Kern: Aquaplaning: wat u wél en niet doet als de banden 'drijven'
Regen maakt het wegdek gladder — langere remweg — en verhoogt de kans op aquaplaning: bij veel water op de weg kunnen de banden het water niet (volledig) afvoeren en 'drijven' ze op het wateroppervlak in plaats van contact te maken met het asfalt (Boek p.188). Drie factoren vergroten het risico: onvoldoende bandenprofiel of hoge snelheid (de band voert het water niet snel genoeg af), brede banden gemonteerd (kleiner gewicht per cm² wegdek), en rijden op de rechterrijstrook van de autosnelweg (meer spoorvorming, dus meer opgehoopt water) (Boek p.189). U voorkomt aquaplaning door drie dingen tegelijk: aangepaste snelheid, een band met goed profiel, en de juiste bandenspanning (Boek p.189). Op diezelfde bladzijden noemt het boek ook zijwind: zware zijwind en vooral sterke rukwinden zijn het gevaarlijkst op bruggen en viaducten, waar een geluidswal ophoudt, en bij het inhalen van een vrachtauto (Boek p.190) — drie plekken waar u bij wind extra stuurcorrectie moet verwachten.
Vragen over dit onderdeel
Alle onderdelen van dit onderwerp
- Uitdaging: Aquaplaning: wat u wél en niet doet als de banden 'drijven'
- Het model: Aquaplaning: wat u wél en niet doet als de banden 'drijven'
- Waarom dit telt: Aquaplaning: wat u wél en niet doet als de banden 'drijven'
- Test jezelf: Aquaplaning: wat u wél en niet doet als de banden 'drijven'
- Leg het uit: Aquaplaning: wat u wél en niet doet als de banden 'drijven'
- Onthoud: Aquaplaning: wat u wél en niet doet als de banden 'drijven'