In Steenbergen rijdt u een 30 km-zone in bij een school. De toegang is een inrit: u rijdt over een doorlopend trottoir. Op de zone-straat rijden schoolkinderen op de fiets tussen de auto's; voetgangers blijven op de stoep. Wat doet u?
- Bij de ingang rijdt u door zoals op elke weg; daarna hooguit 30 km/u
- Bij de ingang laat u het verkeer voorgaan; daarna hooguit 15 km/u
- ✓ Bij de ingang laat u het verkeer voorgaan; daarna hooguit 30 km/u
Juiste antwoord: Bij de ingang laat u het verkeer voorgaan; daarna hooguit 30 km/u
Uitleg
Niet waar — u herkent de ingang van de zone niet als inrit. Rijdt u een 30 km-zone in via een inrit, dan laat u alle weggebruikers voor gaan, net als bij elke andere inrit
Waarom dit vaak fout gaat
- Fout: u herkent de ingang van de zone niet als inrit. Rijdt u een 30 km-zone in via een inrit, dan laat u alle weggebruikers voor gaan, net als bij elke andere inrit
- Fout: u verwisselt de 30 km-zone met het erf. In een 30 km-zone is de maximumsnelheid 30 km/u; de 15 km/u hoort bij het erf, waar voetgangers op de weg lopen
Onderwerp: De 30 km-zone: waar hij ligt, en waarom het einde geen vaste regel heeft
Lees de regel: Kern: De 30 km-zone: waar hij ligt, en waarom het einde geen vaste regel heeft
Onderdelen
- Uitdaging: De 30 km-zone: waar hij ligt, en waarom het einde geen vaste regel heeft
- Het model: De 30 km-zone: waar hij ligt, en waarom het einde geen vaste regel heeft
- Kern: De 30 km-zone: waar hij ligt, en waarom het einde geen vaste regel heeft
- Waarom dit telt: De 30 km-zone: waar hij ligt, en waarom het einde geen vaste regel heeft
- Test jezelf: De 30 km-zone: waar hij ligt, en waarom het einde geen vaste regel heeft
- Leg het uit: De 30 km-zone: waar hij ligt, en waarom het einde geen vaste regel heeft
- Onthoud: De 30 km-zone: waar hij ligt, en waarom het einde geen vaste regel heeft