Blauw rechthoekig bord met een witte dubbele rijbaan en viaduct: begin autosnelweg; met rode streep is het G2.
Waar het bord staat
Aan het begin van de autosnelweg, rechts van de rijbaan bij de oprit en na elke aansluiting herhaald; het eindbord staat bij de afrit of waar de weg overgaat in een autoweg.
Wat het examen hierover vraagt
Het examen vraagt wat op een autosnelweg verboden is: stoppen, keren, achteruitrijden, op de vluchtstrook rijden en er rijden met een voertuig dat geen 60 km/u kan of mag. De standaardlimiet is 130 (100 overdag tussen 6 en 19 uur), tenzij een bord anders zegt. Strik: kandidaten verwarren G1 met G3 (autoweg, 100 km/u, wél gelijkvloerse kruisingen).
Valkuil
Autosnelweg (G1) en autoweg (G3) als hetzelfde zien.
G1 = autosnelweg, hogere snelheid; G3 = autoweg, lagere snelheid en ander regime.
Examenvraag over dit bord
Over Autoweg en autosnelweg: G3, G1 en de snelheidsregels: welke uitspraak is FOUT?
Gebruik van de vluchtstrook, vluchthaven of berm met de auto is verboden, behalve in een noodgeval (bijvoorbeeld pech).
Overdag (6.00-19.00u) is de maximumsnelheid 100 km/u; 's avonds en 's nachts 100, 120 of 130 km/u. 130 is niet de standaard, het is het hoogste van drie mogelijke avond/nacht-waarden.
'50/60 km/u kunnen en mogen rijden' is een toegangseis voor het voertuig (ondergrens), geen snelheidslimiet. De maximumsnelheid op autosnelwegen staat apart vermeld: 100 km/u overdag, 100/120/130 's avonds en 's nachts.
Autoweg en autosnelweg zijn hetzelfde soort weg, met dezelfde minimumsnelheid en vluchtstrook.
Toon het antwoord
Juiste antwoord: Autoweg en autosnelweg zijn hetzelfde soort weg, met dezelfde minimumsnelheid en vluchtstrook.
Een autoweg (G3) vraagt min. 50 km/u en kan gelijkvloerse kruispunten hebben; een autosnelweg (G1) vraagt min. 60 km/u, heeft altijd gescheiden rijbanen met vluchtstrook en nooit gelijkvloerse kruisingen
Waarom dit vaak fout gaat: Bij een file mag je de vluchtstrook met de auto gebruiken om de file te ontwijken.