Kern: Motorrijders, lesvoertuigen en brommobielen
Alleen een blauw zwaailicht met tweetonige hoorn maakt een voertuig tot voorrangsvoertuig: u moet dan voor laten gaan. Geel of oranje zwaailicht is uitsluitend een waarschuwingssignaal — langzaam, breed, of een werkvoertuig — en geeft u geen voorrangsplicht (Regeling optische en geluidssignalen 2009). Brommobielen volgen de verkeersregels voor personenauto's en rijden dus op de rijbaan, tussen het snelle verkeer. Buiten de bebouwde kom is het snelheidsverschil met het overige verkeer een risico; vooral ouderen maken gebruik van een brommobiel (Boek p.131). Een brommobiel heeft een constructiesnelheid van maximaal 45 km/u (voertuigcategorie L6e) — een wettelijke nuance die het boek zelf niet noemt; verwar dit niet met de 45 km/u van een bromfietser zonder fietspad. Leerlingen bewegen zich, anders dan ervaren bestuurders, nog niet zo soepel door het verkeer, zeker niet tijdens de eerste rijlessen. De rijinstructeur probeert al te onhandig gedrag te voorkomen, maar het boek rekent op enige tolerantie van andere weggebruikers (Boek p.131). Sommige motorrijders maken gebruik van 'elk gaatje' dat ze kunnen vinden. Dat levert een onrustig verkeersbeeld op en kan tot schrikreacties leiden. Omdat motorrijders snel en wendbaar zijn, kunnen ze 'uit het niets' achter u opduiken (Boek p.132). Ziet u een voertuig met knipperende waarschuwingslichten, houd dan rekening met een stilstaande of langzaam rijdende file, of een voertuig dat met pech stilstaat (Boek p.132).
Vragen over dit onderdeel
Alle onderdelen van dit onderwerp
- Uitdaging: Motorrijders, lesvoertuigen en brommobielen
- Het model: Motorrijders, lesvoertuigen en brommobielen
- Waarom dit telt: Motorrijders, lesvoertuigen en brommobielen
- Test jezelf: Motorrijders, lesvoertuigen en brommobielen
- Leg het uit: Motorrijders, lesvoertuigen en brommobielen
- Onthoud: Motorrijders, lesvoertuigen en brommobielen