klopt dat?
Nee. 'Als je verplicht bent om te stoppen staat er niet bord B6 maar bord B7.' B6 = voorrang verlenen aan kruisend verkeer zonder verplichte volledige stop; alleen B7 dwingt een stop af
‘Zodra u bord B1 (voorrangsweg) bent gepasseerd, houdt u voorrang op elk volgend kruispunt tot het einde van de rit’ – klopt dat?
Nee. Bord B1 geldt 'totdat bord B2 het eind van de voorrangsweg aangeeft'. Voorrang op een voorrangsweg is dus een afgebakend wegvak tussen B1 en B2, geen permanente status
‘Op een kruispunt van een onverharde weg met een verharde weg heeft de bestuurder op de onverharde weg voorrang, omdat die weg lastiger te berijden is’ – klopt dat?
Nee. Bij een kruispunt van een onverharde met een verharde weg verleent de bestuurder op de onverharde weg voorrang aan die op de verharde weg, ook als dat een ruiter is
‘Een ruiter bestuurt geen voertuig, dus vanaf een onverharde weg hoeft u alleen voertuigen op de verharde weg voorrang te geven, niet een ruiter’ – klopt dat?
Nee. Op een kruispunt van een onverharde met een verharde weg verleent de bestuurder op de onverharde weg voorrang aan de bestuurder op de verharde weg, ook als die laatste een ruiter is
‘Lijkt de kruisende weg leeg, dan mag u bij bord B6 doorrijden zonder op die weg te letten’ – klopt dat?
Nee. B6 verplicht u alsnog om te beoordelen of de weg vrij is vóórdat u doorrijdt