Uitdaging
Bij normaal rijden geldt: meer afstand is veiliger. Veel cursisten passen die vuistregel automatisch toe op slepen en denken dat een langere kabel juist beter is. Het boek draait dat om: bij slepen is een kortere, strak gehouden kabel de veilige keuze — en er zijn nog twee regels die net zo makkelijk over het hoofd worden gezien.
Lees dit onderdeel apart: Uitdaging: Slepen van een gestrande auto
Het model
U sleept maar één voertuig, met een deugdelijke sleepkabel op de daarvoor bestemde bevestigingspunten, maximaal 5 meter tussen beide auto's, en de kabel altijd gespannen (Boek p.169) — de achterste bestuurder remt daarom net iets meer af dan de voorste. De stuurbekrachtiging van het gesleepte voertuig werkt niet (motor uit): laat bij voorkeur de meest ervaren bestuurder dat voertuig besturen. Beide bestuurders hebben een geldig rijbewijs nodig, en u verlaat de autoweg of autosnelweg zo snel mogelijk.
Lees dit onderdeel apart: Het model: Slepen van een gestrande auto
Kern
De sleepregels uit Boek p.169 draaien om drie punten. Ten eerste de kabel: een deugdelijke sleepkabel, bevestigd op de bevestigingspunten die daarvoor bedoeld zijn, met maximaal 5 meter tussen de voertuigen, en altijd strak gehouden — juist omdat de kabel gespannen moet blijven, remt de achterste bestuurder net iets meer af dan de voorste, anders loopt hij op de kabel in. Ten tweede de bestuurder van het gesleepte voertuig: omdat de motor uit staat, werkt de stuurbekrachtiging niet en voelt sturen onverwacht zwaar aan. Laat daarom bij voorkeur de meest ervaren bestuurder dat voertuig besturen; beide bestuurders hebben sowieso een geldig rijbewijs nodig. Ten derde de route: u sleept maar één voertuig tegelijk, en u verlaat de autoweg of autosnelweg zo snel mogelijk. Het boek noemt hier geen exacte maximumsnelheid en geen verplichting om de alarmlichten van beide voertuigen aan te zetten — die twee punten blijven in deze les onbesproken totdat ze apart zijn nagetrokken.
Lees dit onderdeel apart: Kern: Slepen van een gestrande auto
Waarom dit telt
Een slappe kabel kan doorzakken tot op het wegdek of onverwacht strak trekken bij het optrekken — een geschrokken bestuurder zonder stuurbekrachtiging in het gesleepte voertuig heeft dan nog minder marge om te corrigeren.
Lees dit onderdeel apart: Waarom dit telt: Slepen van een gestrande auto
Leg het uit
Leg uit: hoe lang mag de sleepkabel maximaal zijn, wie bestuurt bij voorkeur het gesleepte voertuig en waarom, en hoeveel voertuigen mag u tegelijk slepen?
Lees dit onderdeel apart: Leg het uit: Slepen van een gestrande auto
Onthoud
Max. 5 m, altijd gespannen. Meest ervaren bestuurder stuurt het gesleepte voertuig (geen stuurbekrachtiging). Maar één voertuig tegelijk.
Lees dit onderdeel apart: Onthoud: Slepen van een gestrande auto
Bron: RVV 1990 art. 6 · RVV 1990 art. 30 · gecontroleerd 2026-10-22
Veelgestelde vragen
‘Bij een lange file van gestrande auto's mag u, als het handig uitkomt, meerdere voertuigen achter elkaar aan slepen’ – klopt dat?
Nee. 'je mag maar één voertuig slepen'. Geen uitzondering voor drukte of gemak
‘Hoe meer afstand tussen de slepende auto en het gesleepte voertuig, hoe veiliger — dus een langere kabel dan 5 meter is juist beter’ – klopt dat?
Nee. 'de afstand tussen beide voertuigen mag maximaal 5 meter zijn' en 'houd de sleepkabel altijd gespannen'. Bij slepen is een kortere, strakke kabel de veilige keuze, niet een langere
‘Het maakt niet uit wie van de twee bestuurders het gesleepte voertuig bestuurt — sturen is sturen’ – klopt dat?
Nee. 'de stuurbekrachtiging van het gesleepte voertuig werkt niet omdat de motor uit staat. Laat daarom de meest ervaren bestuurder het gesleepte voertuig besturen.' Dat is een expliciete voorkeur, geen vrije keuze
‘Een sleepkabel die af en toe doorzakt, hoort er bij slepen gewoon bij; zolang hij niet breekt, rijdt u door’ – klopt dat?
Nee. Houd de sleepkabel altijd gespannen: de bestuurder van het gesleepte voertuig remt iets meer af dan de voorste