Kern: Invoegen en uitvoegen: 2/3 van de strook en de 300-meterregel
Op de invoegstrook is uw taak eerst snelheid maken, niet meteen invoegen: gebruik altijd ongeveer 2/3 van de strooklengte, zelfs als er al eerder een opening zichtbaar is (Boek p.148). U moet het doorgaande verkeer voor laten gaan; sommige bestuurders schuiven naar links om ruimte te geven, maar dat is nergens een verplichting — reken er dus niet op. Is de invoegstrook te kort om voldoende snelheid te maken? Dan stopt u aan het BEGIN van de strook, niet ergens halverwege, en trekt u pas op zodra u in uw linkerspiegel een opening in de verkeersstroom ziet aankomen (Boek p.149). Kom in geen geval op de vluchtstrook terecht — daar kan verderop een voertuig met pech staan (Boek p.150). Uitvoegen werkt in spiegelbeeld, met eigen getallen: geef richting aan op ongeveer 300 meter voor het begin van de uitrijstrook, met de groene hectometerpaaltjes als hulpmiddel (Boek p.151). Gebruik daarna de HELE uitrijstrook — ook hier geldt: nooit over de vluchtstrook. Eén uitzondering op de gewone rechts-inhalen-regel hoort specifiek bij de uitrijstrook: rechts van de blokmarkering mag u langzaam rijdende bestuurders op de doorgaande rijbaan rechts inhalen, mits dat nodig is voor een vlotte doorstroming en u niemand hindert of in gevaar brengt (Boek p.153).
Vragen over dit onderdeel
Alle onderdelen van dit onderwerp
- Uitdaging: Invoegen en uitvoegen: 2/3 van de strook en de 300-meterregel
- Het model: Invoegen en uitvoegen: 2/3 van de strook en de 300-meterregel
- Waarom dit telt: Invoegen en uitvoegen: 2/3 van de strook en de 300-meterregel
- Test jezelf: Invoegen en uitvoegen: 2/3 van de strook en de 300-meterregel
- Leg het uit: Invoegen en uitvoegen: 2/3 van de strook en de 300-meterregel
- Onthoud: Invoegen en uitvoegen: 2/3 van de strook en de 300-meterregel