Kern: Controlelampjes: rood, geel en groen
Functioneringslampjes (Boek p.212) zijn groen, geel of blauw en melden alleen dat een functie is ingeschakeld — het parkeerlicht en de richtingaanwijzers zijn de groene voorbeelden uit het boek. Ze vragen geen actie. Waarschuwingslampjes zijn uitsluitend geel of rood. Bij geel (Boek p.216) hoeft u niet onmiddellijk te stoppen; u mag doorrijden, bijvoorbeeld naar de dealer, maar niet langer dan strikt noodzakelijk. Motorstoring, ABS en ESP zijn boek-genoemde gele voorbeelden. Bij rood (Boek p.214) is er een ernstige storing: stop op een veilige plaats en schakel de motor uit om verdere schade en gevaar te voorkomen. Parkeerrem en een defect remsysteem zijn de rode voorbeelden uit het boek. Blauw hoort nooit bij waarschuwingslampjes, ook al voelt de kleur van buiten de auto (zwaailicht) alarmerend.