Kern
Twee andere groepen vragen om diezelfde extra waakzaamheid, om andere redenen. Bij scholen en speelterreinen, en tussen geparkeerde auto's, kunnen kinderen zomaar de weg op lopen: ze gaan zo op in hun spel dat ze niet uitkijken, en bij geparkeerde auto's kunnen ze u niet zien aankomen — en u hen niet (Boek p.128). Ouderen en mensen met een beperking hebben vaak een beperkt waarnemings- en reactievermogen: ze merken u pas laat op en hebben voor oversteken meer tijd nodig (Boek p.128). Voetgangers in het algemeen nemen vaak onbewust deel aan het verkeer en zijn regelmatig zó druk met hun telefoon dat ze niet in de gaten hebben wat er om hen heen gebeurt (Boek p.127) — reken dus niet op oplettendheid als vanzelfsprekendheid. Wettelijk staat daar iets tegenover: zwakke verkeersdeelnemers worden extra beschermd, en bij een aanrijding met bijvoorbeeld een voetganger of fietser bent u als automobilist in principe altijd aansprakelijk (Boek p.127) — de hedge 'in principe' is onderdeel van die regel, geen loze toevoeging. Één los signaal, niet gegrond op deze boekpagina's maar wel bruikbaar in de les: een voetganger met een witte stok is slechtziend of blind — geef extra ruimte en tijd (CBR-lesstof).
Lees dit onderdeel apart: Kern: Kwetsbare voetgangers: kinderen, ouderen en voorrang op de oversteekplaats
Bron: RVV 1990 art. 49 · RVV 1990 art. 74 · gecontroleerd 2026-10-22
Test jezelf
Op een zebrapad in het centrum van Nijmegen stapt een voetganger van de stoeprand af, precies op het moment dat u nadert. Er rijdt geen kolonne, geen stoet, en het voetgangerslicht is er niet. Wie gaat hier voor?
Toon het antwoord
Ook als u er eerder bent. Die voorrang vervalt maar in drie gevallen: een militaire kolonne, een uitvaartstoet, of een rood voetgangerslicht/geel knipperlicht. Buiten die drie: u wacht.
Veelgestelde vragen
‘Een voetganger op een oversteekplaats heeft altijd voorrang, zonder enige uitzondering’ – klopt dat?
Nee. De voorrang geldt met uitzonderingen: militaire kolonne, uitvaartstoet en rood voetgangerslicht of geel knipperlicht. Buiten die drie gevallen blijft de voetganger voorrang houden
‘Bij een aanrijding met een voetganger of fietser is de automobilist altijd aansprakelijk, zonder uitzondering’ – klopt dat?
Nee. De tekst zegt 'in principe altijd aansprakelijk', niet 'altijd zonder meer'. De hedge 'in principe' is onderdeel van de wettelijke betekenis (er blijft ruimte voor de concrete omstandigheden)
‘Kinderen bij een school of speelterrein gedragen zich in het verkeer net zo voorspelbaar als volwassenen’ – klopt dat?
Nee. Kinderen gaan zo op in hun spel dat ze niet uitkijken en zomaar de weg op kunnen lopen, zeker bij scholen, speelterreinen en tussen geparkeerde auto's. Reken op het onverwachte, niet op volwassen gedrag
‘Ouderen en mensen met een beperking hebben in het verkeer evenveel tijd en reactievermogen nodig als andere volwassenen’ – klopt dat?
Nee. Deze groep heeft vaak een beperkt waarnemings- en reactievermogen, merkt jou pas laat op, en heeft voor handelingen als oversteken meer tijd nodig. Geef die extra tijd, ook als het tempo zelfstandig oogt
‘Een voetganger met een telefoon in de hand let net zo goed op het verkeer als iedere andere voetganger’ – klopt dat?
Nee. Voetgangers nemen vaak onbewust deel aan het verkeer en zijn vaak zó druk met hun telefoon bezig dat ze totaal niet in de gaten hebben wat er om hen heen gebeurt. Reken op minder oplettendheid, niet op meer