Theory Mastery

Kern: Dagrijlicht, dimlicht en groot licht

Dagrijlicht gaat automatisch aan zodra de motor start. Zodra u zelf dimlicht, groot licht of mistlicht inschakelt, moet het dagrijlicht automatisch uitgaan — het is een vervanging, geen extra laag licht (Boek p.184). Ook bij automatische verlichting blijft u zelf verantwoordelijk dat dit op het juiste moment gebeurt (Boek p.183). Dimlicht is verplicht 's nachts, én overdag zodra het zicht minder is dan 200 meter — bijvoorbeeld bij regen of mist. Ziet u overdag veel tegenliggers met dimlicht, dan is dat zelf al een signaal dat er verderop slecht weer aankomt (Boek p.184). Groot licht schakelt u in als u met dimlicht de wegsituatie niet goed genoeg kunt overzien. Maar drie condities maken groot licht verboden: overdag, zodra een andere weggebruiker (ook een voetganger) u tegemoet komt, en zodra u op korte afstand een ander voertuig volgt (Boek p.185). Binnen de bebouwde kom komen die drie condities vrijwel altijd een van drieën voor — maar dat is een praktische constatering, geen aparte regel uit het boek. Grote lichten, dimlichten, dagrijlichten en stadslichten mogen alleen wit of geel licht uitstralen (Boek p.184).

Onderwerp: Dagrijlicht, dimlicht en groot licht

Vragen over dit onderdeel

Alle onderdelen van dit onderwerp

Verwante onderwerpen

Open in de app